Medici weten van elkaar niet wat ze doen

Veel ernstige complicaties bij eenvoudige operaties zijn vermijdbaar.

Dat stelt de Inspectie voor de Gezondheidszorg, die felle kritiek geeft op ziekenhuizen.

DEZE FOTO NIET MEER GEBRUIKEN!!! Artsen vertellen elkaar niet alles wat ze van een te opereren patiënt weten. Foto Merlin Daleman Arts assistent hartchirugie. Hartcentrum, Catharina ziekenhuis, Eindhoven. 08-01-07 © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Een oude vrouw met suikerziekte moest voor de derde keer een teen laten amputeren, aan haar rechtervoet. De arts vroeg nog of het inderdaad de middelste teen van de rechtervoet betrof. De vrouw beaamde dat. Toch werd de verkeerde teen geamputeerd. Bleek de arts de middelste van de vijf oorspronkelijke tenen te hebben bedoeld, de patiënt de middelste van de drie overgebleven tenen.

„Het is geen eng sprookje, maar realiteit”, zei inspecteur-generaal Gerrit van der Wal vanochtend bij de presentatie van een rapport over de handelingen die in een ziekenhuis aan operaties voorafgaan.

Het verhaal moet de gebrekkige informatieoverdracht tussen zorgverleners illustreren en de mogelijke gevolgen daarvan. Ongeveer de helft van de ernstige complicaties bij operaties is vermijdbaar.

Patiënten die geopereerd moeten worden, hebben te maken met chirurgen, verpleegkundigen, operatieassistenten, laboranten, radiologen, anesthesiologen en andere zorgverleners, en volgens de inspectie vertellen die niet goed aan elkaar wat ze van de patiënt weten. Dat komt deels doordat operaties in ziekenhuizen organisatorisch zijn opgesplitst in chirurgische, anesthesiologische, verpleegkundige en planningsdelen. Die afdelingen weten van elkaar niet altijd waarmee ze bezig zijn.

In veel medische dossiers ontbreekt daardoor bijvoorbeeld informatie over allergieën. Gegevens over medicatie, lengte, gewicht en bloeddruk geven geregeld op diverse plaatsen in het medisch dossier verschillende waarden aan. „De kans dat de hoofdbehandelaar kennis neemt van alle relevante bevindingen in het preoperatieve traject en daar zijn beleid op kan aanpassen, is klein.”

Veel bevindingen in het rapport waren al bekend. Dat de medische dossiers vaak niet op orde zijn bijvoorbeeld en dat daardoor bij operaties fouten worden gemaakt. De inspectie heeft zich daar in 2004 al over uitgesproken. Bij zowel de slecht onderhouden papieren als digitale dossiers liep de patiënt een „reële kans op gevaar”, was toen de bevinding. Artsen zouden bijvoorbeeld te weinig nagaan of de opgeslagen informatie klopt.

Opvallend nu zijn de harde bewoordingen die de inspectie eraan wijdt én de consequenties die ze eraan verbindt. Ziekenhuizen moeten de komende drie jaar maatregelen nemen om dit soort misstanden te voorkomen en de inspectie blijft monitoren of en hoe ze dat doen.

Patiëntveiligheid (het voorkomen van onbedoelde schade aan de patiënt) is een onderwerp dat de nieuwe inspecteur-generaal Gerrit van der Wal aan het hart gaat. Hij deed daar in zijn vorige functie als hoogleraar sociale geneeskunde onderzoek naar. Bovendien kondigde hij in een vraaggesprek met NRC Handelsblad, vorige maand, al aan dat onder zijn leiding de inspectie minder vrijblijvend toezicht zal houden op zorginstellingen. De ziekenhuizen moeten volgens hem meer dan nu het geval is laten zien wat ze doen, hoe ze dat doen en wat het oplevert: „Ons toezicht zal meer gericht zijn op de uitkomst. Minder doorligwonden, een grotere patiëntveiligheid. Iets anders accepteren wij niet.”

De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen moet nog wennen aan de hardere opstelling van de inspectie. In een reactie stelt de belangenvereniging dat ziekenhuizen al sinds november met de inspectie overleggen over het oplossen van de problemen. De vereniging zegt zelf heel goed te weten dat nog veel verbeterd moet worden aan het preoperatieve proces: „Daarom bevreemdt het de NVZ dat de IGZ zo hard inzet met dit rapport.”

Als antwoord op de belangrijkste vraag van het onderzoek – namelijk of zorgverleners informatie over een patiënt terug kunnen vinden die een ander heeft vastgelegd – schrijft de inspectie: „Het antwoord is kort en bondig: nee.” Volgens de inspectie moeten vooral de verenigingen van ziekenhuizen en zorgverleners, alsmede de ziekenhuisbesturen zich dat aantrekken.