Schilderkunst 1670-1750

Het jaar na het Rembrandtjaar is voor de schilders na Rembrandt, moeten ze in het Dordrechts Museum hebben gedacht. Onder de titel De kroon op het werk is daar een uitgelezen overzicht van de Nederlandse schilderkunst tussen 1670 en 1750 te zien. Al aan het einde van Rembrandts leven raakte het betrekkelijke realisme van hem en zijn generatiegenoten uit de mode en in de eeuw die volgde werd er in Nederland geschilderd volgens de regels van de classicistische kunsttheorie.

Uit het leven gegrepen kroeglopers, oude vrouwtjes en vervallen boerderijen werden door schrijvende schilders als Arnold Houbraken en Gerard de Lairesse (zelf nota bene een Rembrandtleerling) niet langer als schilderachtig beschouwd. Zij meenden dat er in de kunst onderhand maar eens aan een betere wereld gewerkt moest worden, een wereld zonder lelijkheid, verdriet en ouderdom.

In de kunst van omstreeks 1700 zie je dan ook veel beproefde verhalen uit de klassieke mythologie, weelderige bloemstillevens waarin geen blaadje uit de toon valt en portretten van opgedirkte mensen met roze wangen en lichtjes in hun ogen. In deze schilderijen regeren het fatsoen en de goede smaak. Iedereen wandelt er netjes gekamd en elegant gekleed door onberispelijke decors.

In Dordrecht is er alles aan gedaan om de schilders na Rembrandt in ere te herstellen. Vanuit de hele wereld zijn hun beste werken ingevlogen voor een verhelderende expositie. De gezaghebbende boeken van Houbraken en De Lairesse liggen in een vitrine en aan de wanden is te zien wat zij en hun tijdgenoten als Cornelis Troost, Godfried Schalcken en Jan Weenix maakten.

De kroon op het werk. Hollandse schilderkunst 1670-1750 t/m 28 mei in het Dordrechts Museum, Museumstraat 40, Dordrecht. Di-zo 11-17u