Smokkelaar vaart langs vliegdekschepen

Het is druk in en rond de Iraanse haven Bandar Abbas.

De Iraanse marine oefent er, oorlogsschepen van de VS surveilleren, en smokkelaars varen ertussendoor.

Het geronk van de buitenboordmotoren van de smokkelspeedboot klinkt vanuit de duisternis die langzaam over de Golf is getrokken. Nietsvermoedend struinen gezinnen over de boulevard van Bandar Abbas, de grootste havenstad van Iran, als er plotseling een politieauto met piepende remmen stopt.

Uit het niets steekt iemand een rode fakkel aan en een groep mannen begint de agenten met stenen te bekogelen. In de verte wordt het geluid van de buitenboordmotoren weer zwakker. De agenten vluchten weg en de mannen verdwijnen in de duisternis. De smokkelwaar – telefoons, schoenen, drank – wordt waarschijnlijk verderop aan land gebracht.

Smokkel is slechts één van de vele ondeugden van dit heel strategische gebied. De Straat van Hormuz, waaraan Bandar Abbas ligt, is 55 kilometer breed. Meer dan 20 procent van de wereldolieconsumptie vaart jaarlijks in tankers door twee smalle scheepscorridors vlak langs Iran. De Iraanse marine heeft hier haar belangrijkste basis en aan de overkant, in de Verenigde Arabische Emiraten, vinden schepen van de Amerikaanse vloot een ankerplaats. Controles op de naleving van de VN-sancties tegen Iran zullen in de Straat van Hormuz vorm moeten krijgen. Twee Amerikaanse vliegdekschepen liggen nu voor de ingang van de Straat, nabij Oman. Iran heeft gedreigd bij een eventuele aanval de waterweg te blokkeren.

„Ik vaar vaak langs de vliegdekschepen. De Amerikanen doen niets”, zegt Mohammad Torrabian (30), terwijl hij zijn hand op het roer van zijn speedboot houdt. „Meestal sturen ze een helikopter de lucht in om poolshoogte te nemen. Maar daar blijft het bij.” Met meer dan 50 kilometer per uur stuift hij over het blauwe water, tussen voor anker liggende zeeschepen door. „In 2003 heb ik nog een Amerikaanse legerhelikopterpiloot uit het water gered en in Dubai afgeleverd”, roept hij boven het gebrul van de buitenboordmotor uit.

Torrabian is een van de honderden, misschien duizenden kleine smokkelaars die dagelijks de oversteek maken om in Dubai of Oman goederen te halen. „Ik haal partijen mobiele telefoons. Alleen Nokia, want die verkopen goed in Iran.” De smokkelaar zegt op elke tocht 4.000 euro winst te maken. Terug voor de kust bij Bandar Abbas vaart hij langs zijn collega’s die op klaarlichte dag dozen uit boten in pick-uptrucks staan te laden. Ze zwaaien blij naar hun vriend. „De politie doet niets serieus tegen ons. Ze krijgen allemaal hun deel”, zegt hij met een glimlach.

Ook de Iraanse marine beschikt over speedboten. In de Shahid Bahonar-haven liggen tientallen speedboten aan de kades. In de monding van de haven doen ze oefeningen waarbij onder water, aan de kiel, voorwerpen aan de boten zijn bevestigd. „Dat doen ze nu al maanden. Ze doen dingen waar we niets van begrijpen”, zegt Torrabian. „Volgens mij zijn ze met torpedo’s bezig.”

Volgens Amerikaanse defensiebronnen hebben de Iraniërs anti-schipraketten aan de oevers van de straat opgesteld, maar daar is niets van te zien. Bij de Amerikaanse marine bestaat angst voor de Iraanse militaire speedboten die met massa-aanvallen grote Amerikaanse schepen tot zinken zouden kunnen brengen.

Iran en Amerika hebben al eens gevochten in de Golf. Op 18 april 1988, in de laatste maanden van de Iraans-Iraakse oorlog (1980-1988) troffen beide landen elkaar tijdens een eendaagse mini-oorlog in de Straat van Hormuz. De VS steunden destijds Irak. Vier dagen eerder was een Amerikaans marineschip op een Iraanse mijn gevaren. De VS sloegen terug en brachten twee Iraanse marineschepen en zes speedboten tot zinken.

Vier maanden later, op 3 juli 1988, naderden Iraanse speedboten de USS Vincennes. Een vuurgevecht ontstond. Vervolgens – aldus de Amerikaanse lezing – zagen opvarenden op de scheepsradar een Iraanse F-14 in Bandar Abbas opstijgen. De Amerikanen vuurden twee raketten af op wat in werkelijkheid een Iraanse Airbus was met 290 passagiers. Alle inzittenden kwamen om het leven. De Iraanse leider ayatollah Ruhollah Khomeiny interpreteerde het neerschieten van het passagiersvliegtuig als een signaal dat de Amerikanen bereid waren zeer ver te gaan in hun steun voor Irak. Twee maanden later tekende Iran een wapenstilstand met Irak.

Desondanks zou Farid Saeidipour, lid van de reddingsbrigade van de Shahid Rezai-containerhaven, nabij Bandar Abbas, zelfs de Amerikanen in nood helpen. „Dat is onze plicht, wij helpen iedereen”, zegt hij. „Dus ook Amerikanen.” Vanuit zijn kantoor heeft Saeidipour uitzicht op honderden gestapelde zeecontainers die hier dagelijks binnenkomen. Serieuze sancties tegen Iran, die verder gaan dan een verbod op het importeren van onderdelen voor het nucleaire programma, zouden hier grote gevolgen hebben. „Volgend jaar gaat het tweede deel van de haven open”, zegt Saeidipour. Hij verwacht geen problemen met de VS. „Iedere zes minuten komt er een olietanker door de Golf. Zaken gaan voor.”

Maar die zaken worden goed in de gaten gehouden. Nederland speelde de laatste jaren een actieve rol bij het vergaren van informatie over de Iraanse marine rond Bandar Abbas. In 2002 vertelde staatssecretaris van defensie Cees van der Knaap tijdens een bezoek aan de dieselonderzeeër Walrus in de haven van Dubai aan journalisten dat Nederlandse onderzeeërs met Amerikaanse ‘adviseurs’ aan boord de marine in de gaten hielden. Tijdens een bezoek aan Dubai in 2005 weigerde premier Balkenende tegenover NRC Handelsblad uitspraken te doen over de Nederlandse betrokkenheid in de Golf. Voor Amerikaanse atoomonderzeeërs is het water daar te ondiep. Alle Nederlandse onderzeeërs liggen nu in Den Helder.

Bandar Abbas, 600 kilometer van Teheran, is cruciaal voor de Iraanse economie. Maar het afgelopen jaar is het rustiger geworden in de havens, zegt havenarbeider Ibrahim Moalem. Met zijn handen in de zakken van zijn blauwe overall legt hij uit dat er in voorgaande jaren veel meer werk was. „Misschien zijn er problemen met de Arabieren. Ik weet het niet”, zegt hij schouderophalend.

Smokkelaar Torrabian heeft het wél druk. „Er wordt sinds kort belasting geheven op mobiele telefoons in Iran, dus het is goede handel”, zegt hij. Hij hoopt niet dat de problemen tussen Iran en de Amerikanen in de Golf zullen worden uitgevochten. „Slecht voor de zaken”, legt hij uit. „Die marineschepen overal, dat maakt ons werk een stuk moeilijker als er gevochten wordt.”