Zelfs de zon vertrouwen ze op Gitmo niet

Lang niet alle gevangenen in het Amerikaanse kamp op Guantánamo Bay zijn gelovig.

Dat hoort Arnon Grunberg tijdens zijn bezoek aan het kamp. Deel 4 van een serie.

Een dinsdagochtend op Guantánamo Bay (‘Gitmo’). Eindelijk zullen wij, vier vertegenwoordigers van de media, de gevangeniskampen betreden. Gitmo heeft iets van een bedevaartsoord waar de bezoekers langzaam worden voorbereid op het Heilige der Heiligen. Steeds weer moet je door een andere sluis, een ander obstakel; telkens word je gecontroleerd en gepurificeerd, tot je klaar bent voor het allerheiligste.

We gaan de laatste sluis door, dit is Camp Delta.

De militairen hebben de naambordjes van hun uniform gehaald of, als dat niet lukte, afgeplakt met tape. Ze vrezen dat familieleden bedreigd kunnen worden. In de kampen op Gitmo is iedereen anoniem.

De gevangenen hebben een nummer dat boven hun cel hangt. Volgens kapitein Byer, onze vaste begeleider, worden gevangenen soms aangesproken met hun nummer. Ik vermoed dat daar praktische redenen voor zijn. De namen van de gevangenen zullen voor westerlingen niet altijd even makkelijk uit te spreken zijn en veel namen zullen op elkaar lijken.

„Weten alle gevangenen hun eigen nummer?” informeer ik.

„Als we ze roepen, weten ze wie bedoeld is”, zegt de kapitein. „Ze zijn niet gek.”

Volgens een advocaat die ik op Gitmo heb gesproken, is het Amerikaanse leger er nog altijd niet in geslaagd de correcte namen van al hun gevangenen vast te stellen.

We gaan gevangeniskamp één binnen en worden een leeg cellenblok binnengeloodst. Alle gevangenen hebben de regels van het gevangeniskamp tot hun beschikking. Maar er is een verschil tussen de gevangenen die compliant zijn, oftewel zich houden aan de kampregels, en zij die dat in mindere mate of helemaal niet doen.

Positief gedrag wordt beloond met wat de autoriteiten comfort items noemen. Dat zijn bijvoorbeeld: speelkaarten, een matras, vijf pakjes zout, een bidkleed, extra wc-papier, een groot stuk zeep.

Alle gevangenen, dat wordt benadrukt, hebben een koran. Ook zij die niet bereid zijn met de autoriteiten mee te werken, kunnen hun geloof belijden. Volgens het Amerikaanse leger lijkt respect voor de gevangenen voornamelijk te bestaan uit respect voor hun geloof.

In iedere cel is een zwarte pijl getekend die in de richting van Mekka wijst. Soms staat onder die pijl de afstand tot Mekka geschreven.

Twee vertalers die voor de advocaten werken, vertellen mij later dat lang niet alle gevangenen gelovig zijn. Sommigen zijn op Gitmo van hun geloof gevallen. De vertalers benadrukken de kracht van het geloof op een plek als Gitmo, maar kennelijk is er ook nog iets anders dan religie om je aan vast te houden.

Erik Saar, die als vertaler voor het Amerikaanse leger op Gitmo werkte, beschrijft in zijn boek Inside the Wire een gevangene die zo paranoïde was geworden dat hij meende dat ook de pijl in zijn cel bedrieglijk was. Volgens hem was Mekka in de tegenovergestelde richting van de pijl. Kapitein Byer vertelt dat er nog altijd gevangen zijn die dit denken.

Dat zou betekenen dat deze gevangenen geloven dat ook de zon niet meer te vertrouwen is, dat de zon integraal onderdeel uitmaakt van het Amerikaanse leger. Je hoeft tenslotte alleen naar de zon te kijken om te weten in welke richting Mekka is. Het zou ook kunnen betekenen dat sommige gevangenen de zon nooit te zien krijgen.

We worden naar de gevangenisbibliotheek gebracht. Een wandeling van drie minuten. De gevangenisbibliotheek is een barak waar een vriendelijke, ietwat onzekere dame ons ontvangt. De gevangenen mogen twee boeken per week lenen. Ze draait haar lesje af: „Harry Potter is ontzettend populair.”

Boeken over seks en over de jihad zijn verboden. „Seks vinden de gevangenen aanstootgevend”, zegt de dame. „En poëzie is heel populair”, vervolgt ze. „Boeken met foto’s van dieren.”

Kranten mogen de gevangenen niet lezen. De autoriteiten maken knipselkrantjes die ze aan de recreatiekooien hangen. Die kranten zijn, zo zullen wij later zien, eigenlijk posters met veel foto’s.

Een paar dagen na mijn vertrek bericht The New York Times dat de autoriteiten een van die ‘kranten’ verwijderd hebben na klachten van de gevangenen. De ‘krant’ bestond voornamelijk uit foto’s van een dode Saddam en zou bedoeld zijn om de gevangenen te intimideren.

We gaan nu naar kamp 4, waar de voorbeeldige gevangenen zitten. Positief gedrag wordt beloond. Het Heilige der Heiligen. We zullen de gevangenen te zien krijgen, vanuit de verte. We zullen foto’s mogen maken, maar niet van de gezichten van de gevangenen.

„Ze reageren altijd weer anders op fotografen”, zegt kapitein Byer. En dan met de stem van een huisvader die zijn gezin toespreekt: „Denk erom, het is geen dierentuin.”

Lees de vorige afleveringenop www.nrc.nl/kunst