Interessante kleine bands blijven zoeken

Festival Metropolis heeft problemen. Vorig jaar stapte de artistieke leiding op en een financiële basis is er niet.

Hoe moet het verder met het Rotterdamse popfestival?

METROPOLIS 2005 FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

Heeft Metropolis zijn mooiste tijd al achter zich, of slaagt dit Rotterdamse popfestival erin om nieuw elan te vinden? Het trots gevoerde The best you’ve never heard of kwam afgelopen jaar maar matig uit de verf, zo was ook de interne conclusie. De artistieke leiding stapte op, enkele deelnemende clubs trokken zich terug en geld blijft altijd een probleem voor dit gratis festival in het Zuiderpark.

Een jaar of vijf geleden kon het nog: The Strokes, aan de vooravond van hun grote doorbraak, voor een appel en een ei op Metropolis. Eerder speelden Smashing Pumpkins, Supergrass en The Prodigy al in een vroeg stadium van hun carrière. Sinds 1988, toen nog als Poppark, is het signaleren van talent het grote selling point van dit festival, dat met 80.000 bezoekers toch gezellig blijft.

Het voornaamste probleem is dat die leuke, net of nog net niet ontdekte bandjes zo snel gaan. „De cycli worden steeds korter”, zegt Geert Tersteeg, interim-voorzitter van het festivalbestuur. „De structurele zuigkracht van festivals als Lowlands of het Deense Roskilde, dat tegelijk met Metropolis wordt gehouden, is niet nieuw. Een nieuw fenomeen is wel dat bands, maar vooral de managers die er tussen zitten, juist uitgaan van die grote festivals. Dus houden ze ons heel lang af, en dat maakt een evenwichtig programma moeilijk.”

„De carrièreplanning ligt al jaren vooruit op de tekentafel”, zegt Joey Ruchtie, programmeur van het Rotterdamse poppodium Rotown. Hij is nauw betrokken bij het festival. Sinds enkele jaren worden twee podia geprogrammeerd door een aantal clubs uit het land, die niet alleen hun uitstraling en expertise meebrengen, maar ook hun geld. Maar Vera uit Groningen deed vorig jaar niet meer mee, Ekko uit Utrecht houdt er ook mee op. Ruchtie wil zo ver niet gaan, maar hij heeft wel zijn bedenkingen. „Voor mijn gevoel ontstaan er eilandjes waarbij iedereen zijn eigen ding doet. De synergie blijft uit, de verhouding met de programmering op het hoofdpodium is zoek. Aan de andere kant wil je als podium ook niet te veel bemoeienis van bovenaf. Het is onze investering tenslotte.”

Hoe moet het dan verder? „Het klinkt hard”, zegt Joep Smeets van het afgehaakte Ekko, „maar sommige instituten sterven uit en daar komen andere dingen voor in de plaats. Ik kwam er als achttienjarige ook graag. Maar er is in vijftien jaar zo ontzettend veel veranderd. Als je jarenlang consequent een goed product levert hoef je je geen zorgen te maken, maar ze hebben ook gezwabberd.”

Volgens Ruchtie moet het festival „terug naar de essentie: de interessante kleine bands opzoeken. Festivals als Valkhof Affaire in Nijmegen en Eurosonic in Groningen zijn weliswaar niet te vergelijken, maar daar lukt het wel. En Metropolis moet zich niet blindstaren op blanke gitaarpop.”

Tersteeg is het daar wel mee eens. „Wij willen de nieuwe programmeur niets in de weg leggen om de werelden van hiphop, soul en latin eens te verkennen.” De opdracht voor de nieuwe zakelijke én artistieke leiding is om een aantal nieuwe ontwikkelingsstappen te zetten, wat in 2006 niet voldoende is gelukt.”

De financiële basis is al jaren „buitengewoon krap, het wordt ieder jaar weer met projectsubsidies aan elkaar gelijmd”. De voortekenen voor een meer structurele subsidiëring zijn gunstig. „Men ziet dat het moeilijke tijden zijn voor pop die niet direct om verkoopcijfers draait en die ook een platform moet hebben. Dat is ons bestaansrecht. We moeten ons profiel aanscherpen. Na 1 juli zullen we weten of dat gelukt is.”

Programmeur Peter Weening van Vera haakte af, maar hij ziet dat bestaansrecht haarscherp in. „Doodgegewone burgers en buitenlui gingen uit hun dak op de extreme hard-zacht-dynamiek van het Japanse Mono. Op zo’n gratis festival kom je in aanraking met dingen die je anders nooit zal zien.”