Prodi zit weer in het zadel, maar de vraag is voor hoe lang

Premier Romano Prodi mag verder regeren. Maar veel Italianen zien niet in waarom zijn kabinet het ditmaal wél lang zou volhouden. „Het is een doodgeboren regering.”

Na een week van crisis zit de Italiaanse premier Romano Prodi weer in het zadel. Verzwakt en in de wetenschap dat hem over twee weken alweer een spannende stemming wacht over het Afghanistan-beleid, het struikelblok waarover zijn regering vorig week woensdag nog viel.

Nog even lijkt het gistermiddag mis te gaan voor Prodi als er geruchten circuleren dat een aantal senatoren toch weer begint te twijfelen. Het is vervolgens alle hens aan dek voor oppositie- en regeringspartijen. Zelfs de met een nierkoliek in het ziekenhuis opgenomen senator Sergio de Gregorio wordt door de oppositie naar de Senaat gehaald. In de medische hulppost van het Hogerhuis wordt ook senator Franca Rame opgelapt, die hoge koorts heeft. Als uiteindelijk de 98-jarige senator-voor-het-leven Rita Levi-Montalcini is teruggekeerd van een reis naar Dubai, kan Prodi rond zes uur om het vertrouwen vragen.

Drie uur later weerklinkt geen groot applaus, maar is er wel veel opluchting. 162 senatoren stemmen voor voortzetting van de regering-Prodi, 157 tegen. Een van de senatoren die de doorslag geven is de representant van de Italianen in Zuid-Amerika, Luigi Pallaro, die door links en rechts is verleid, maar Prodi blijft steunen. Van fundamenteel belang is ook Marco Follini, ex-vicepremier in het kabinet van Silvio Berlusconi, die nu is overgelopen naar Prodi. Vrijdag volgt de stemming in de Kamer van Afgevaardigden. Maar dat is een formaliteit, omdat Prodi’s coalitie daar over een grotere meerderheid beschikt.

„Onze meerderheid is in alle opzichten zelfvoorzienend”, aldus de eerste reactie van de Italiaanse premier. Hij beklemtoont dat zijn coalitie het ook zonder de steun van vier senatoren-voor-het-leven zou hebben gered. Een eis van president Giorgio Napolitano, toen hij Prodi afgelopen zaterdag terugstuurde naar het parlement om het vertrouwen te vragen. Maar Prodi weet als geen ander dat deze „zelfvoorzienendheid” wankel is en te danken is aan maar één persoon: Silvio Berlusconi. Uiteindelijk is het de angst geweest om Berlusconi opnieuw een kans op het premierschap te geven die heeft geleid tot het hergroeperen van de centrum-linkse coalitie.

„De centrum-linkse coalitie overleeft ternauwernood met weinig parlementaire steun en veel interne onenigheid over uiteenlopende onderwerpen’’, schrijft de Corriere della Sera vanochtend. 40 procent van de Italianen denkt dat Prodi het maar een paar maanden zal volhouden. Er is niet alleen interne onenigheid over de missie van bijna tweeduizend militairen in Afghanistan, maar ook over belangrijke thema’s als de hervorming van het pensioenstelsel en de liberalisering van de economie.

„Absolute topprioriteit” voor zijn regering is volgens Prodi een aanpassing van de kieswet. Italiaanse analisten omschrijven deze als „de slechtste van Europa”. Op dit moment zijn negentien partijen vertegenwoordigd in het parlement. Doordat de coalities ter linker- en rechterzijde elkaar weinig ontlopen, zijn alle splinterpartijen nodig voor een meerderheid. Hierdoor weten drie radicaal-linkse partijen die samen 9 procent van de Italianen achter zich hebben op dit moment de regering Prodi vrijwel vleugellam te maken.

„Wij hebben een politiek systeem waarin elke minderheid, groot of klein, op beslissende momenten van een vetorecht weet te profiteren”, zo verklaart Sergio Romano, de nestor van de Italiaanse journalistiek, dat Italië sinds de Tweede Wereldoorlog al te maken heeft met zijn 61ste kabinet. „Elk seizoen zijn er een paar beslissende momenten, bijvoorbeeld bij het vaststellen van de begroting, waarop de kleinste partijen een macht uitoefenen die oneindig veel groter is dan hun omvang.”

Het proportionele systeem lijkt op het Nederlandse kiesstelsel maar, zo beklemtoont Romano, de onderlinge verschillen zijn in Italië veel groter dan in Nederland. „Tussen Berlijn en Milaan is minder diversiteit dan tussen Milaan en Palermo.” Polderen is een woord dat in Italië onbekend is.

Links en rechts zijn het er over eens dat een kieswetwijziging onontbeerlijk is om de slagkracht van de regering te vergroten. Zeker nadat de regering-Berlusconi in 2005 een hervorming heeft doorgevoerd die de macht van kleine partijtjes nog extra heeft vergroot.

Gedacht wordt nu aan een Duits systeem met een kiesdrempel van 5 procent. Of een Frans stelsel waar de winnaar in elk kiesdistrict de parlementszetel pakt. In beide systemen zou het aantal partijen drastisch kunnen worden gereduceerd.

Duidelijk is echter nu al dat de kleine partijen hun vetorecht zullen gebruiken om dit te voorkomen. Daarom zal Prodi het eens moeten worden met oppositieleider Berlusconi, die gisteren in reactie op het hernieuwde vertrouwen voor Prodi zei: „Het is een doodgeboren regering.”