Noodzakelijke correctie

Het is even helemaal mis op de internationale effectenbeurzen. Na een lange periode van stijgingen tuimelden gisteren en vandaag de aandelenkoersen omlaag in het Verre Oosten, Noord- en Zuid Amerika en Europa. Omdat de wereldeconomie een samenhangend stelsel is geworden dat zichzelf voedt én zichzelf op z’n tijd vernietigt, hebben koersdalingen in Shanghai gevolgen tot in Amsterdam en Istanbul. Dat is, letterlijk, de prijs van globalisering. Het is niet iets om bang voor te zijn. Beleggen is geen kinderspel. Aandelen zijn risicokapitaal en koersverliezen horen daarbij – ook forse.

Het interessante van de huidige beursontwikkeling is dat de rimpeling begon in China: in Shanghai, waar de beursindex gisteren met negen procent daalde, het grootste verlies op één dag in tien jaar tijd. Dit leidde tot massale aandelenverkopen op de overige beurzen in het Verre Oosten, van Hongkong en Singapore tot de markten in Australië. Vervolgens zakte Wall Street in, en daarna was er geen houden meer aan. Op de Europese aandelenbeurzen heerst sinds gisteren een stemming van angst, nervositeit en lichte paniek. Kortom, niet de juiste sentimenten voor een stabiel beursklimaat.

China, de werkplaats van de wereld, heeft zichzelf met deze beurscascade voor het eerst als bepalende factor op de effectenbeurzen laten gelden. Slechts weinigen hielden tot nu toe rekening met wat de beurs van Shanghai deed. Wall Street, Londen en Tokio zetten van oudsher de toon, de rest volgde. Dat is met ingang van gisteren veranderd; een ontwikkeling van betekenis. Hier valt het nodige van te leren.

De koersdalingen in Shanghai werden veroorzaakt door de vrees dat de Chinese regering maatregelen voorbereidt ter afkoeling van de economie. Die vertoont verschijnselen van oververhitting. De uitbundige groeicijfers van China werden weerspiegeld in sterk stijgende aandelenkoersen. Een reactie kon haast niet uitblijven. De hoeveelheid lucht in de effectenhandel was misschien te groot geworden. Maar zo’n correctie kan ook gezond zijn. Het is een vorm van aderlaten die, mits niet te langdurig, beleggers weerstand verschaft en het kaf van het koren scheidt.

De tweede les uit deze internationale koersval is een oude. Koersdalingen kunnen zeer onverwachts komen. Bijna niemand had dit voorzien. Dat maakt de schok des te groter. Ervaren beursgoeroes kennen echter het adagium: hou rekening met een beursval als niemand er rekening mee houdt. Degene die daar tijdig naar handelt, kan rijk worden. Het besef dat deze dalingen voor velen een donderslag bij heldere hemel waren, stemt tot bescheidenheid. Alle gekwalificeerde en zelfbenoemde ‘beursanalisten’ weten weer dat hun analyses soms ook maar een gooi in het duister zijn. De beurs blijft een tombola, en wat omhoog gaat moet eens omlaag.

De koersdalingen van februari 2007 hebben beleggers voorlopig weer met beide benen op de grond gezet. Laat realisme de beurs beheersen. Reden tot paniek is er niet. De wereldeconomie staat er in grote lijnen goed voor. De ‘val van Shanghai’ lijkt veeleer een noodzakelijke correctie dan een beurskrach met structurele oorzaken.