Halve excuusjes

Zoals je vroeger de eerste weken van een nieuw schooljaar overijverig begon, – strakgekafte boeken, nieuwe geodriehoek – zo zijn ook de oppositieleiders van Balkenende IV in topvorm. Het regent moties. Moties die moeten bewijzen dat de VVD alive and kicking is (motie-Rutte over medisch-ethische koers), moties die louter provocerend zijn en media-aandacht moeten genereren (motie-Wilders over dubbele nationaliteiten; de non-discussie weet alle media te domineren), en moties die oude, netelige kwesties uit de doofpot willen halen (motie-Marijnissen over parlementair onderzoek naar steun voor Irakoorlog).

Begrijpelijk dat Balkenende daar geen zin in heeft en zelfs Bos heeft weten te overtuigen van het belang van de doofpot: „Luister Wouter, in Engeland pleegde een defensieambtenaar er zelfmoord om, en Irak zal Bush zijn Waterloo blijken. Als jij nog aan deze regering wilt meedoen, zonder gelijk op dag één al door alle media in binnen- en buitenland bestookt te worden met ouwe koeien, dan stem je er mee in dat er géén onderzoek komt. Hoe kunnen wij samen aan het werk gaan als dit soort gezeik ons gelijk van ons werk komt houden? Natuurlijk, die Irakoorlog deugde van geen kant, maar met de kennis van toen, blablabla, goede banden met de VS, de Amerikanen hebben ons destijds ook bevrijd, blablabla.”

Misschien heeft hij wel gelijk. Wat zou een parlementair onderzoek uiteindelijk opleveren? Een ernstige Balkenende in beeld met een half excuusje, „maar met de kennis van toen, blablabla”. En over een paar jaar zal de oppositie vragen om een onderzoek naar de besluitvorming rond Afghanistan, waarvan iedereen met enig gezond verstand toen al kon zien dat alleen Boris Dittrich het bij het rechte eind had. Maar de uitkomst zal dezelfde zijn: Balkenende in beeld met een half excuusje: „inderdaad, maar met de kennis van toen, blablabla.”

„Geschiedenis in onze tijd bestaat er louter nog uit dat zij de adressen verzamelt voor toekomstige schadeclaims”, schrijft filosoof Peter Sloterdijk in Het Kristalpaleis. ‘En voor halve excuusjes’, kun je daar aan toevoegen.

Christiaan Weijts

Winnaar Anton Wachterprijs 2006 met zijn boek Art. 285b.