Mooie milieuvoornemens, alleen niet weldoordacht

Het kabinet belooft Nederland schoner te maken. Maar de plannen zijn niet allemaal goed afgewogen, en er is te weinig geld gereserveerd.

Rotterdam, 1 maart. - Een echte doorrekening wil het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) het commentaar op het regeerakkoord van het nieuwe kabinet nog niet noemen. Maar de gisteren op verzoek van de Tweede Kamer gepubliceerde ‘analyse’ van het onafhankelijke instituut geeft het parlement toch méér dan voldoende aanknopingspunten om de ambitieuze plannen voor milieu en klimaat te bekritiseren.

Mooie voornemens, zo is de strekking van de analyse, maar lang niet altijd even doordacht.

Het kabinet erkent dat de economie duurzamer zal moeten worden om een „race naar de bodem van de mondiale economie” te voorkomen. Voor zo’n duurzame economie is dan wel een „forse trendbreuk” nodig, menen de onderzoekers. Want als de economie met jaarlijks 2 procent groeit, zoals het kabinet verwacht, dan zal in 2020 de mobiliteit met 20 procent zijn toegenomen, het energieverbruik met 10 tot 20 procent, de uitstoot van broeikasgassen met maximaal 10 procent en het gebrek aan ruimte met 15 tot 20 procent.

Er moet dus iets worden gedaan aan klimaat en milieu. Het kabinet wil de uitstoot van broeikasgassen in 2020 reduceren met 30 procent vergeleken met 1990. Energiebesparing moet zich voltrekken in een tempo van 2 procent per jaar. En in 2020 moet 20 procent van alle energie duurzaam zijn opgewekt. Ambitieuze plannen. Maar ook erg duur. „De jaarlijkse maatschappelijke kosten van het huidige voorstel zouden naar schatting 8 miljard tot 9 miljard euro bedragen in 2020”, aldus de analyse. Heel wat meer dan de 500 miljoen euro die het kabinet er per jaar extra voor wil uittrekken.

Het planbureau denkt met het kabinet mee. Als het kabinet met dat bedrag toch de klimaatdoelen wil halen, dan zullen op z’n minst ook burgers en bedrijven moeten investeren. Wat ook helpt, aldus de onderzoekers, is iets minder aan energiebesparing willen doen. Er is in Nederland al veel aan energiebesparing gedaan, en nóg meer besparen wordt al gauw „zeer kostbaar”. Een andere manier om de kosten te drukken, is om veel meer emissiereductie te behalen in het buitenland, door bijvoorbeeld in landen als China emissierechten op te kopen. Wie het zo aanpakt, is minimaal de helft goedkoper uit, en zou toch 30 procent reductie kunnen halen.

Weinig doordacht vindt het planbureau de ambitie om Schiphol te laten groeien en tegelijkertijd zowel de overlast in de directe als de wijde omgeving te verminderen („niet mogelijk”). Evenmin efficiënt is een belasting op vliegtickets („levert nauwelijks milieuwinst op”). En de verwachting dat het treingebruik gedurende lange tijd 5 procent per jaar zal kunnen groeien, is „onhoudbaar”.

Het kabinet zegt dat er bij de inrichting van Nederland nadrukkelijk rekening moet worden gehouden met de klimaatverandering. Inderdaad, meent het planbureau, er moet met het oog op de zeespiegelstijging en stijgende hoeveelheden rivierwater niet grootschalig worden gebouwd langs de kust en de laagste delen van West-Nederland. Maar dan moet het rijk wel de „centrale regie” nemen. En daarover zwijgt het regeerakkoord. Het Rijk laat de ruimtelijke ordening meer over aan de provincies.

Ten slotte de oude stadswijken, die het kabinet wil omvormen tot „prachtwijken”. Een mooi streven, aldus het planbureau, maar daarvoor moet je wel voldoende groen hebben, en dat is er niet. „In de Randstad is een tekort aan groen, maar ook buiten de Randstad zal dit tekort toenemen.”