Risico’s bij procedure uitzetten asielzoekers

Uitgeprocedeerde asielzoekers lopen risico’s door de wijze waarop de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) hen aan vertegenwoordigers van het land van herkomst ‘presenteert’ om de juiste identiteit vast te stellen. Zo weet de asielzoeker niet welke informatie is verstrekt aan deze vertegenwoordigers en kan hij daardoor ook niet inschatten welke risico’s hij loopt.

Dat blijkt uit onderzoek van de Nationale Ombudsman, Alex Brenninkmeijer. Hij maakte gisteren de resultaten bekend van zijn studie naar de presentatie van uitgeprocedeerde asielzoekers voor hun uitzetting. Wanneer uitgeprocedeerde asielzoekers niet kunnen terugkeren naar het land van herkomst omdat zij geen identiteitspapieren hebben, presenteert de IND hen aan vertegenwoordigers van het land van herkomst – een taak die per 1 januari is overgenomen door de nieuwe Dienst Terugkeer en Vertrek. Deze vertegenwoordigers, meestal medewerkers van ambassades, stellen dan alsnog de identiteit en nationaliteit van de mensen vast en verzorgen de benodigde reispapieren. In 2006 zijn ruim 3.000 mensen gepresenteerd, waarvan 1.000 uitgeprocedeerde asielzoekers.

De ombudsman adviseert dat er altijd een Nederlandse ambtenaar bij de presentatie aanwezig is, en zo nodig een tolk. Nu is het zo dat er soms geen Nederlandse ambtenaar het gesprek volgt en dus niet kan beoordelen of het fatsoenlijk verloopt. Soms is er wel een ambtenaar aanwezig maar spreekt hij de taal niet. Verder vindt Brenninkmeijer dat de uitgeprocedeerde asielzoeker van te voren moet horen welke informatie Nederland aan de autoriteiten van het land van herkomst heeft verstrekt en hoe de presentatie zal verlopen.

Aanleiding voor het onderzoek waren vier individuele klachten en een verzoek van Vluchtelingenwerk om de omstandigheden waaronder de presenties plaatsvinden te bekijken. De klachten hadden betrekking op het verstrekken van vertrouwelijke informatie aan het land van herkomst.