Stasi-verleden rookgordijn voor tijdloos liefdesdrama

Das Leben der Anderen. Regie: Florian Henckel von Donnersmarck. Met: Ulrich Mühe, Martina Gedeck, Sebastian Koch, Ulrich Tukur, Thomas Thieme. In: 22 bioscopen.

Eigenlijk heeft regisseur Henckel von Donnersmarck van Das Leben der Anderen weinig over Oost-Duitsland te beweren. Zijn film ontbeert een eigen kijk op het Stasi-verleden. Het beeld dat erin geschetst wordt van de Oost-Duitse geheime dienst, waarbij de ene helft van de bevolking de andere helft in de gaten hield, wordt vooral geschraagd door Stasi-trivia, zoals Trabantjes en grijze en grauwe kleding en interieurs. Heel veel feitjes kloppen, zodat misschien ten onrechte de indruk ontstaat dat we hier met een historisch correct politiek document van doen hebben.

Maar Von Donnersmarck gebruikt die geschiedkundige setting om andere verhalen te vertellen. Dat van de jager die op zijn prooi verliefd wordt bijvoorbeeld, zoals de doorgewinterde Stasi-informant Gerd Wiesler (een fenomenale Ulrich Mühe) op de labiele actrice Christa-Maria Sieland.

Dat deze truc van liefde in tijden van oorlog bekend is, geeft niet, ware het niet dat Von Donnersmarck zich vertilt aan zijn eigen ambitie. Want voor het hoofdthema van zijn film is de vraag wat het betekent om een ‘goed mens’ te zijn.

Wiesler is als professionele snuffelaar al bij voorbaat fout. Maar het zal niemand verbazen dat deze Mann ohne Eigenschaften wel een geweten ontwikkelt. Zo blijkt het hele Stasi-gedoe een rookgordijn voor een klein drama, een vierhoeksverhouding tussen drie mannen en een vrouw. Een verhaal van alle tijden waarin mensen zich laten compromitteren. Een verhaal over kleine daders in plaats van grote schurken.

En zo gaat het maar door. Betekenis wordt op betekenis gestapeld. Das Leben der Anderen paart grote ambities aan groot vakmanschap. De film weet precies wat-ie moet doen om te werken. Het is een geoliede machine van veilige emoties en risicoloze, modieus morele grijstinten.