Het einde van de wereld voor een Palestijnse boer

De Palestijn Mohammed Shawami boerde tientallen jaren in vrede. De Israëlische afscheidingsbarrière heeft hem nu van zijn olijf- en amandelbomen afgesneden. ‘Dit is het einde van mijn wereld.’

In de Arabische geschiedschrijving van het Midden-Oosten was 1967 een rampjaar. Maar Mohammed Ahmed Suleiman Shawami (67) herinnert zich vooral hoe trots hij 40 jaar geleden was, trots op zijn nieuwe landerijen, zijn eerste olijf- en amandelbomen en zijn nieuwe vrouw. 1967 was het jaar dat triomferende Israëliërs Oost-Jeruzalem veroverden, de Westelijke Jordaanoever en de Hoogvlakte van Golan bezetten en Shawami zijn geboortegrot in de heuvels van Hebron verruilde voor een echt huis.

Decennialang liet de geschiedenis hem met rust in Deir al-Asal, een armzalig gehucht ten zuidwesten van Hebron op de bezette Westelijke Jordaanoever. Zijn nakhba (catastrofe) kwam in de vorm van de Israëlische afscheidingsbarrière.

Sinds kort zijn zijn 3.500 olijf- en amandelbomen, weiden en waterbronnen onbereikbaar geworden. Er ligt een 50 meter brede constructie van prikkeldraad, stalen hekken, militaire wegen en grachten tussen Deir al-Asal (Klooster van de Honing) en zijn boomgaarden, die nu als het ware op een andere planeet liggen. „Mijn lichaam is nog hier op aarde, maar mijn ziel is al vertrokken”, vertelt hij. Tranen lopen door de vele rimpels langs zijn ogen.

Nog dit jaar moet het ruim 700 kilometer lange project – het „veiligheidshek” zeggen de Israëliërs sussend, de „apartheidsmuur” opiniëren Palestijnen – gereed zijn. Er wordt in hoog tempo gebouwd ten oosten van Jeruzalem, waar de grootste nederzettingen, Maale Adumim en Gush Etzion, bij de ommuurde hoofdstad worden getrokken. Alleen aan de zuidelijke grens van de Westelijke Jordaanoever ligt het 3,4 miljard dollar kostende bouwproject stil. Wat geen Palestijn en Israëlische mensenrechtenorganisatie lukte, bereikte een Israëlische milieugroepering ironisch genoeg wel: stopzetting van de werkzaamheden ten oosten van Beit Yatir, wegens bijzondere flora en fauna.

Tegelijk met de afscheidingsbarrière, die volgens Israël het aantal zelfmoordaanslagen drastisch heeft verminderd, is het Israëlische wegennet in bezet gebied ingrijpend uitgebreid. De verbindingen (verboden voor Palestijnen) tussen de joodse nederzettingen onderling en met Israël zijn verbeterd. Ook het systeem van reisbeperkingen, militaire controleposten en wegversperringen (570 in totaal) is geperfectioneerd.

Palestijnen mogen als regel niet meer vrij reizen, tenzij met bijzondere toestemming van het Israëlische Civiele Bestuur. Mannen tot 40 jaar komen daarvoor in principe niet in aanmerking en zijn opgesloten in hun omsingelde steden of dorpen. Ook goederenverkeer is verboden zonder vergunning. De wegblokkades, de militaire invasies, zoals nu in Nablus, en vorige week in Hebron en Jenin, vormen in de Palestijnse gebieden de belangrijkste bron van opnieuw toenemende woede en ‘gewapend verzet’, van ‘terrorisme’.

„Wij vinden dat het Palestijnse volk niet hoeft te lijden onder de fouten van de Palestijnse leiders. Wij willen, voor zover mogelijk, de kwaliteit van het bestaan van gewone Palestijnen verbeteren”, aldus premier Olmert vorige week. Eerder deze maand beloofde hij opnieuw aan president Abbas en de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken wegversperringen op te heffen, de boeren en het goederenverkeer te ontzien. Daar is in de praktijk niets van terecht gekomen. Dat zeggen de VN-organisatie voor de coördinatie van humanitaire hulp, OCHA, de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’tselem en de Palestijnse Autoriteit. Volgens het dagblad Ha’aretz doet Olmert aan „verlakkerij” en zijn in plaats van checkpoints en andere hindernissen alleen de „de laatste beperkingen op bedriegerij” opgeheven.

Dat ondervindt Mohammed Shawami iedere dag opnieuw. Shawami heeft, net als 25.000 andere boeren op de Westelijke Jordaanoever, de pech dat zijn land ligt tussen ‘de muur’ en de Groene Lijn, de bestandsgrens van 1949, die in 1967 werd overschreden. De afscheidingsbarrière is grotendeels op Palestijns land gebouwd, ook bij Deir al-Asal. Dankzij het werk van drie Israëlische advocaten is bij het gehucht een landbouwerspoort aangelegd, een smalle doorgang, afgesloten door drie hekken, waarvan een onder stroom staat. Op een groot, kanariegeel bord staat in drie talen dat de poort alleen gebruikt mag worden door boeren met een vergunning. Bij ‘Openingstijden’ is niets ingevuld. „Maakt niet uit, want de poort is altijd dicht. Ik heb mijn land altijd behandeld als mijn zoons, maar ik ben nu alles kwijt”, zegt Shawami.

De laatste olijfoogst heeft hij gemist, de appel- en perenoogst die nu elders in volle gang is, gaat aan hem voorbij en zijn kudde heeft hij verkocht, op vier schapen na. „Ploegen, zaaien, schapen laten grazen, het is in de praktijk allemaal onmogelijk geworden”, zeggen Rose Willy van OCHA in Hebron en Abdulhadi Hantash, voorzitter van het Landsverdedigingcomité in het gelijknamige district.

Het leger verwijst voor informatie over de landbouwerspoorten naar het Civiele Bestuur. Een woordvoerder zegt dagelijks zijn best te doen, maar dat de plaatselijke commandant niet over voldoende soldaten beschikt om de afgelegen poort regelmatig te openen. Volgens B’tselem gaan de 85 landbouwerspoorten zelden open.

„Dit is het eind van mijn wereld. Ik ben geboren in een grot en ik keer terug naar een grot”, zegt Shawami. „Ze willen ons hier weg hebben. Ze willen dat onze kinderen en kleinkinderen naar de stad verhuizen, of nog liever naar Jordanië verhuizen. Mijn zoons denken daarover na. Ik heb twee studerende kleindochters die later in de Golfstaten willen gaan werken.”

Zij zien geen toekomst meer in het naburige Hebron, waar in het centrum een Israëlische nederzetting is gebouwd. In het district bevinden zich nog eens acht nederzettingen die met ‘schone wegen’ (dus niet voor Palestijnen) met elkaar verbonden zijn. Aan de oostzijde van het district zijn wegen en bergpaden afgesloten door versperringen en legerpatrouilles.

Adulhadi Hantash: „Ik ben vanuit Hebron in negen uur in Ramallah, 60 kilometer hiervandaan, en in achttien uur in New York. Er is maar één conclusie mogelijk: Israël wil de nederzettingen niet opgeven. Met de muur, de nederzettingen, de wegen, Oost-Jeruzalem en de Jordaanvallei heeft Israël 55 procent van de Westelijke Jordaanoever ingenomen. Er is eerder een Palestijnse staat op de maan dan hier op aarde.”

„Alleen Amerikaanse en Europese diplomaten zeggen nog dat er een Palestijnse staat komt. Er is geen Palestijn of Israëliër die dat nog verwacht. De enige Palestijn die dat nog werkelijk gelooft, is onze president Abbas.” Shawami knikt: „Ze zeggen dat wij terroristen zijn. Maar degenen die zichzelf willen opblazen in Israël hebben net als ik hun land en hun vrijheid verloren. Ik keur het niet goed, maar ik begrijp hen wel. Mijn hele leven heb ik niets anders gedaan dan in vrede gewerkt. Toch heb ik alles verloren.”