Opstaan en naar bed met de dieren

De Partij voor de Dieren voert in Overijssel een „positieve” campagne. Dus niet naar de veemarkt, maar naar de runderopvang en de dierenambulance.

Anneke Kuis (links) en Madzy van der Plaats plakken posters in Staphorst. Foto Eric Brinkhorst 16-2-2007 Staphorst / Parij voor de dieren plakken aanplakbiljetten prov. statenverkiezingen. Anneke Kuis ( zwarte jas ) en Madzy van der Plaats. ( rode jas ) ©foto eric brinkhorst verkiezingen verkiezingsaffiches affiches Brinkhorst, Eric

Discussie aan de stamtafel van een Hengeloos café, afgelopen zondag. De leden van de werkgroep Twente van de Partij voor de Dieren moeten besluiten of er voor een verkiezingsmarkt in Almelo een stand gehuurd wordt. Het kost 25 euro, maar er zijn nog geen vrijwilligers om de stand te bemannen, constateert voorzitter Martin Bosker. „Het is jammer om 10 procent van ons budget weg te gooien”, reageert de penningmeester. „Maar het is belangrijk dat we acte de présence geven”, zegt Bosker.

Het bezetten van kramen, flyeren en posters plakken is anderhalve week voor de Statenverkiezingen een belangrijk actiepunt. Het komt door de val van het kabinet-Balkenende III, verklaart Madzy van der Plaats, lijsttrekker in Overijssel. „De landelijke verkiezingen vergden zo veel tijd en aandacht, dat de provinciale campagne naar de achtergrond is geschoven. En voor je het weet is het alweer januari.”

Op 26 januari schuift Madzy van der Plaats met Martin Bosker, nummer twee op de lijst, en campagneleider Yvonne de Boer (nummer negen) om tafel in een café in Holten om „orde in de chaos te scheppen”, zoals Bosker het verwoordt. Het Overijsselse verkiezingsprogramma is een paar dagen eerder vastgesteld. De bio-industrie, natuuraantasting en plezierjacht zijn speerpunten die in alle provinciale campagnes van de Partij voor de Dieren terugkomen. Als Overijsselse thema’s zijn het vliegveld Twente, aanleg van de Hanzelijn en een rivierbypass bij Kampen toegevoegd.

„Wij zijn geen one-issuepartij. Dat zijn de anderen, die hebben het alleen over de mens”, zegt Yvonne de Boer. Omdat het verkiezingsmateriaal van het hoofdbureau op zich laat wachten, legt Bosker in Holten een zelfgemaakt visitekaartje met partijlogo op tafel. Is het misschien een goed idee om op de achterkant de Overijsselse standpunten te drukken? Uitstekend, oordelen Van der Plaats en de Boer.

Talloze voorstellen rollen over tafel: er moeten sponsors komen, folders moeten in verzorgingstehuizen worden uitgedeeld en de media moeten actief worden benaderd. Bij alle activiteiten, zo wordt afgesproken, moet het accent liggen op positieve initiatieven op het gebied van dierenwelzijn. Van der Plaats bezoekt daarom niet de veemarkt, maar – samen met lijsttrekkers uit de andere noordelijke provincies – een dierenambulance, een runderopvang en een biologische boerderij.

Van der Plaats is behalve lijsttrekker ook coördinator van de verkiezingsactiviteiten en aanspreekpunt voor het hoofdbureau. „Ik sta er mee op en ga er mee naar bed”, zegt ze halverwege de campagne. Tussen de bedrijven door plakt ze posters. Met Anneke Kuis, de nummer 8 van de kandidatenlijst, doorkruist ze op een zaterdagmiddag Staphorst, met een keukentrap op de achterbank en een emmer behangplaksel in de achterbak van de auto. „Het komt door de godsdienst, met name het christendom en de islam, dat mensen zo onaardig zijn voor dieren”, zegt Kuis. Ze onderbouwt haar stelling met een bijbelcitaat. Van der Plaats nuanceert de opvatting. Dominee Hans Bouma uit Kampen is lijstduwer, maar ze beseft dat de partij het niet moet hebben van de kiesgerechtigden in Staphorst.

Van de kandidatenlijst is Yvonne de Boer de enige met aantoonbare politieke ervaring. Zij heeft voor de seniorenpartij en Leefbaar Dronten in de gemeenteraad gezeten. Van der Plaats (64), voormalig docent toerisme aan een ROC in Zwolle, zet zich sinds de MKZ-crisis van 2001 actief in voor het lot van dieren. Bosker, telecommanager bij de Universiteit Twente, doet dat sinds de Europese verkiezingen van 2004. Beiden hebben de overtuiging dat via politieke weg meer voor dieren bereikt kan worden dan met acties. Op aandrang van andere Twentse leden is Bosker gestopt met het eten van vlees uit de bio-industrie. „Dat snap ik wel. Je kunt niet als nummer twee van de lijst een frikandel uit de muur trekken.”

De politieke onervarenheid blijkt eind januari tijdens een lijsttrekkersdebat in Zwolle. Samen met andere nieuwkomers krijgt Van der Plaats een plek tussen het publiek. Het duurt ruim een uur voordat ze het woord neemt. Ze heeft het over vliegveld Twente, starterswoningen en het toerisme. Maar voordat ze dierenwelzijn ter sprake kan brengen, wordt de microfoon weggehaald. „Ik heb mijn punt niet goed kunnen maken”, evalueert ze. „Ik kom uit het onderwijs, waar je elkaar laat uitpraten en zinnen kunt zeggen als ‘ik wil hier wel aan toevoegen’.” Daarnaast is haar dossierkennis nog te beperkt. Zomaar iets roepen, zit niet in haar bloed. „Ik heb gestudeerd en daarbij altijd geleerd dat je niets mag schrijven en zeggen wat je niet kunt verantwoorden.”

Twee mediatrainingen en een paar weken later houdt ze een beter gevoel over aan een verkiezingsdebat op TV Oost. In debat met voormalig varkenshoudster en lijsttrekker Van der Bent van de ChristenUnie probeert ze een brug te slaan met de agrarische sector door te pleiten voor hogere consumentenprijzen voor vlees. „Voor de prijs van een kilo varkensvlees kun je een half uur parkeren in Amsterdam-Zuid. Een schande.” Van der Bent zoekt wel de aanval. Dat boeren te weinig krijgen voor hun producten is „bekende informatie”. „Hebt u wat nieuws toe te voegen?” Van der Plaats zegt dat het „uiteindelijk om de dieren gaat”. De andere partijen reageren raar omdat ze bang zijn stemmen te verliezen, concludeert Bosker.

Tijdens het lijsttrekkersdebat in Zwolle oogst hij hoongelach met zijn opmerking dat dieren eerder aandacht verdienen dan daklozen, en in een discussie over de toekomst van vliegveld Twente probeert een PvdA’er hem „belachelijk te maken”. De reacties komen hem bekend voor, zegt Bosker. „Het is Marianne Thieme ook overkomen en we weten hoe het is afgelopen. Twee zetels in de Tweede Kamer.”