Internationale gemeenschap blijft de baas in Bosnië

De internationale gemeenschap blijft toezicht houden op Bosnië: het mandaat van de OHR, het bureau van de Hoge Vertegenwoordiger, zoals de Bosnië-bestuurder officieel heet, is met een jaar verlengd, tot 30 juni 2008. Aanvankelijk was het de bedoeling dat de OHR dit jaar Bosnië voorgoed zou verlaten, om plaats te maken voor een ‘toezichthouder’ van de EU met veel minder bevoegdheden.

De huidige Bosnië-bestuurder, de Duitser Christian Schwarz-Schilling, meldde dit gisteren in Brussel. Het besluit werd genomen door de Peace Implementation Council (PIC). Die organisatie van een tiental landen en organisaties houdt toezicht op de uitvoering van het vredesakkoord van Dayton, dat eind 1995 een eind maakte aan de oorlog in Bosnië. Alleen Rusland maakte in de PIC bezwaar tegen de verlenging van het internationale toezicht.

De OHR mag Bosnische politici en ambtenaren die naar zijn oordeel tegen de letter of de geest van het vredesakkoord zondigen, bestraffen en zelfs ontslaan. Hij kan ook wetten schrappen die ingaan tegen ‘Dayton’.

Het besluit van gisteren is genomen wegens de al maanden durende impasse in Bosnië. Belangrijke hervormingen – grondwetswijzigingen en de vorming van één Bosnische politiemacht – stagneren al maanden. Voor de EU was dat eerder aanleiding het overleg met Bosnië over een stabilisatie- en associatieakkoord – eerste stap op weg naar het lidmaatschap van de EU – af te breken.

De politieke situatie is, volgens de PIC gisteren, niet stabiel, de veiligheidssituatie wel. Daarom wordt EUFOR, de vredesmacht van de EU in Bosnië, ingekrompen van 6500 naar 2500 militairen.

In Sarajevo hebben gisteren vijf- tot zevenduizend mensen geprotesteerd tegen het vonnis van het Internationaal Gerechtshof in Den Haag over de klacht van Bosnië tegen Servië. Het Hof bepaalde dat Servië zich in de oorlog in Bosnië niet schuldig heeft gemaakt aan genocide. In juli 1995, aldus het Hof, is in Srebrenica wel genocide gepleegd, maar die is niet Servië aan te rekenen, maar het leger van de Bosnische Serviërs.

In toespraken werd de uitspraak „catastrofaal” genoemd. „Ik weet wie genocide pleegde. Ik ben verkracht door een Servische officier. Mijn dochter is verkracht door Servische politiemannen. Waar blijft de gerechtigheid?”, zei een vrouw uit Srebrenica. Een Bosnische jurist noemde de uitspraak „een signaal aan de toekomstige Mladic’ en Karadzic’, en aan alle Rwandezen en Cambodjanen: deze misdaden blijven onbestraft”. Karadzic en Mladic waren indertijd de politieke en militaire leiders van de Bosnische Serviërs. (AP, AFP)