Modern wereldverbeteraar

Cas van Kleef (18) reist een half jaar door Afrika, Azië en Zuid-Amerika om uit te vinden hoe je het beste de wereld kan verbeteren. Daarvoor krijgt hij 50 euro per dag, waarmee hij ook zichzelf in leven moet houden.

Het is koud in Tanzania. Dat is het eerste wat ik denk als ik uit het vliegtuig stap. Mijn tweede gedachte gaat uit naar de trui die ik heb meegenomen. Mijn enige. Al die familieleden die mij bezwoeren dat het bloedjeheet is in Afrika, kunnen een schop onder hun kont krijgen. Samen met Jan, mijn medereiziger voor een week, loop ik de bagagehal in. En daar schrik ik toch even: iedereen is hier neger. Nou moet dat toch geen verrassing voor me zijn; ik ben immers in Afrika. Maar mijn bleke winterhuid trekt nu opeens wel erg de aandacht. Ik ben hier degene die anders is, ik ben nu de buitenstaander.

De afgelopen vier jaar wilde ik niets liever dan reizen naar verre landen en me een echte wereldburger voelen. Maar naarmate ik dichter bij mijn eindexamen kwam, kreeg ik steeds meer het gevoel dat ik – behalve de wereld zien – ook iets voor die wereld wilde betekenen. Naar Peru gaan om schooltjes te bouwen, of Engelse les in Nepal geven. Het maakte me eigenlijk niet zoveel uit wat ik zou doen, als ik me maar nuttig kon maken in een exotisch land. En mijn hulp zou sowieso goed zijn, want ik deed het vrijwillig. Baat het niet, dan schaadt het niet. Toch?

Ik merkte dat steeds meer mensen om mij heen ook de behoefte kregen om iets goeds te doen voor de wereld. Maar hoe, dat is lastig. Je kunt natuurlijk gewoon geld geven aan een goed doel, maar je weet niet hoeveel daarvan naar corrupte projectleiders gaat die er een gezellig vakantiehuisje van kopen. En je voelt je ook niet echt een barmhartige samaritaan als er simpelweg elke maand drie euro van je rekening wordt afgeschreven. Zelf een schooltje bouwen in Zuid-Amerika? De vraag is of die school niet beter door een stel lokale werkeloze mannen gebouwd kan worden dan door jou.

De wereld verbeteren moet natuurlijk ook een beetje leuk zijn. De komende zes maanden ga ik het proberen, maar wel op een andere manier dan mijn klasgenoten. Ik reis door Tanzania, Egypte, Thailand, India, Mexico en Suriname om uit te zoeken wat ik als Nederlandse jongen van achttien nou echt kan betekenen. Ik krijg vijftig euro per dag waarmee ik mijn missie moet uitvoeren, maar waar ik ook mezelf mee in leven moet houden.

Wat kan ik op deze manier bereiken? Ben ik nuttiger met mijn handen, mijn hoofd of mijn geld? Ik kan proberen iedereen van eten te voorzien, maar ik beteken voor sommigen misschien wel meer als ik ze help met hun liefdesverdriet. Aidsbaby’s inenten in een ziekenhuis voelt natuurlijk heldhaftig, maar daar een administratief klusje opknappen is wellicht veel harder nodig.

Ik zal ook bij liefdadigheidsinstellingen langsgaan, om te kijken hoe die met jouw drie euro de strijd aangaan tegen armoede, aids of milieuvervuiling. Want misschien kunnen zij wel echt veel beter helpen dan zo’n achttienjarige betweter als ik.

Ik heb eindelijk mijn rugzak gelokaliseerd op de lopende band. Als ik hem openrits om mijn trui te pakken, verzamelen zich tientallen Afrikanen om me heen. Hallo, ik ben Cas uit Zaandam, wie kan ik helpen?

Tweewekelijks nieuws van Cas op www.spunk.nl en www.casopreis.blogspot.com