Geruststellende griezels

‘The Hitcher’ die deze week uitgaat, heeft zulke onvoorzichtige hoofdpersonen dat het bijna een opluchting is dat ze in handen van een liftende griezel vallen.

Griezels en slachtoffers van boven naar beneden: ‘Funny games’ (1997)

Alle griezelfilms willen je bang maken. Maar de meeste willen de amygdala, de angst-kwabjes in je brein, slechts kietelen. Dat zijn de geruststellende griezelfilms. En er zijn er een paar die er een naald doorheen jagen. Dat zijn de verontrustende.

De geruststellende griezelfilm geeft de kijker duidelijke signalen om zijn angst te verzachten. Alle films met sprookjesfiguren als Dracula en Freddy Krueger spelen zich af in het veilige rijk der fantasie. Daar is het prettig huiveren.

Een film als The Hitcher, die deze week uitgaat, biedt die uitvlucht niet. Zulke films spelen zich af in doodgewone huizen (zij het vaak verafgelegen), bij een doodgewone snelweg, met een doodgewone psychopaat. In deze films komt de geruststelling van de hoofdpersonen, de potentiële slachtoffers. Vrijwel elke gevaarlijke situatie kent ook een veilige uitweg. Maar zij kiezen steevast de verkeerde optie. Opsplitsen, in slaap vallen, niet de politie waarschuwen terwijl die in de buurt is. Het is zoals een internetcommentator schreef bij The House of Wax: „Een film waarin Paris Hilton wordt gespiest kan niet alleen maar slecht zijn.”

Als onbevooroordeelde kijker ben je gewoonweg opgelucht dat zoveel domheid wordt bestraft. De boodschap is niet: dit kan iedereen overkomen. De boodschap is: dit zou jullie in de zaal, zoveel slimmer dan de mensen op het doek, nóóit overkomen. Het plezier dat zoveel mensen aan deze griezelfilms beleven past in wat criminoloog Hans Boutelier de veiligheidsutopie noemde: sensatie zoeken in een gecontroleerde situatie.

The Hitcher lijkt in zekere zin op Duel, de tv-film die Steven Spielberg beroemd maakte. Ook daarin wordt een automobilist op de snelweg aangevallen zonder dat-ie iets heeft gedaan. Het cruciale verschil is dat de automobilist in Duel alles goed doet. Hij is niet dom, hij is juist heel verstandig, en toch doemt die moordende vrachtwagen met de onzichtbare chauffeur steeds weer op. Daar gaat de naald door de angstkwab.

Nog erger is de angst die zichtbare daders in alledaagse situaties teweegbrengen. Een behulpzame weggebruiker die iemand langs de kant ziet staan naast een auto met de motorkap omhoog en vraagt of hij kan helpen – Henry: Portrait of a Serial Killer (1986). De aantrekkelijke vrouw die goed is voor een avondje vertier in Fatal Attraction (1987). Het vriendelijke gezin dat de deur van hun vakantiehuisje opent voor twee jongens in Funny Games (1997).

In al deze gevallen is er geen uitweg meer en ook geen reden voor het geweld. Het gevaar meldt zich bij een willekeurig adres. Hoe verstandig de bewoner ook is, hoe vriendelijk of voorzichtig, hij of zij kan er niet aan ontkomen. De verontrustende film speelt met de grootste angst van een samenleving die geweld heeft proberen uit te bannen: dat het ineens bij jouwvoordeur staat.

Kies maar: wil je worden gekieteld of worden gemarteld?