‘In Nederland voelt het benauwd’

Koningin Beatrix bezocht gisteren gepensioneerde Turkse remigranten. Steeds meer Turken verlaten ver voor hun pensioen „het benauwde” Nederland.

Ankara, 1 maart. - Hij komt net terug uit Moskou, en vanavond vliegt hij naar Izmir. Maar nu is Bahadir Felek (50) even op zijn kantoor in een buitenwijk van Ankara. Aan de muur hangen afbeeldingen van vader des vaderlands Atatürk naast foto’s van zijn familie. Op een kastje in een hoek staan twee klompjes van Delfts blauw porselein, een molentje en een miniatuur van de Londense Tower Bridge. Felek remigreerde vanuit Nederland naar Turkije, zijn geboorteland.

In Turkije heeft hij de afgelopen jaren een bedrijf opgebouwd dat elektronica repareert, vooral pinautomaten uit het Midden-Oosten en Rusland. In een hal staan er tientallen naast elkaar. En er ligt een berg afgedankte beeldschermen. Feleks bedrijf heeft vestigingen in Ankara, Izmir en Istanbul.

Het aantal Turken dat Nederland verlaat is in vijf jaar meer dan verdubbeld, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (zie grafiek). Zij gaan niet allemaal terug naar Turkije, maar de meesten wel. En het zijn niet meer alleen de ouderen, die met hun pensioen naar Turkije vertrekken, maar ook de tweede en derde generatie Turken die er een leven en een carrière willen opbouwen.

In zekere zin is er sprake van een braindrain, zegt Erdinç Saçan van de vereniging voor Turkse studenten in Nederland. „Want de mensen die weggaan, die kunnen vaak iets, die zien kansen en hebben de wil om hard te werken.” Dat bevestigt Bahadir Felek. „Als je niks hebt, is het hier geen paradijs.” Maar ze kiezen ook voor het sociale leven dat rijker is in Turkije, zegt Saçan. „In Nederland stopt het leven om zes uur, maar in Turkije begint het dan.”

De meeste jonge remigranten trekken naar Istanbul, het economische centrum van Turkije. Daar leidt Savas Avci (37) sinds vijf jaar een servicekantoor voor de Nederlandse zorgverzekeraar Agis, waar zo’n vijftig mensen werken. Het kantoor helpt Turken en Nederlanders bij het regelen van verzekerde zorg in Turkije, zoals staar- en prostaatoperaties.

Avci vindt Turkije „dynamischer” dan Nederland. „Daar gaat de winkel stipt om twee voor zes dicht, hier verkoopt nooit iemand nee. Het gaat 24 uur per dag door.” Dat heeft ook nadelen. De rust die hij uit Nederland kent, is hier moeilijker te vinden. „Zaterdag je koelkast vullen en zondag uitrusten; dat bestaat hier niet. Je weet nooit wanneer je rust hebt.”

Avci ziet zichzelf als naar Turkije geëmigreerde Nederlander, hij woonde van zijn tiende tot zijn 32ste in Nederland. Maar de afstand tot Nederland is gegroeid. „Ik vind soms dat Nederland is blijven hangen in oud-nieuws verhalen. Als ik in Nederland ben hoor ik op de radio over allochtonen-dit, allochtonen-dat. En het gaat steeds over de hoofddoekjes. Op verjaardagen moet ik dat nog altijd uitleggen. Daar wil je niet meer op aangesproken worden.” Avci kent veel jonge Turkse Nederlanders die mede daarom Nederland hebben verlaten. „Ze willen geen deel uitmaken van de maatschappij waarin ze anders zijn.”

En dat vindt Avci erg. Nederland is van alle Europese landen nog steeds het geliefdst bij Turken, zegt hij, maar zij maken zich ook zorgen om de ontwikkelingen. „De tweede en derde generatie Turken moeten trots zijn dat ze in Nederland hebben gewoond. Maar ze hebben net te weinig liefde voor Nederland overgehouden om het land in Turkije goed te kunnen vertegenwoordigen.” En in die zin zijn de zaken voor Avci omgedraaid. „Vroeger maakte ik me zorgen over het imago van Turkije in Nederland, nu maak ik me zorgen over het imago van Nederland in Turkije.”

Ook Bahadir Felek vindt dat Nederland in ongunstige zin is veranderd. „Ik heb ongelooflijk veel aan Nederland en de Nederlanders te danken, maar toen ik als achttienjarige in Veendam aankwam was ik mij er niet continu van bewust dat ik een Turk was, en nu wel.” Felek denkt dat Nederlanders onzeker zijn, omdat er aan hun sociale zekerheid wordt geknaagd. „Onzekere mensen zoeken een zondebok. Daardoor voelt het soms benauwd in Nederland.”

Op de Europese Unie blijft Turkije niet eeuwig wachten, zegt Bahadir Felek. In het regeerakkoord staat dat de focus nu moet liggen op de integratie van huidige leden. Aspirant-leden zouden een soort deellidmaatschap moeten kunnen krijgen. Maar de Turken willen niet eeuwig op de proef gesteld worden voordat ze volwaardig lid mogen worden. „Europa staat op het punt Turkije te verliezen”, zegt Bahadir. Dat is zonde, vindt hij. „Dit land heeft enorme potentie, we werken hard en zijn een democratie. Maar het blijft gaan over dat wij moslims zijn, terwijl kerk en staat hier gescheiden zijn. Wat wij geloven is privé.”

Een paar dagen voor koningin Beatrix begon aan haar staatsbezoek in Turkije, besteedde de Turkse televisie aandacht aan Nederland. Maar het ging niet over de koningin, het ging over Geert Wilders, Kamerlid voor de Partij voor de Vrijheid. Wilders vindt dat de kabinetsleden maar één nationaliteit moeten hebben: de Nederlandse. Dat zijn de Turkse Nederlanders Savas Avci en Bahadir Felek met hem eens.

Bahadir: „Natuurlijk moet je je Turkse paspoort inleveren als je in de regering zit.” Savas Avci: „Je moet duidelijk maken dat je maar één belang dient, ook aan de mensen die op je hebben gestemd.” Maar een andere uitspraak van Wilders, dat er niet meer moslims in de regering moeten komen, begrijpen zij niet. Avci: „Als moslims er zijn, moeten ze vertegenwoordigd worden.” Funda Ozkan, columniste van de Turkse krant Radikal, denkt niet dat de uitspraken van Wilders veel indruk maken in Turkije. „De regering neemt hem niet serieus.” De Turken zijn er ook nauwelijks door beledigd, zegt zij. „Hij mag dit vinden.”