Reeën in de haven

Behalve mensen, schepen en containers herbergt de Rotterdamse haven een keur aan planten en dieren. Zo’n zestig reeën zorgen er voor overlast en gevaarlijke situaties, volgens wildbeheerder Cees Noorlander.

Door Mark Hoogstad

Nog niet zo lang geleden zag Cees Noorlander twee exemplaren gebroederlijk de Merwede overzwemmen. „Ik dacht: wat komen die nou doen? Een beetje winkelen hier op de Maasvlakte?”

Dat reeën snel en behendig zijn op het droge, dat was hem bekend, en hij wist ook dat ze kunnen zwemmen. „Maar als je ineens zo’n klein hoofdje in alle vroegte boven de ochtendmist ziet uitstijgen, ben je toch even verbaasd.”

Noorlander (57) is sinds acht jaar wildbeheerder in de Rotterdamse haven, waar het Havenbedrijf Rotterdam als beheerder van de ruim veertig kilometer lange strook tussen de stad en de Noordzee (officieel 10.000 hectare) de taak heeft om de openbare ruimte te onderhouden. Noorlanders precieze opdracht is om „de schade en overlast door wild” te beperken en waar nodig te bestrijden.

De Rotterdamse haven kent een rijke flora en fauna. Behalve mensen, schepen en containers herbergt het gebied een keur aan planten en dieren: bunzings, hermelijnen, fazanten, hazen, konijnen, patrijzen, vossen, wezels en tal van vogelsoorten (buizerd, groene specht, kiekendief, meeuw en torenvalk).

En reeën dus.

Een plaag wil Noorlander de reeënpopulatie niet noemen, maar hun aantal is volgens de jagermeester inmiddels wel uitgedijd tot naar schatting zestig exemplaren.

Die wetenschap dwingt tot waakzaamheid. „Je wilt niet weten wat er gebeurt als zo’n ree ineens vanuit het niets de N15 opduikt terwijl daar net een vrachtwagen vol chemicaliën aan komt denderen”, zegt Noorlander. „Die vrachtwagen gaat dan in de stuurcorrectie en met een beetje pech ligt hij zo op z’n gat, met alle mogelijke desastreuze gevolgen van dien.”

Vooral de verstoten jonge reeën vormen een gevaar, vertelt Noorlander, die wekelijks twee tot drie keer ’s nachts op jacht gaat, samen met zijn zoon. „Zodra ze eind april, begin mei door hun sprong (groep, red) verstoten worden, raken de jonge reebokken op drift. Dan gaan ze in hun eentje zwerven, net zolang tot ze rust hebben gevonden. En dat is niet eenvoudig in dit toch redelijk drukke gebied. Daarbij is de kans groot dat ze op de een of andere manier met de mens in aanraking komen.”

Jaarlijks zijn er in het gebied zo’n zes tot tien ongevallen waarbij reeën betrokken zijn, aldus Noorlander.

Met het Ministerie van Landbouw en de Faunabeheereenheid Zuid-Holland is hij momenteel in gesprek over wat hij „verantwoord reeënbeheer in de haven” noemt. Reeën vallen buiten de reguliere jachtregelgeving; de dieren mogen niet zomaar worden afgeschoten. Noorlander zegt dat actie niettemin geboden is. „Mijn inschatting is dat we vijf à tien reeën te veel hebben.”

Maar Noorlanders grootste probleem zijn en blijven de konijnen. Die ondergraven nagenoeg alles: van de spoorlijn tot de waldijken rondom opslagplaatsen van gevaarlijke stoffen. Afgelopen jaar schoot hij ongeveer zesduizend ‘knagers’ af. „Het is ook voor de gezondheid en veiligheid van het wild zélf belangrijk dat het aantal in evenwicht blijft. Als het er te veel zijn, is de kans groot dat er ziektes uitbreken of dat het wild zich buiten de normale omgeving begeeft en aangereden wordt.”

Hulp bij de konijnenbestrijding krijgt hij van dertig handtamme fretten en acht valkeniers. In het voormalige Oost-Duitsland kocht Noorlander onlangs een speciale hond, een zogeheten ‘konijnentekkel’, die nu in opleiding is om hem straks eveneens bij te staan.

Van het havenbedrijf krijgt hij ruim baan. „Kees verdient z’n geld wel terug”, zegt een woordvoerder.

Maar het zijn niet alleen konijnen, meeuwen en reeën die de haven parten spelen. Ook de mens zorgt af en toe voor opschudding. Laatst nog zag Noorlander middenin de nacht een ligfietser over de Maasvlakte scheren.

„Je bent zo gefixeerd op de jacht dat je toch even schrikt van wat in dit geval een fietser bleek te zijn”, zegt hij. „Deze man kwam terug van zijn werk en wilde een beetje in beweging blijven, vandaar dat-ie maar de fiets had genomen, vertelde hij. Het is natuurlijk niet verboden, maar je vraagt je toch af: kan zo’n fietstochtje niet overdag? De haven is een prachtig, maar ook een gevaarlijk gebied. Je moet altijd alert blijven op wat je doet en waar je schiet.”

    • Mark Hoogstad