Konijntjes eten en partners zoeken

„Ze horen hier niet. God weet wat ze allemaal gaan doen”, zei de man bezorgd. Hij had net een boek geschreven over hun wandaden en hun niet-Engelse komaf: oehoe’s. De grootste uilen die er bestaan, vier keer zo groot als een kerkuil en volgens tegenstanders in staat om een lammetje op te peuzelen. Ornitholoog Roy Derris ging het eens goed uitzoeken in het BBC-programma met de jongensboektitel Return of the eagle owl. En wij kijkers mochten mee en zien hoe een in Yorkshire broedend uilenpaar konijntjes ving en elkaar die hoofs aanbood om er vervolgens de uilskuikentjes mee te voeden: vijf konijnen in één nacht aten ze op. Niet gering. In Engeland zijn nog konijnen zat. In Nederland niet, maar oehoe’s zijn er wel. In Limburg wonen ze in mijnen en steengroeves, ongehinderd door de herrie die mensen daar met machines maken. Wat eten ze daar dan, was Roy Derris’ vraag. Egeltjes, zei een Nederlandse vogelkenner. En buizerds. En zelfs kerkuilen. Oei! Een roofdier dat andere roofdieren opeet – dat komt niet veel voor. Ook in Zweden hebben ze oehoe’s, daar vinden ze dat wel leuk. Maar de zenuwachtige anti-oehoeman bleef maar volhouden dat ze lammetjes en hondjes oppeuzelden.

Het was een verrukkelijk programma over een ongewone vogel, die stil komt aanzeilen en snel toeslaat, die een hoge geheimzinnige roep heeft en die je dolgraag eens zou gaan opzoeken in zo’n geweldig wild gebied als Yorkshire. Ook fijn om eens een natuurprogramma te zien dat echt te weten wilde komen hoe een soort leeft en hoe die zich aanpast aan omstandigheden. Natuurprogramma’s vragen zich vaak zo weinig af. Maandagavond werd op Duitsland het eerste deel van Planet Earth herhaald, een serie van David Attenborough, waarin je een ijsbeer, uitgehongerd, een poging zag doen om walrussen aan te vallen. De walrussen reageerden zoals kuddes doen – dicht aaneen gaan zitten. Het wonderlijke was dat als de ijsbeer zich op een walrus stortte, en vergeefs probeerde door het dikke spek heen te dringen, de walrussen er vlak naast hem níet met hun slachttanden aanvielen, maar gewoon oenig loeiden en hun spekrug lieten zien. Daar had je best eens wat informatiefs over willen horen. Hoe kuddes blijkbaar als kuddes reageren – als er eentje tussenuit gehaald wordt gaan ze die niet redden. Dat is precies de reden waarom natuurfilmmakers geen namen aan gnoes moeten geven: het zijn geen individuen. Zoals je de pissebedden onder een steen niet Stippie, Sjaantje en Kees gaat noemen.

Maar we moeten het natuurlijk hebben over het SBS6 programma waarover al van tevoren zoveel ophef was: Liefde op het tweede gezicht. Een datingshow voor mensen met een zichtbare handicap. Sommige van die handicaps waren veel ernstiger dan andere – een verbrande hand en arm zijn van een andere orde dan met een dwarslaesie in een rolstoel zitten, of blind zijn. Was het aanstootgevend en walgelijk, een ‘freakshow’, misbruik maken van gehandicapten? Nee. Daten op de televisie, het wordt almaar gewoner, en het is een beschaafde bezigheid vergeleken bij de dingen die SBS6 verder zoal uitzendt en die veel meer in de richting van een freakshow gaan. Gehandicapten zijn geen freaks. Het waren allemaal aardige mensen, die, net als de boeren die vrouwen zochten, wel graag een partner wilden. De televisie is misschien voor mensen die om allerlei redenen niet makkelijk contact leggen een uitkomst. De schaamte zijn we allang voorbij en dat is niet alleen maar verkeerd, al zou je de mensen soms wel eens wat meer schaamte toewensen. Verder was het een reuzesaai programma.

Reageer op deze column via www.nrc.nl/ogen