Balkenende doet handreiking aan de oppositie

Het nieuwe kabinet van CDA, PvdA en ChristenUnie wil met de oppositie samenwerken aan de toekomst van Nederland. „We willen hierbij nadrukkelijk ook partijen buiten de coalitie betrekken die de constructieve dialoog zoeken.”

Dat zei premier Balkenende (CDA) vanmorgen in de Tweede Kamer. Namens het nieuwe kabinet legde hij daar de regeringsverklaring af. De oppositie ziet in de woorden van Balkenende „een perspectief voor samenwerking”, zoals fractievoorzitter Marijnissen (SP) zei. VVD-leider Rutte noemde zowel het regeerakkoord als de regeringsverklaring „vaag”. „Het kabinet vlucht naar de samenleving in plaats van zelf het initiatief te nemen”, aldus Rutte.

Het debat, dat vanmiddag zou beginnen, staat voor een deel in het teken van de verkiezingen voor de Provinciale Staten, op 7 maart. De Statenleden kiezen eind mei de leden van de Eerste Kamer. De fractievoorzitters van VVD en SP in de senaat hebben al aangekondigd dat, als de coalitie geen meerderheid haalt, zij in de Eerste Kamer voorstellen van het vierde kabinet-Balkenende kunnen blokkeren. Balkenende riep SP en VVD gisteravond tijdens een partijbijeenkomst in Brunssum op „volwassen politiek” te bedrijven.

De Partij voor de Vrijheid (PVV) van Geert Wilders zou vandaag een op voorhand omstreden motie van wantrouwen indienen tegen de staatssecretarissen Albayrak (Justitie) en Aboutaleb (Sociale Zaken, beiden PvdA). De motie werd de afgelopen week hevig bekritiseerd door de andere partijen. VVD-leider Rutte, die ook tegen dubbele nationaliteiten is, vindt dat Albayrak „een unieke kans heeft laten liggen” door niet eenduidig te kiezen voor de Nederlandse nationaliteit, maar zal de motie van Wilders niet steunen. Het CDA verwijt de VVD twee weken geleden nog een voorstel ter voorkoming van de dubbele nationaliteit niet te hebben gesteund.

Balkenende nam afstand van de kritiek op het coalitieakkoord, dat volgens velen te veel de nadruk legt op gemeenschapszin. „Het benutten van kansen is in de eerste plaats een eigen verantwoordelijkheid”, zei hij. „Maar tegelijkertijd moet iedere mens kunnen rekenen op een helpende hand en een steun in de rug als men er op eigen kracht niet uitkomt.” Volgens de premier is „meer nodig dan ruimte voor individuele ontplooiing”.

Balkenende zei dat „het gelijkheidsbeginsel geen dwangbuis mag worden”. „Mensen, organisaties, gemeenten en provincies verdienen vertrouwen om op eigen schaal hun eigen oplossingen te bedenken”, zei hij.

Volgens de premier bieden de doelstellingen van zijn kabinet „perspectief op een land dat een constructieve speler in de wereld is, met een sterke, vernieuwende economie die steeds schoner wordt (...). Bij dit alles past een overheid die zich niet opstelt als hindermacht of albedil, maar als bondgenoot en partner.”

Balkenende greep terug op de hervormingen die zijn eerdere kabinetten doorvoerden. „Er is sprake van een goede uitgangssituatie om de toekomst met vertrouwen tegemoet te zien. Er is een solide financiële basis, de sociale zekerheid is over een reeks van jaren hervormd, met meer accent op activering. Het zorgstelsel is op een nieuwe leest geschoeid. De economie groeit gestaag en het aantal banen neemt toe”, aldus de premier.

kamerdebat:pagina 3