Zinvol bestaan

Graciosa is de meest actieve president die Niemandsdorp ooit heeft meegemaakt. Elk gehucht kent een president en al die presidenten vallen onder de Grote President van de overkoepelende gemeente. Meestal rijdt het lokale presidentje rond op een tractor, om af en toe te worden aangehouden door een dorpeling die een handtekening nodig heeft onder een aanvraagformulier. Graciosa heeft haar taak van het begin af breder opgevat. Voor de verkiezingen al beloofde zij dat zij Vila Pouca wilde opvrolijken en daar houdt zij zich aan.

Nu het Grote Hotel er is gekomen heeft Vila Pouca een eigen gezicht nodig, vindt Graciosa. Vila Pouca verdient extra aandacht, althans binnen de overkoepelende gemeente. De Grote President moet meer centen naar het dorp doorsluizen, voor een grote schoonmaak en vooral voor meer blijheid. Die rare gehuchten verderop, met hun eeuwige kapsones en verstoken van een Groot Hotel, verdienen een kleinere hap uit de begrotingskoek. Vila Pouca mag niet langer het stiefkind zijn.

Graciosa is de dochter van de man die dertig jaar lang de president van Niemandsdorp was, met een onderbreking van maar één termijn, toen de verderfelijke socialisten aan de macht waren. Vier jaar lang tufte António, die zich nooit waste, als rooie president rond op zijn tractor. Meteen na de verkiezingen had hij het al verbruid.

Graciosa werd met grote meerderheid herkozen. Zij kent het klappen van de zweep.

Nooit aanschouwde Vila Pouca een president met een groter cultureel bewustzijn. Ze zegt ‘de ambachtelijkheid’ te willen stimuleren en ‘de creativiteit’, alles om haar dorp uit de slaap te wekken. Ze heeft een folder gemaakt die de bezoekers moet wijzen op het enorme potentieel dat in Niemandsdorp aanwezig is. Twee figuren worden met name genoemd. ’t Zijn niet minder dan genieën die over de hele omtrek hun licht verspreiden. Exemplarische reuzen. De ene is de lokale blikslager en de andere ben ik.

Graciosa heeft zich ook geworpen op het kindertoneel. Ze is een hartelijke meid en meent het goed. Kinderen moeten iets om handen hebben en beseffen dat er meer is in de wereld. Ziedaar haar credo. Geen speld valt er tussen te krijgen. Wat een verschil met de presidenten uit de omringende gehuchten, die alleen uit zijn op gratis lunchen met de Grote President uit de overkoepelende gemeente!

Elk gehucht beschikt over een eigen dorpshuis, Casa do Povo genaamd. Daar staan de stembussen, daar vaccineert de veearts en daar spelen de jaarlijkse dorpsfeesten zich af. Cultuur wordt er niet verspreid. Hoogstens treedt er in de winter een reizende circusploeg op, maar zonder de koorddansers en de berentemmer die de oudjes zich nog herinneren. Er zijn alleen nog een dikke dame over, een karaokezanger en een man die krasloten verkoopt.

Graciosa meent het ernstig met het opstoten van haar gehucht in de vaart der gehuchten. Het wordt tijd voor een eigen toneelgroep. Het wordt tijd voor een eigen verhoging. Vrijwilligers slaan aan het timmeren. Gordijnen van rood fluweel worden genaaid. Graciosa zal persoonlijk de regie op zich nemen van het eerste toneelstuk ooit in Vila Pouca vertoond.

Gerrit Komrij