Europese integratie dwingt tot open debat

E.P. Wellenstein en P.J.G. Kapteyn tonen enig begrip voor de afwerende houding van het kabinet inzake Europa en steken het de helpende hand toe (Opiniepagina, 20 februari). Het moet de steen des aanstoots, de Grondwet, van overbodige versierselen ontdoen en verder het gezonde verstand bewaren. Of het kabinet met dit advies wat opschiet? Beide auteurs zijn vermaarde Europakenners. Maar zij schrijven niet hoe Europa aan de man moet worden gebracht.

Op dezelfde pagina betoogt W.T. Eijsbouts dat Europa de ambtelijke beslotenheid achter zich heeft gelaten. De Europese integratie heeft het moment bereikt van Europese politiek van partijvorming en publiek. Het is nog pril, geeft Eijsbouts toe, maar het is er en het wordt door dit kabinet miskend. Het spreekt slechts van samenwerking en negeert de supranationale elementen.

Deze kritiek is juist, maar wat Eijsbouts het kabinet adviseert, blijft onduidelijk. De kans is groot dat het kabinet twijfelt aan het bestaan van Eijsbouts` Europese lente. En daar heeft het een punt. Het Europese project is buitengewoon onvoorspelbaar. Het kan inderdaad voor jaren blijven bij een samenwerkingsverband met de markt en de munt als enige supranationale elementen. Maar het kan ook binnen enkele jaren uitgroeien tot iets van een Europese federale staat die, net als met de euro, niet alle staten hoeft te omspannen. Het verschil tussen beide is minder een kwestie van voorspellen, dan van de vorming van meningen en van politieke wil.

In zoverre heeft Eijsbouts gelijk. De Europese integratie heeft een omvang bereikt die tot een politieke keuze dwingt. Die keuze moet tot stand komen in een open publiek debat, want anders gaat het mis.