Stasi-verleden als rookgordijn voor liefdesdrama

Das Leben der Anderen. Regie: Florian Henckel von Donnersmarck. Met: Ulrich Mühe, Martina Gedeck, Sebastian Koch, Ulrich Tukur, Thomas Thieme. In: 22 bioscopen.

Voor iedereen die tegenwoordig een paar dagen in Berlijn doorbrengt is een bezoekje aan het Stasi-Museum een must. Hier kan de bezoeker een beetje giechelig vaststellen dat er in het hoofdkantoor van het Ministerium für Staatssicherheit zoiets idioots als weckpotten met geurmonsters van burgers werden bewaard. In de openingsbeelden van Das Leben der Anderen is te zien hoe die verzameld werden. Verdachten (en natuurlijk kon iedereen zomaar verdacht worden van oncommunistisch gedrag) die voor verhoor werden binnengebracht, werd gevraagd op hun handen te gaan zitten, palmen naar beneden. Zweetdruppeltjes werden zo op een speciaal daarvoor op de stoelzitting aangebracht doekje opgevangen.

Deze anekdotische kijk op de geschiedenis is tekenend voor Das Leben der Anderen, groots geafficheerd als dé Stasi-film. Debutant Florian Henckel von Donnersmarck (Keulen , 1973) kreeg er zondag de Oscar voor Beste Niet-Engelstalige film voor. Eerder al won hij de European Film Award voor Beste Europese Film en de belangrijkste Duitse filmprijzen.

Het debuut van de adellijke ‘Wessie’ was vorig jaar een enorm succes in Duitsland. Geen schandaalsucces, zoals een jaar eerder Der Untergang. Toen ging het publieke debat erom of je Hitler als mens mocht afbeelden. Op Das Leben der Anderen kon eigenlijk niemand iets tegen hebben.

Hij past in een reeks films waarin wordt geprobeerd een houding te vinden ten opzichte van het recente Duitse verleden, vóór de val van De Muur in 1989. Films als Sonnenallee en Goodbye, Lenin! keken met goedmoedige nostalgie naar vroeger. Ostalgie werd dat genoemd.

Das Leben der Anderen is grimmiger. Maar je zou nog een stap verder moeten gaan dan de Duitse critici die de kijk van de film op het verleden nog steeds te rooskleurig vinden. Eigenlijk heeft Henckel von Donnersmarck weinig over Oost-Duitsland te beweren. Zijn film ontbeert een eigen kijk op het Stasi-verleden. Het beeld dat erin geschetst wordt van de Oost-Duitse geheime dienst, waarbij de ene helft van de bevolking de andere helft in de gaten hield, wordt vooral geschraagd door Stasi-trivia. Zoals die geurmonsters, Trabantjes en grijze en grauwe kleding en interieurs. Heel veel feitjes kloppen, zodat misschien ten onrechte de indruk ontstaat dat we hier met een historisch correct politiek document van doen hebben.

Maar Von Donnersmarck gebruikt – misbruikt zou je misschien zelfs moeten zeggen – die geschiedkundige setting om andere verhalen te vertellen. Dat van de jager die op zijn prooi verliefd wordt bijvoorbeeld, zoals de doorgewinterde Stasi-informant Gerd Wiesler (een fenomenale Ulrich Mühe) op de labiele actrice Christa-Maria Sieland. Ook Wieslers baas, Cultuurminister Bruno Hempf heeft een oogje op de toneelspeelster. Hij ziet er geen been in om haar minnaar en de overmatig loyale theatermaker Georg Dreyman (Sebastian Koch) onder surveillance te plaatsen om hem zo uit te schakelen.

Dat deze truc van liefde in tijden van oorlog bekend is, geeft niet, ware het niet dat Von Donnersmarck zich vertilt aan zijn eigen ambitie. Want voor het hoofdthema van zijn film haalt hij weer een ander museum overhoop. Dat is ontleend aan De goede mens van Sezuan van Bertolt Brecht, over de vraag wat het betekent om een ‘goed mens’ te zijn.

Wiesler is als professionele snuffelaar al bij voorbaat fout. Maar het zal niemand verbazen dat deze Mann ohne Eigenschaften wel een geweten ontwikkelt. Hint, hint: halverwege de film geeft de in ongenade gevallen regisseur Albert Jerska de partituur van Die Sonate vom guten Menschen van Beethoven aan Dreyman als verjaardagscadeau. Wiesler luistert mee. Ook het boek dat Dreyman later aan zijn afluisteraar opdraagt heet Die Sonate vom Guten Menschen.

Zo blijkt het hele Stasi-gedoe een rookgordijn voor een klein drama, een vierhoeksverhousing tussen drie mannen en een vrouw. Een verhaal van alle tijden waarin mensen zich laten compromitteren. Een verhaal over kleine daders in plaats van grote schurken.

En zo gaat het maar door. Betekenis wordt op betekenis gestapeld. Das Leben der Anderen paart grote ambities aan groot vakmanschap. De film weet precies wat-ie moet doen om te werken. Het is een geoliede machine van veilige emoties en risicoloze, modieus morele grijstinten.

Interview met regisseur Florian Henckel von Donnersmarck op www.nrc.nl/kunst