Minderheden eisen stem in nieuw Nepal

Etnische minderheden in Nepal eisen, nu het land in een politieke overgangsfase zit, via demonstraties en stakingen nadrukkelijk een plaats aan de onderhandelingstafel.

Is de interim-regering van Nepal betrouwbaar? Houdt zij rekening met de belangen van Nepalezen die buiten de relatief welvarende vallei van Kathmandu wonen? Nee, vindt de dertigjarige Pasang Sherpa. Dus blijft de politieke activist doorgaan met het organiseren van stakingen en demonstraties die het land moeten lamleggen.

Sherpa, met sikje en gekleed in rode coltrui met spijkerbroek, is voorzitter van de Nepalese Federatie van Inheemse Nationaliteiten (NFIN). „Er zijn 59 inheemse groepen in Nepal, maar het interesseert de politieke elite in de hoofdstad geen bal hoe die minderheden leven”, zegt hij. „Wij willen dat Nepal een federale republiek wordt, waarbij regio’s zelf meer te zeggen krijgen.”

Nepal zit in een politieke overgangsfase sinds koning Gyanendra vorig jaar april de macht teruggaf aan het parlement. Een jaar eerder had Gyanendra alle macht naar zich toe getrokken, omdat de regering zich naar zijn zeggen onvoldoende inspande in het bestrijden van de maoïstische opstand. In dit overgangsproces zijn er wekelijks demonstraties en stakingen van belangengroepen die inspraak eisen, deel willen nemen aan de onderhandelingen van de interim-regering en maoïsten over de interim-grondwet. Plotseling ruiken de verschillende etnische minderheden hun kans om door te dringen tot de gesloten club van invloedrijke Nepalese beslissers die jarenlang het politieke leven in Nepal hebben gedomineerd.

Sherpa: „Het bestuur van Nepal is eigenlijk altijd in handen geweest van het koningshuis, een politieke klasse met leden van hogere kasten en een groepje invloedrijke ondernemers. Minderheden zijn nooit echt vertegenwoordigd geweest.”

Onder invloed van de organisatie van Sherpa lagen gisteren weer delen van Nepal en de hoofdstad plat als gevolg van stakingen en demonstraties. Zelf zat hij afgelopen maandag nog aan tafel met de Nepalese regering onder leiding van Girija Prasad Koirala, maar dat heeft hem er niet van weerhouden door te gaan met het op touw zetten van nieuwe protesten. Zijn verklaring is simpel: de interim-regering blijft allerlei besluiten nemen over de interim-grondwet zonder overleg met bijvoorbeeld de NFIN of het Madheshi Janadhikar Forum (MJF), een organisatie die de Madhesi, een etnische groep in Zuid-Nepal, vertegenwoordigt.

Deze maand zijn er tientallen mensen omgekomen tijdens gewelddadige botsingen tussen politie en protesterende Madhesi. Zij zijn van oorsprong Indiase immigranten (uit een ver verleden), spreken Hindi en voelen zich gediscrimineerd en verwaarloosd door de Nepalese overheid. Ook zij willen dat Nepal een federale republiek wordt en eisen meer kiesdistricten in hun regio, de Terai geheten.

Op dit moment onderhandelt de interim-regering met de maoïsten over de tijdelijke grondwet. In juni moet dan een constituerende vergadering gekozen worden die zich gaat buigen over een nieuwe grondwet. De inheemse groepen willen ook deel uitmaken van het kiescollege en eisen een proportionele vertegenwoordiging in de vergadering op basis van etniciteit.

De talrijke protesten hebben de maoïsten in een lastige positie gebracht. Voordat zij in november het vredesakkoord met de regering hadden ondertekend, hebben de maoïsten juist altijd etnische minderheden bewust gemaakt van hun achtergestelde positie. Nu zij op het punt staan aan te schuiven bij de regering, moeten de maoïsten harde noten kraken en kunnen zij de demonstraties moeilijk negeren.

In een kale kamer op de derde verdieping in een van de gebouwen van het parlement bevestigt Dev Gurung de problematiek van de etnische minderheden. Gurung is een van de leiders van de maoïsten die met de regering onderhandelt. Hij zegt: „Wij hebben de etnische groepen altijd gewezen op hun situatie, altijd gezegd dat Kathmandu te weinig rekening hield met hun verlangens. Dat zal de nieuwe regering nu wel moeten doen.”

Volgens een deze week verschenen publicatie van de denktank International Crisis Group is het noodzakelijk dat de Nepalese regering gehoor gaat geven aan de eisen van de verschillende groepen. Wil het proces rond het opzetten van de constituerende vergadering goede voortgang maken dan moet het wel door alle lagen van de bevolking gesteund worden. De grondwet zou daarbij de weg moeten vrijmaken „voor meer representatieve staatsstructuren”.

Politiek commentator C.K. Lal, zelf een Madhesi, is het daar mee eens. „Nepal is altijd door een exclusieve kliek geregeerd”, vindt hij. „En tegen die club bestaat grote weerstand. Er is een nieuwe orde op komst, dus is het logisch dat de minderheden proberen een voet tussen de deur te krijgen.”

Lal wijst ook op het belang dat etnische identiteit speelt in een traditionele maatschappij als die van Nepal. De overheid in Kathmandu, politieke partijen en vakbonden zijn volgens hem altijd ver weg geweest voor grote delen van de bevolking die in afgelegen gebieden wonen. En als de overheid en andere organisaties zo goed als afwezig zijn, dan gaan etnische banden een belangrijkere rol spelen.

Lal zegt: „De groep waartoe je behoort, geeft je bescherming, zorgt voor je. Ik vermoed dat de regering zal proberen de minderheden buiten de deur te houden. Die wil haar macht niet delen. Het wordt interessant om te zien wat de maoïsten doen. Zij hebben etniciteit altijd voorop gesteld, maar willen nu graag gaan meeregeren.”