In Zweden zijn ze welkom

Buiten het Midden-Oosten vestigen de meeste Iraakse vluchtelingen zich in Zweden.

Tegen de Europese trend in boekte het land vorig jaar een immigratierecord: 95.750.

Geen enkel ander land buiten het Midden-Oosten neemt zoveel Irakezen op als Zweden. Vorig jaar kwamen bijna 11.000 vluchtelingen naar Zweden, het grootste aantal sinds de invasie in Irak.

Ter vergelijking: de Verenigde Staten – aanstichter van de oorlog en een land met ruim dertig keer zoveel inwoners – lieten op de kop af 202 Irakezen toe. Dit jaar rekenen de Zweedse autoriteiten zelfs op 20.000 Irakezen.

„Zweden is zeer genereus”, zegt Oskar Ekblad, hoofd van de afdeling Asielzaken in Malmö van de Zweedse immigratie- en naturalisatiedienst Migrationsverket. De Scandinavische ruimhartigheid komt tot uitdrukking in de grote hoeveelheid personeelsadvertenties op het prikbord in de hal van het gebouw van Migrationsverket. „We hebben een ruimer budget gekregen”, zegt Ekblad, „we breiden uit.”

De milde Zweedse immigratiewetgeving betreft niet alleen ontheemden uit Irak. Zij geldt voor alle soorten nieuwkomers. Geheel tegen de Europese trend in boekte het land vorig jaar een immigratierecord: 95.750.

De havenstad Malmö is de populairste vestigingsplaats onder de Irakezen die naar Zweden komen. Vorig jaar kwamen er 3.000 Irakezen naar Malmö, met 270.000 inwoners de derde stad van Zweden, na Stockholm en Gotenburg. Dit jaar arriveerden er al vijfhonderd. Omdat veel Irakezen familie of kennissen in Malmö hebben, trekken zij zelf ook hierheen – een bekend migratieverschijnsel.

Om hun integratie te bevorderen, krijgen de Irakezen in Malmö Zweedse les. Daarnaast krijgen zij psychiatrische hulp aangeboden – velen hebben een trauma meegebracht uit Irak. „Ik heb concentratieproblemen, ik kan niet normaal denken”, zegt Rahim, een 52-jarige oud-docent van de universiteit van Bagdad die zijn achternaam niet wil noemen, omdat hij naar eigen zeggen op een dodenlijst staat. „Ik heb nachtmerries, ik ben bang dat ik mijn familie kwijtraak.”

Nagwan Albader (23) en haar moeder Hanaa Almansouri (53) hoorden vorig jaar, na drie jaar wachten, dat zij definitief in Zweden mogen blijven. „Mijn vader werkte voor de Ba’ath-partij”, verklaart Nagwan hun vertrek direct na de val van Saddam.

Alle drie de Irakezen waren voor hun vlucht aangewezen op smokkelbendes. De kosten, ruim 10.000 dollar per persoon, vormden niet het probleem. „Wij woonden in Irak in een villa”, zegt de westers geklede Nagwan. „Ik had een Mercedes en een Toyota four-wheel-drive”, vult Rahim aan. Het echte probleem, aldus Nagwan, was „je lot moeten toevertrouwen aan smokkelaars”.

De illegale instroom van Irakezen is de afgelopen maanden fors toegenomen, aldus de Zweedse politie. De gestage toename van het aantal rechtszaken tegen mensensmokkelaars spreekt boekdelen. Toch wijst voorlopig niets op een aanscherping van de Zweedse immigratieregels. Wel heeft Migratie-minister Billström onlangs alle EU-landen opgeroepen meer Irakezen op te nemen, in de hoop de druk op Zweden te verlichten. VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR deed een vergelijkbare oproep.

Hanaa en Rahim, beiden zonder werk, hopen ooit terug te keren naar Irak. Nagwan stelt zich wel in op een toekomst in Zweden. Zij hoopt haar studie informatietechnologie af te maken en dan een baan te vinden, zegt ze. „Hier kun je lachen, hier kun je gewoon zijn. Dankzij Zweden kan ik weer mens zijn.”