Schoffies

Rechtspraak maakt niet alles recht wat scheef is in een samenleving, soms is onbedoeld eerder het omgekeerde het geval.

In de jaren negentig schreef ik een rechtbankcolumn over een man die vermoedelijk een reiger had vermoord. Op beschuldiging van dierenmishandeling moest hij voor de Haagse politierechter verschijnen. Er was nog geen Partij van de Dieren, dus de publicitaire aandacht voor de zaak was minimaal – ik was de enige aanwezige journalist. De verdachte zou een reiger de nek hebben gebroken, nadat deze herhaaldelijk de goudvissen in de vijver van zijn achtertuin had opgevreten.

De man, die ik het pseudoniem ‘Berckeheuvel’ had gegeven, was een keurige, 62-jarige gepensioneerde Hagenaar. „Je ziet hetBerckeheuvel niet aan”, schreef ik, „die gebruinde, geciviliseerde handen om de smalle hals van de reiger; de snelle, knakkende bewegingen.”

Berckeheuvel ontkende, hij gaf zijn hond Dolly, een ruwharige tekkel, de schuld. Dolly had zich op de reiger gestort, terwijl die zich vertwijfeld probeerde te bevrijden uit de draden die Berckeheuvel ter beveiliging boven zijn vijver had gespannen. „Ik gaf de hond een schop en ik gaf de reiger een schop. En toen was -ie dood”, vertelde Berckeheuvel. Dat wil zeggen, de reiger.

Berckeheuvel zou er geen last mee hebben gekregen als een onbekende, spionerende buurman hem niet bij de politie had verlinkt. Ja, dit drama werd steeds menselijker in plaats van dierlijker. Volgens de getuige had de reiger zich achter een boom verschanst en was daar door Berckeheuvel om zeep gebracht. De dierenarts constateerde zwaar letsel, inclusief een gebroken hals.

De rechter moest de verdachte vrijspreken. Eén anonieme, zij het geloofwaardige, getuigenis was niet voldoende voor een veroordeling.

Een begrijpelijk vonnis, maar ik moest als toehoorder toch iets van teleurstelling wegslikken, vooral door de triomfantelijke houding van Berckeheuvel, die nog zo brutaal was om aan de officier van justitie te vragen: „Wat heb ik dan verkeerd gedaan?”

Vijftien jaar later zit ik in de Amsterdamse bioscoop Het Ketelhuis te kijken naar de documentaire Schoffies van regisseur Marc van Fucht. Een alleraardigste documentaire over de Amsterdamse stadsreiger waarvan er in de winter inmiddels 10.000 zijn. De film bevat indringende beelden van de manier waarop reigers in de grote stad proberen te overleven, zoals de reiger die elke dag op hetzelfde tijdstip zijn vier drumsticks bij de Febo komt afhalen.

In deze film is een belangrijke rol weggelegd voor An Rem, een dame op leeftijd, die dagelijks talloze reigers voedt met eten dat ze zelf betaalt. Dat veroorzaakt overlast voor de buurt – poepende reigers – en dus moet An zich op een kwade dag verantwoorden voor de Amsterdamse politierechter. Hij veroordeelt haar tot een boete van 75 euro of een dag hechtenis.

Oók een begrijpelijk vonnis, temeer omdat het voederen van reigers volgens deskundigen alleen in strenge winters nodig is. Toch vond ik het spijtig dat An steeds meer het slachtoffer van haar eigen goede bedoelingen werd. Ooit had een geschrokken reiger bij An het licht voorgoed uit een van haar ogen gepikt. Desondanks liet ze de reigers daarna niet in de steek.

Ik hoor Berckeheuvel nu satanisch schateren.