Soberheid en hunkering aan een tafeltje

Toneel: Dood in Venetië, naar Thomas Mann. Spel: Henk van Ulsen. Gezien: 16/2 Goudse Schouwburg. Inl: 035-6217248 en www.fransvanbronkhorst.nl.

Henk van Ulsen zit achter een tafeltje en leest voor. Dat is even schrikken. Dacht je naar een toneelstuk te gaan, krijg je dit: een nauwelijks geënsceneerde voordracht. Maar die voordracht imponeert gaandeweg toch. Alleen al de leeftijd van de voorlezer boezemt ontzag in. Tachtig is acteur Henk van Ulsen, en het is geweldig dat hij een tournee nog aandurft, zeker na de slechte ervaringen die hij eerder had met Dood in Venetië .

Vier jaar geleden zou hij het al spelen, onder regie van Peter Oosthoek, maar het lukte Van Ulsen niet om de tekst uit zijn hoofd te leren. De voorstellingen moesten daarom worden afgelast. Het tafeltje met de vellen papier dat hij nu gebruikt is dus een noodoplossing. Maar het is slim bedacht van nieuwe regisseur Gijs de Lange en ook nog dramaturgisch verantwoord, want de hoofdpersoon uit Thomas Manns novelle is een schrijver aan het strand. Meer dan een boek waarboven hij een beetje zit te mijmeren heeft hij niet nodig. En meer dan een script voor wat houvast heeft Van Ulsen eigenlijk ook niet nodig. Met zijn eigen sjofele kleren aan – spijkerbroek, trui en mutsje – verandert hij in Gustav von Aschenbach, een oudere heer van stand.

Thomas Mann schreef Dood in Venetië aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Zijn hoofdpersoon gaat ten onder – en met hem de hele 19e-eeuwse beschaving. Het op Mann lijkende personage stáát voor die beschaving, lijdend en verfijnd. Net zo verfijnd als de taal die de auteur hanteert. Henk van Ulsen proeft de blanke verzen en de fraaie opeenvolging van klinkers op het puntje van zijn tong. Die tong krijgen we uitvergroot te zien, op een scherm dat close-ups van de acteur toont. Heel even toont het ook een ander. Een schim uit de film van Visconti, de onwaarschijnlijk mooie schim van een jongeling. De volmaakte jongen Tadzio is Von Aschenbachs doodsengel. Hij brengt de hunkerende schrijver ertoe in het door cholera belaagde Venetië te blijven.

Van Ulsen maakt duidelijk dat het hier om veel meer gaat dan om de verliefdheid van een oude homo op een jonge knul. Het verlangen naar absolute schoonheid teert de schrijver uit. De acteur, die toch bekend staat om zijn barokke vertolkingen, houdt zich in deze voorstelling meestal in. Omdat de bewerkers de novelle van de derde naar de eerste persoon hebben overgezet, klinkt de strijd die de schrijver met zijn hartstochten voert niettemin authentiek.

Zo’n verpletterende solo als Van Ulsens stuk gespeelde Dagboek van een Gek is dit niet. Deze leesvoorstelling is noodgedwongen bescheiden gebleven. Maar als je Van Ulsens niet-spelen eenmaal geaccepteerd hebt, waardeer je die soberheid wel.