Monopolist in verkiezingen

Den Haag. Hoe kwetsbaar is het verkiezingsproces in Nederland? Erg kwetsbaar, zo blijkt.

Eén bedrijf, ‘Groenendaal Bureau voor Verkiezingsuitslagen’, met drie werknemers, levert exclusief de software die bij verkiezingen alle stemmachines voorziet van de juiste lijsten met kandidaten. Die software is ook nodig om stemmen uit de machines te halen. Gemeenten en de Kiesraad zijn van de software van Groenendaal dus afhankelijk om de uitslagen te berekenen, waarna de Kiesraad de einduitslag vaststelt.

„Je krijgt er kippenvel van”, zegt Kamerlid Liesbeth Spies (CDA), die namens haar partij het woord voert over binnenlandse zaken. De Kamerverkiezingen zijn „met terechte noodmaatregelen” goed verlopen, maar „structureel is de inrichting van het proces wel linke soep”.

Jan Groenendaal, directeur van de softwareleverancier, blijkt bovendien eind vorig jaar Binnenlandse Zaken onder druk te hebben gezet om zijn bedrijf van hem te kopen. Hij noemde dat zelfs als voorwaarde voor zijn medewerking aan de Provinciale Statenverkiezingen van volgende week.

De Kiesraad waarschuwde de toenmalig minister Nicolaï (VVD) dat het uitvallen van de software en ondersteuning van deze leverancier „tot aanzienlijke risico’s voor het goed verloop van de verkiezingen zou kunnen leiden”. Een woordvoerder van het ministerie zei vandaag dat het incident geen enkel probleem oplevert voor de Provinciale Statenverkiezingen. Groenendaal heeft besloten „de eerstvolgende verkiezingen toch maar mee te werken”.

Groenendaal kwam zelf onder druk te staan toen voor de Kamerverkiezingen bleek dat de stemmachines van Nedap – waarvoor hij de software levert – makkelijk te kraken waren. Als gevolg van de ophef daarover stelde Nicolaï twee commissies in die het verkiezingsproces moesten analyseren, en nam hij maatregelen om er meer controle op te krijgen.

Zonder ondersteuning van Groenendaals bedrijf zijn er „aanzienlijke risico’s” bij verkiezingen, schrijft de Kiesraad in 2006, die ook de regering adviseert over het verkiezingsproces. In een brief aan de toenmalige minister Nicolaï (VVD) schrijft de Raad: „De Kiesraad is zich ervan bewust dat de afhankelijkheid van instanties die met verkiezingen zijn belast van een enkele marktpartij, in casu Groenendaal, groter is dan wenselijk is.” Eigenlijk, schrijft de Kiesraad, heeft Groenendaal een monopoliepositie. Groenendaal beaamt dat: „Ik ben monopolist tegen wil en dank.”

Het ministerie werkt al bijna twintig jaar „naar volle tevredenheid” met Groenendaal samen, zo zegt een woordvoerder. De kwetsbaarheid van het stemproces heeft „nooit acuut gevaar” opgeleverd.

GroenLinks wil weten of Groenendaal heeft geprobeerd de minister van Binnenlandse Zaken te chanteren. De fractie heeft de nieuwe minister, Guusje ter Horst, gisteren om opheldering gevraagd.

Voor het hele verhaal en de achterliggende stukken: nrc.nl