Verzet Irak zal niet buigen voor Bush

Donald Stoker meent dat president Bush nog een goede kans maakt succes te boeken in Irak (Opiniepagina, 14 februari). Door het sturen van extra Amerikaanse troepen kunnen de opstandelingen doorslaggevend verslagen worden. Stoker baseert deze mening op ervaringen uit het verleden, die aantonen dat opstandelingen zelden zo succesvol zijn als het publiek gelooft.

Op Stokers betoog valt echter flink wat af te dingen. Zo wordt volgens hem het Amerikaanse verlies in Vietnam geheel ten onrechte toegeschreven aan de opstand van de Vietcong.

Het was, betoogt hij, het reguliere Noord-Vietnamese leger dat in 1975 uiteindelijk de zege wist te behalen. Met deze bewering maakt Stoker juist dezelfde misvatting als de Amerikaanse strategen ten tijde van de Vietnamoorlog. Er werden weliswaar enkele tactische successen behaald tegen de guerrillastrijders van de Vietcong, maar een beslissende overwinning bleef uit.

Deze paradox is te verklaren met behulp van Kissingers uitspraak „the guerrilla wins if he does not lose. The conventional army loses if it does not win”. Het is juist de aard van een guerrillabeweging om de tegenstander op een indirecte manier te bestrijden. In Vietnam gebeurde dat door de uitholling van het Amerikaanse militaire, politieke en maatschappelijke moreel. Voor de opstandelingen zijn kleine tactische verliezen daarbij acceptabel. Het gaat er niet om de tegenstander te verslaan, het gaat erom de strijd vol te houden. Stoker bagatelliseert het feit dat de strategie van de lange adem een bewuste keuze van guerrilla’s is.

Terug naar Irak. Ook hier wordt de Amerikaanse staying power zwaar op de proef gesteld. De sektarische burgeroorlog wordt steeds grimmiger en de binnenlandse steun voor de Amerikaanse inzet in deze oorlog daalt met de dag. Bush heeft haast. Met de verkiezingen van 2008 in het vooruitzicht wil hij door middel van meer troepen Irak nog snel pacificeren. Wij geloven dat de vijftien procent extra eenheden nauwelijks verschil zullen maken. Uitgerekend de nieuwe Amerikaanse counterinsurgency handleiding zegt dat voor de pacificatie van een land als Irak juist nog veel meer troepen nodig zijn (ongeveer een half miljoen). Belangrijker nog, deze doctrine legt ook de nadruk op het belang van een langdurige aanwezigheid van zo’n troepenmacht. Stoker beaamt dit door te zeggen dat er voor het verslaan van een opstand acht tot elf jaren nodig zijn. En daar trapt hij weer in dezelfde val als de Amerikanen in Vietnam. Bush heeft de wil om zijn Irakbeleid voort te zetten. Het is twijfelachtig of een nieuwe regering dit impopulaire beleid overneemt; waarschijnlijk niet. Bewijs hiervoor kan onder meer worden gevonden in de afwijzing van het sturen van de extra troepen door het Huis van Afgevaardigden. Stokers opmerking dat de nieuwe strategie misschien te laat is, wordt daarmee bewaarheid. Daarmee kan worden gezegd dat de opstandelingen in Irak succesvol zijn.

Door niet te verliezen, maar de Amerikaanse politieke wil te breken, is de overwinning binnen hun handbereik.

Drs. Martijn Kitzen is verbonden aan de Nederlandse Defensie Academie en de Universiteit van Amsterdam; ir. Sjef Orbons en drs. Allard Wagemaker zijn verboden aan de Nederlandse Defensie Academie.

Het artikel van Donald Stoker is na te lezen op www.nrc.nl/opinie.