Wellink gaat zelf te ver

De president van de Nederlandse centrale bank heeft zich in het debat gemengd over de toekomst van ABN Amro. Nout Wellink heeft TCI ter verantwoording geroepen, omdat het hedgefonds de bank in een brief heeft gevraagd een opsplitsing te overwegen. Dat is volgens Wellink „een brug te ver”.

Die beeldspraak is leuk gevonden, maar Wellink slaat de plank mis. Hij zou wellicht een punt hebben gehad als de topman van TCI, Chris Hohn, bestuurszetels bij ABN Amro zou hebben opgeëist. Toezichthouders hebben de plicht beleggers de maat te nemen die uit zijn op een invloedrijke positie in het bestuur van een bank.

Maar TCI lijkt op dit moment helemaal geen formele invloed te begeren of nodig te hebben om druk op ABN Amro uit te oefenen. Dat komt doordat het fonds is opgetreden als een soort bliksemafleider voor de beleggersgemeenschap. Anderen hebben er al eeuwen naar uitgezien dat ABN Amro haar strategie verandert. De rol van TCI is als die van de jongen uit het sprookje over de keizer die geen kleren aanheeft: het fonds zegt eenvoudigweg in het openbaar wat niemand voorheen had durven zeggen.

En wat betreft het schrijven van brieven en het op tafel leggen van resoluties voor de aandeelhoudersvergadering: dat zijn zo’n beetje de enige stokken die aandeelhouders van Nederlandse bedrijven hebben om het bestuur mee te slaan. Op grond van het absurd ‘managementvriendelijke’ Nederlandse ondernemingsrecht kunnen aandeelhouders bestuurders niet verwijderen, omdat die worden benoemd door de commissarissen. En hoewel die wel kunnen worden afgezet, is het in de praktijk heel lastig dat te doen. In het geval van een bank is dat waarschijnlijk zelfs onmogelijk.

Als er al iemand ‘een brug te ver’ is gegaan, is dat ABN-topman Rijkman Groenink. De vijandigheid die hij nu ervaart van de kant van beleggers vloeit voort uit zijn besluit van twee jaar geleden om een geografisch toch al diffuse bank uit te breiden naar Italië door een vijandig bod te doen op Antonveneta. Het zou waarlijk ironisch zijn als hij een toezichthouder zou inschakelen om hem te beschermen tegen de gevolgen van die beslissing. Groenink trotseerde immers publiekelijk de Italiaanse toezichthouder toen hij zijn bod uitbracht.

Als hij een verdediging langs deze lijnen overweegt, moet Groenink zich nog maar eens achter de oren krabben. Hij moet zijn strategie rechtvaardigen op basis van de waardering. En als hij dat niet kan, moet hij die strategie wijzigen.

Jonathan Ford

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com.Vertaling Menno Grootveld