‘Er heerste daar een grote angst’

Na olijke DDR-films als ‘Good Bye Lenin’ wilde Henckel von Donnersmarck de grimmigheid tonen.

„De DDR is nog niet volledig verwerkt.”

München 1997. De jonge student aan de filmacademie is net in de stad gearriveerd en woont tijdelijk in bij zijn tante. Hij staat onder druk. In acht weken moet hij van zijn docent veertien ideeën voor een film verzinnen. Ten einde raad gaat hij op een avond in zijn kamer op de grond liggen. Naast zijn cassetterecorder. Hij luistert naar de Mondschein-sonate van Beethoven en wacht op inspiratie.

Opeens schiet hem een legende te binnen over Lenin en een andere sonate van Beethoven, de Appassionata. Lenin zou ooit tegen zijn goede vriend Maksim Gorki hebben gezegd dat hij niet te vaak naar de Appassionata kon luisteren omdat hij mensen daarna alleen nog maar over hun hoofd zou kunnen aaien. Na de Appassionata is Lenin, naar eigen zeggen, niet meer in staat „zonder mededogen op hoofden in te slaan” om zo de revolutie tot een goed einde te brengen.

Het moet mogelijk zijn, denkt de student, om Lenin te dwingen naar de Appassionata te luisteren. Hij ziet het meteen voor zich: een man bindt de strijd aan met zijn menselijkheid omdat hij iets moet horen dat hij niet wil horen. In het hoofd van de student gaat het nu heel snel. Binnen een paar minuten verzint Florian Henckel von Donnersmarck de complete plot voor een avondvullende speelfilm. Een geheim agent in de DDR luistert een vermeende vijand van de revolutie af en wordt onwillekeurig meegezogen in een leven dat hij niet kent. Een leven waarin kunst en warmte een centrale rol spelen. Een leven dat zijn eigen bestaan ter discussie stelt. Het leven van de anderen.

Negen jaar na de brainwave op de studentenkamer aan de Ismaninger Strasse won Das Leben der Anderen, het speelfilmdebuut van Henckel von Donnersmarck (regie en script) deze week de Oscar voor Beste Buitenlandse Film. Het is niet de eerste film over de DDR die furore maakt. Eerder groeiden Sonnenallee (1999), van regisseur Leander Haussmann, en Good Bye Lenin (2003), regie Wolfgang Becker, uit tot kassuccessen.

Die films, komedies waarin de olijke kanten van het dagelijkse leven in de socialistische dictatuur werden gevierd, forceerden een doorbraak in de manier waarop Duitsland terugblikte op het mislukte socialistische experiment. Nadat de dictatuur jarenlang was verketterd, openden de komedies opeens de ogen voor de onschuldige, de tragikomische kanten van het bestaan in de DDR.

Das Leben der Anderen is geen komedie. Het is een aangrijpend melodrama, waarin grote gevoelens een hoofdrol spelen. Angst. Loyaliteit. Lijfsbehoud. Liefde. Het is een film over de donkere kanten van de ziel en de schaduwkanten van de dictatuur. De DDR beschikte over een immense geheime dienst. Het Ministerium für Staatssicherheit, de Stasi, was, gemeten naar de omvang van de bevolking, de grootste geheime dienst in een socialistische dictatuur. Het apparaat hield de eigen bevolking in bedwang door middel van een fijnmazig netwerk verklikkers, de Informelle Mitarbeiter (IM’s) en door het langdurig afluisteren van vermeende tegenstanders van het regime.

Na de Wende werden de archieven van de Stasi geopend en werd menigeen als IM ontmaskerd. Anderen weten hun heimelijke activiteiten van destijds tot op de dag van vandaag geheim te houden. Ook zestien jaar na de eenwording worden nog mensen als IM ontmaskerd.

De Stasi-medewerkers in vaste dienst bouwden na de Duitse eenwording een nieuw bestaan op. Hun onderlinge netwerken, hun Seilschaften, bleven intact. Een aantal voormalige officieren vecht, met het levenseinde in zicht, tegenwoordig voor rehabilitatie. De Stasi was, zeggen ze, geen mensonterende tak van de dictatuur, maar een humane geheime dienst. Ze zoeken de confrontatie met politici en voormalige gevangenen.

Stasi-kapitein Gerd Wiesler, ijzingwekkend onderkoeld gespeeld door Ulrich Mühe, krijgt in Das Leben der Anderen de opdracht om de gevierde schrijver Georg Dreyman (Sebastian Koch) af te luisteren, die samenwoont met de actrice Christa-Maria Sieland (Martina Gedeck). De opdracht is indirect afkomstig van minister Bruno Hempf, die zich, zo blijkt snel, in het geheel geen zorgen maakt over de ideologische zuiverheid van de schrijver. Hij wil de actrice schaken en wil daarom weten of haar vriend iets op zijn kerfstok heeft. In een handomdraai wordt de woning van het kunstenaarsduo in Oost-Berlijn met afluisterapparatuur volgehangen. Kapitein Wiesler neemt zijn intrek op de zolder van het appartementengebouw en volgt met behulp van een koptelefoon het leven dat zich onder hem afspeelt. Wat hij noodgedwongen hoort, verandert zijn leven.

In de loop van de film pleegt iedereen verraad. Wiesler verraadt zijn superieuren. Dreyman verraadt het socialisme. En actrice Sieland, in de film aangeduid als CSM, verraadt haar geliefde. Deze DDR is niet komisch.

Regisseur Florian Henckel von Donnersmarck (33) werd geboren in West-Duitsland, maar kent de DDR uit eigen ervaring. Zijn moeder stamt uit Maagdenburg. In de jaren tachtig, de periode waarin de film speelt, woonde de familie in West-Berlijn. „Ik ben opgegroeid met de tweedeling van Duitsland. West-Berlijn was een eiland in de DDR. De Muur was in mijn leven alom present. Als we op familiebezoek gingen in Oost-Duitsland of in Oost-Berlijn dan reisden we door de DDR en moesten de grens passeren. Dat heeft een enorme indruk op me gemaakt. Het was daar niet grappig. Er heerste grote angst.

„Ik wilde een verhaal vertellen dat gesitueerd is in een wereld die ik meegemaakt heb. De nazitijd is al zo ver weg dat het er niet meer toe doet of je een verhaal in 1941 situeert of in de Trojaanse Oorlog: het is allemaal geschiedenis. Maar de DDR is nog geen geschiedenis. Op politiek niveau is veel over de DDR gesproken. Maar op een menselijk niveau is het nog een taboeonderwerp. De DDR is nog niet volledig verwerkt. Dat merk ik elke dag.”

Het fictieve drama over angst en verraad in de DDR van Henckel von Donnersmarck ontrolt zich heel langzaam. Bijna traag. Het decor is leeg. Felle kleuren ontbreken. In het rustige beeld schuilt een deel van de emotionele kracht van de film.

„Ik heb anderhalf jaar fotoboeken van de DDR bestudeerd. Fotografie was de enige kunstrichting die in de DDR niet gecensureerd werd. We ontdekten dat er in de DDR veel groen was, veel grauw en veel bruin. Oranje kwam vaker voor dan rood. Blauw kwam helemaal niet voor. We hebben dat basispatroon versterkt doorgevoerd: in de film komt geen blauw en geen rood voor. We hebben de decors precies zo gebouwd dat we in het laboratorium niets meer hoefden bij te kleuren. Het is heel belangrijk dat een film een eenvormig beeld heeft.

„Alles wat je in de film ziet, bestond in de DDR, maar niet alles wat in de DDR bestond zie je in de film. Ik wilde niet al die beroemde oude producten in de film persen. Dat zou storen, onrustig worden. Het moest een organisch beeld worden.

„Ik wilde ook een mooie film maken. Wat niet mooi was heb ik weggelaten. De strijdbare socialistische leuzen komen daarom niet voor. Het moest, ondanks het zware onderwerp, ook een elegante film worden. Ik wilde een visuele wereld creëren die een eenheid vormde, die dwingend, overtuigend is.”

Om de beleving van de jaren tachtig te perfectioneren maakte Henckel von Donnersmarck geen gebruik van digitale techniek. Het geluid is analoog opgenomen. Alle drukwerk is met de hand gezet. „De film speelt in 1984. Toen bestond de videoclipkunst van MTV nog niet. Ik wilde de kijker vrijwaren van computereffecten. Al is de digitale ingreep nog zo klein, je merkt het. Ik wilde de kijker de moeizame computerwereld besparen in de hoop dat hij dan ook bereid zou zijn de harde thema’s uit de film te accepteren.”

De vraag rijst waarom het zestien jaar moest duren voordat er een film was die, zonder fluwelen handschoenen, de donkerste facetten van de Duitse socialistische dictatuur aanpakt. Waarom kwam niemand eerder op het idee een film te maken over de Stasi?

„Verhalen vertellen, een film maken, is een spel. Het is een speelse omgang met een onderwerp. Als je erg verkrampt bent, dan kun je niet spelen. In 1989 had iedereen een zeer gespannen verhouding tot de DDR. Tegenwoordig wordt die relatie meer ontspannen en kun je, misschien, een beetje met het onderwerp spelen.”