Het Iraakse probleem doet ook pijn in Syrië

Het aanhoudend geweld in Irak heeft gevolgen voor de hele regio.

In Syrië begint de bevolking te morren over de één miljoen vluchtelingen uit Irak.

Ahlam al-Jabouri zet thee in haar tijdelijke woning in Damascus. Zij is één van de miljoen Iraakse vluchtelingen in buurland Syrië, gevlucht voor het geweld in hun eigen land. Foto Reuters, Khaled al-Hariri Iraqi migrant Ahlam al-Jibouri prepares tea in her home during a power outage in a slum of Damascus January 31, 2007. Violence in Iraq and instability in Lebanon are driving hundreds of thousands of people abroad in an upheaval not matched in the Middle East since the exodus of Palestinian refugees when Israel was created in 1948. To match feature MIGRATION-MIDEAST REUTERS/Khaled al-Hariri (SYRIA) REUTERS

Hoe was het leven in Bagdad? Ahmad (33) vertelt met tranen in zijn ogen over de hel die hij achterliet toen hij naar Syrië kwam. „Er is bijna geen elektriciteit en water in Bagdad”, zegt hij. „Benzine is er ook niet meer en het leven is de afgelopen tijd tien keer zo duur geworden.” Ahmad zucht. „Maar dat is nog maar het minste. Het ergste is de onzekerheid. Elke dag zijn er slachtpartijen en ontploffen er auto’s die volgepakt zijn met bommen. Als je je huis verlaat, is de kans dat je niet meer levend terugkomt duizend procent.”

Ahmad is niet de enige die besloot om dan maar zijn boeltje te pakken. „Hoeveel Irakezen er precies in Syrië zijn weet niemand”, zegt Laurens Jolles, hoofd van het UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, in Syrië. „Maar wij gaan ervan uit dat het inmiddels om een miljoen gaat.” Volgens Jolles ligt er een omslagpunt bij ‘Samarra’. Na de aanslag op de gouden koepel van wat wordt beschouwd als een van de vier heiligste heiligdommen van de shi’ieten, verhevigde het geweld tussen shi’ieten en sunnieten in Irak. En dat maakte dat Irakezen weer massaal hun koffers begonnen te pakken. „Per dag komen er nu een paar duizend Syrië binnen”, aldus Jolles.

En daarmee heeft Syrië een nieuw probleem dat voorlopig niet van tafel zal verdwijnen. Vorig jaar kreeg Syrië al te maken met duizenden Libanezen die ten tijde van de Israëlische aanvallen op Zuid-Libanon de wijk namen. Zij werden gehuisvest in scholen en konden op buitengemeen veel sympathie van de Syrische bevolking rekenen.

„Ze waren over het algemeen rijk, goed opgeleid en Libanezen staan nu eenmaal dicht bij ons, Syriërs”, zegt Mohammed, een inwoner van Damascus die geboren en getogen is in de stad. Maar het allerbelangrijkste was dat de Libanezen maar kort gebruikmaakten van de Syrische gastvrijheid. Toen de situatie in hun land verbeterde, keerden ze en masse naar hun eigen land terug.

Een snelle terugkeer zit er bij de Irakezen in Syrië niet in. Ahmad woonde in Nieuw-Bagdad, een wijk in de Iraakse hoofdstad waar zowel sunnieten als shi’ieten te vinden zijn. Hij belt zo vaak hij kan met zijn ouders, die daar nog steeds verblijven, en hoorde van hen dat in hun wijk de veiligheidssituatie wat verbeterd is. Toch schat Ahmad zelf de kans dat Irak zo stabiel wordt in de nabije toekomst dat hij terugkan, op zo’n vijf procent.

En daar ligt het probleem: de Irakezen zullen lang in Syrië blijven en veel Syriërs beginnen daar steeds meer bezwaar tegen te krijgen. In de wijk Jaramanna is volgens voorzichtige schattingen de helft van de bewoners al Iraaks. „In de wijk woonden vroeger heel veel druzen”, vertelt een meisje van begin twintig dat daar woont. De druzen staan in Syrië bekend om hun provincialisme en hun angst voor eigenlijk alles wat vreemd is. „Zij verhuurden woningen aan de Irakezen om geld te verdienen”, vertelt het meisje. „Maar nu zijn er zoveel Irakezen dat de druzen ze eigenlijk weer kwijt willen.”

Verwonderlijk is dat niet, want de Irakezen vormen een zware belasting voor Syrië. „Brood wordt gesubsidieerd in dit land”, zegt Laurens Jolles van het UNHCR. „En een miljoen extra mensen is dan niet niks.” In wijken als Jaramanna zijn de schoolklassen al verdubbeld door alle Iraakse kinderen die aanschuiven. En in heel Damascus gaan de huren de laatste tijd fors omhoog.

En dus begint de Syrische bevolking zich langzaam maar zeker tegen de Irakezen af te zetten. „Praat maar niet met hem”, zegt een bezoeker van een hamam [badhuis] in Damascus. „Hij komt uit Irak, hij is gek.”

„Je ziet nooit een Irakees glimlachen”, zegt Mohammed. „Ze hebben altijd zo’n rare grimas op hun gezicht.”

Enige maanden geleden had de eerste echte pogrom plaats. Een Syrisch meisje werd, zo vertellen inwoners van Damascus, verkracht en vermoord. Al snel deed het gerucht de ronde dat Irakezen de moord op hun geweten hadden. Het leidde tot een wraakactie tegen Irakezen waarbij een aantal van hen de dood vond. Als de toestroom van Irakezen niet afneemt, volgt er, zo verwachten veel Syriërs, meer geweld.

En dus staat de Syrische regering onder zware druk van de publieke opinie om wat aan het probleem te doen. Irakezen mogen in principe drie maanden in Syrië blijven. Ze kunnen die periode met drie maanden verlengen maar zouden dan voor enige tijd terug moeten naar Irak. De afgelopen tijd ondernam Syrië enige pogingen om de regels wat strenger toe te passen. Maar sinds enige tijd is de grens weer net zo open als hij was. En volgens Jolles geeft Syrië daarmee blijk van een uitzonderlijke gastvrijheid die op weinig andere plekken in de regio te vinden is.

Of die gastvrijheid door iedereen gewaardeerd wordt, is vers twee. De VS beschuldigen Syrië er steeds weer van dat het een toevluchtsoord biedt voor Iraakse (en buitenlandse) terroristen op zijn grondgebied. De beschuldiging is wellicht terecht, geven Syriërs in Damascus toe, maar hoe kun je een veiligheidsdossier maken voor elk van de 30- tot 40.000 Irakezen die elke maand opnieuw Syrië binnenkomen?

De internationale gemeenschap begint er nu pas oog voor te krijgen dat het Iraakse probleem allang niet meer tot Irak beperkt is gebleven. „Toen de Amerikanen Irak binnentrokken, had iedereen contingency plans gemaakt en was er geld beschikbaar”, zegt Jolles. Dat geld is er nu lang niet voldoende. In april zal er een conferentie plaatshebben in Genève van – onder andere – donoren en landen uit de regio.

Syrië heeft dat geld zeker nodig want het probleem zal eerder groter worden dan kleiner. „Ik ken zelf al tachtig mensen die Irak hebben verlaten”, zegt Ahmad. Zolang het geweld in Irak voortduurt worden dat er elke dag meer.