De kletskoek van Ronald Sörensen

In zijn bijdrage ‘In Rotterdam gaat het al fout’ (Opiniepagina, 27 februari) vervuilt Ronald Sörensen het debat over de dubbele nationaliteit met voorbeelden uit de Rotterdamse politiek die daar niets mee te maken hebben. Hij geeft vier voorbeelden uit de praktijk van de gemeenteraad om zijn bewering te staven dat dubbele nationaliteiten ook dubbele loyaliteiten opleveren. Vier keer is het kletskoek.

Voorbeeld 1: ‘Er is door iemand met een dubbele nationaliteit, een motie ingediend die mensen met een uitkering in staat stelt voortaan twee weken langer op vakantie te blijven.’

Ik vind dit een suggestieve bewering. Mogen raadsleden met een dubbele nationaliteit geen moties indienen? Zorgen raadsleden met een dubbele nationaliteit beter voor bijstandsgerechtigden die wat langer op vakantie willen?

Wat is er wel gebeurd? De PvdA heeft een motie ingediend die het mogelijk maakt dat burgers met een uitkering van de sociale dienst een beperkt aantal keren en op eigen kosten langer naar het buitenland kunnen als ze de zorg voor een familielid in Nieuw Zeeland, Ierland of Turkije op zich nemen. Wie een betaalde baan heeft, kan wel zo’n langer verblijf bij verwanten regelen, maar bij de sociale dienst geldt voor verblijf in het buitenland een maximum van vier weken. De PvdA Rotterdam heeft hiermee willen aansluiten bij de praktijk in enkele andere steden. Het vorige kabinet heeft een voorstel met deze strekking naar de Kamer gestuurd. Voorzover ik weet zaten in dat kabinet geen bewindslieden met een dubbele nationaliteit. Misschien omdat het één niets met het ander te maken heeft?

Voorbeeld 2: ‘Er volgden meer moties met een cliëntelistische strekking. Zo worden ambtenaren weer benoemd via positieve discriminatie’.

Dat is niet waar. Wat is er wel gebeurd? De PvdA heeft een motie ingediend die ervoor moet zorgen dat de gemeente aan jonge Turkse, Marokkaanse, Chinese en Surinaamse Rotterdammers laat zien dat ze een interessante werkgever is. Dat heet: werken aan diversiteit. Die aanpak moet ervoor zorgen dat het personeelsbestand een mooie afspiegeling wordt van de bevolkingssamenstelling. Niet door positieve discriminatie, maar door slimmer onder de nieuwe doelgroepen te werven.

Voorbeeld 3: ‘Er is weer veel extra subsidie voor mono-etnische en moslimorganisaties’

Weer? Veel? De PvdA wil Rotterdamse zelforganisaties steunen, die emancipatie van burgers tot hun ‘core business’ rekenen. De zelforganisatie kan voor een bepaalde groep burgers het broodnodige duwtje in de rug zijn op weg naar meer contacten in de Nederlandse samenleving.

Voorbeeld 4: ‘Aan de balie van de deelgemeente Feijenoord wordt weer Arabisch en Turks gesproken.’

Nou en? Als een Turkse Rotterdammer van 67 jaar zich bij die balie meldt met een vraag of klacht en hij heeft nooit de kans gehad zich Nederlands eigen te maken dan is het een kwestie van service als een tweetalige ambtenaar hem in zijn eigen taal te woord staat.

Dit onderstreept alleen maar de noodzaak om het Deltaplan Inburgering en Taal van het Rotterdamse stadsbestuur door te zetten. Want iedereen heeft er last van als mensen slecht Nederlands spreken. Vooral deze mensen zelf.

In Rotterdam gaat het sinds 7 maart 2006 beter dan in de periode daarvoor. Het provoceren en verdacht maken van groepen en geloven is er niet meer bij. Wel houden we vast aan de strikte aanpak van inburgeren. Maar dan in combinatie met een sociaal programma dat Rotterdammers uitdaagt zich in te zetten voor de stad en het beste uit zichzelf te halen. Die opdracht van de Rotterdammers hebben wij wel en Leefbaar Rotterdam jammer genoeg niet begrepen.

Peter van Heemst is voorzitter van de Rotterdamse raadsfractie van de PvdA.