Uitspraak: minder werk, zelfde loon

De gemeente Den Haag moet brandweerlieden toestaan met behoud van salaris 48 uur per week te werken, in plaats van de huidige 54. Dat heeft de rechtbank in Den Haag gisteren beslist in een proces dat de Haagse brandweerman B. Nies met steun van vakbond AbvaKabo FNV had aangespannen.

De vakbond beschouwt dit als een proefproces, dat ook voor andere gemeenten moet gelden. Die wilden zich daar echter vooraf niet op vastleggen. Sinds ruim drie jaar hebben Nederlandse brandweermannen een conflict met hun werkgevers over de roosters. Zij werken gemiddeld 54 uur per week, terwijl de wettelijke maximum werkweek 48 uur is. Een deel van die tijd zijn zogenoemde slaapdiensten, waarbij de brandweermannen op de kazerne slapen en soms moeten uitrukken.

Gemeenten telden deze uren niet mee voor het vaststellen van de maximum werktijd, maar het Europees Hof besliste in 2003 in een zaak over artsen, dat deze diensten ook als werk tellen.

Veel gemeenten, waaronder ook Den Haag, waren wel bereid over te stappen op roosters van 48 uur, maar dan tegen een lager loon. De Europese rechter liet zich immers alleen uit over maximum arbeidstijden, niet over loon.

De Nederlandse rechter heeft nu bepaald dat brandweerlieden voorlopig hetzelfde loon krijgen voor 48 uur werk, ook als de verhouding tussen werken en wachten binnen de diensten ongewijzigd blijft. Den Haag wilde de brandweermannen gaan betalen volgens het nieuwe algemene betalingssysteem, waarin werken beter beloond wordt dan wachten. Brandweermannen werken in de bestaande verhouding tussen werken en wachten zo weinig, dat ze er bij een werkweek van 48 uur in salaris op achteruit zouden gaan.

Wel zei de rechtbank dat deze situatie niet onbeperkt geldt. Kort gezegd is het de gemeente toegestaan om een nieuw rooster in te voeren – in overleg – en zullen brandweermannen daarin meer moeten werken om hetzelfde loon te krijgen. Dat de gemeente tot die tijd voor minder werk wél hetzelfde moet betalen, komt omdat ze niet tijdig heeft gereageerd op de uitspraken van het Hof en de daaropvolgende wijzigingen van de Nederlandse wetgeving. Als goed werkgever had ze een zodanig nieuw rooster moeten maken dat brandweermannen hetzelfde kunnen blijven verdienen als nu.

Vakbond AbvaKabo FNV is tevreden met de uitspraak. „Ik verwacht dat nu snel met alle gemeenten afspraken gemaakt kunnen worden”, zegt bestuurder Ruud Kuin. In twaalf gemeenten, waaronder Rotterdam, Maastricht en Eindhoven, waren al nieuwe roosters vastgesteld. „Maar veel gemeenten verscholen zich een beetje achter deze rechtszaak.” De Vereniging van Nederlandse Gemeenten liet weten dat zij de bonden binnenkort zou uitnodigen om centraal afspraken te maken.

De uitspraak is van belang voor alle gemeenten waar het brandweerpersoneel in aanwezigheidsdiensten werkt. Het gaat om ruim 3.000 brandweerlieden in circa 50 gemeenten.