Eerste stap naar processen Darfur

Het Internationale Strafhof richt pijlen eerst op een staats-secretaris en een militieleider.

De hoogste leiders blijven voorlopig buiten schot.

Zeker 23.000 Darfurezen verblijven momenteel in vluchtelingenkampen in Tsjaad. Aanklager Ocampo onderzoekt de uitbreiding van het conflict naar de buurlanden van Darfur. Foto AP Zeker 230.000 etnische Afrikanen zijn van Darfur naar het buurland Tsjaad gevlucht. Foto AP Sudanese Darfur refugees who recently crossed the border from Sudan are seen at the refugee camp of Gaga, Eastern Chad Tuesday Feb. 13, 2007. At least 230,000 ethnic Africans have fled Darfur to take refuge in camps in neighboring Chad and their numbers are steadily growing. But the refugees crowded into 12 camps are now facing increased tensions with Chadians in a competition for scarce resources in the large, barren border region. (AP Photo/Alfred de Montesquiou) Associated Press

Aanklager Luis Moreno-Ocampo van het Internationale Strafhof in Den Haag heeft gisteren voor het eerst twee verdachten genoemd die hij wil aanklagen voor misdaden begaan in het conflict in Darfur. In een 94 pagina’s tellend document zet Ocampo uiteen waarom hij vindt dat de Soedanese staatssecretaris van Humanitaire Zaken Ahmad Harun en militieleider Ali Kushayb zich voor het hof, dat in 2002 werd opgericht om de grootste misdaden aan te pakken, moeten verantwoorden. De rechters van het Strafhof (ICC) moeten nu beslissen of ze zullen overgaan tot dagvaarding.

Twee jaar geleden kreeg Ocampo van de VN-Veiligheidsraad de opdracht om een onderzoek naar Darfur te beginnen. Op het hoogste niveau in Khartoum werd in 2003 besloten in Darfur de tactiek van de verschroeide aarde toe te passen nadat rebellen een opstand waren begonnen. Hoge politici speelden hun bevelen door aan de geheime diensten en het leger, waarna plaatselijke bestuurders en commandanten aan het werk gingen. Zij hielpen de Arabische Janjaweedmilities opzetten en bewapenen. De Janjaweed vielen in samenwerking met bestuurders en legerleiders dorpen in Darfur aan, roofden, moorden en verkrachtten. Mensenrechtenorganisaties schatten dat sindsdien 200.000 Darfurezen zijn gedood, en 2,5 miljoen ontheemd zijn geraakt.

Harun, destijds staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, onder wie de politie en de regeringsmilitie PDF in Darfur vielen, heeft volgens Ocampo Janjaweedmilities opgericht, gefinancierd en bewapend. Kushayb zou duizenden Janjaweed geleid hebben en leiding hebben gegeven aan aanvallen op dorpen in West-Darfur.

De lijst van verdachten van de misdaden in Darfur is lang, maar het benodigde bewijsmateriaal om tot vervolging over te gaan valt moeilijk te verzamelen. De hoofdverdachten gaven destijds hun bevelen tot moord en brand heimelijk. Bovendien hebben Ocampo’s onderzoekers alleen buiten Darfur met getuigen gesproken, omdat de Soedanese overheid hen niet toeliet in Darfur.

Het ICC kreeg toen het aan zijn onderzoek begon van de Veiligheidsraad een lijst met 51 namen. Die zijn nog steeds onbekend, maar er wordt aangenomen dat er tien hoge landelijke politici op staan, zeventien hoge bestuurders in Darfur, veertien Janjaweedstrijders en zeven rebellenleiders. De Amerikaanse organisatie Human Rights Watch noemt als mogelijke betrokkenen op het allerhoogste niveau president: Omar al-Bashir, vice-president Ali Omar Taha – die de hoofdverantwoordelijkheid zou hebben gehad voor Darfur – minister van Defensie Bakri Salih en gouverneurs van Darfurese deelstaten. Verder wijst Human Rights Watch met de beschuldigende vinger naar militieleider Hilal Musa en naar legerleiders in Darfur.

Vice-president Taha was vermoedelijk het meest invloedrijk bij het beleid in Darfur, maar hij heeft de afgelopen jaren binnen de regering aan macht verloren. Hij is een man van vele gezichten: hij staat bekend als harde islamitische fundamentalist, maar nam het later op tegen zijn voormalige mentor Hassan al-Turabi, tot 2000 Soedans machtigste man. Taha is een mogelijke oorlogsmisdadiger én een vredesstichter: hij was de architect van het historische vredesakkoord in Zuid-Soedan dat begin 2005 gesloten werd.

Ocampo zegt op dit moment alleen Harun en Kushayb aan te kunnen pakken. „We zijn dankbaar voor het werk van de onderzoekscommissie [van de VN, red], maar wij hebben onze eigen analyse, ons eigen bewijs. Ik ben een aanklager, ik volg het bewijs.” Human Rights Watch vindt dat Ocampo het niet bij deze twee mag laten. „Deze individuen zijn belangrijk, maar de aanklager moet Soedanese politici en militairen die op het hoogste niveau verantwoordelijk zijn voor de zwaarste misdaden in Darfur aanpakken”, aldus directeur internationaal recht Richard Dicker. Hij noemt Ocampo’s aankondiging „een eerste stap om een einde te maken aan straffeloosheid”. De denktank International Crisis Group vindt de vervolging „een duidelijke indicatie dat de Soedanese regering een centrale rol heeft gespeeld in het plannen en uitvoeren van de gruwelijkheden”.

Het is niet toevallig dat juist in deze streek, rond de plaatsen Bindisi, Mukjar, Arawala en Garsila, het ICC kennelijk voldoende bewijzen heeft verzameld. Het moorden van overheidswege begon hier in 2003 en 2004 nádat de rebellengroepen zich uit eigen beweging naar de bergketen Jebel Mara hadden teruggetrokken. De militiestrijders, volgens bewoners samen met regeringssoldaten, namen wraak op de Afrikaanse bevolkingsgroep de Fur. De misdaden hadden zó openlijk plaats dat het moeilijk is geworden om alle bewijzen te verbergen. In 2004 lieten de daders in pogingen daartoe wel lijken in massagraven opgraven en verbranden.

Bovendien liggen de vernietigde dorpen vlak bij de grens met Tsjaad. Vele van de gevluchte slachtoffers weken naar het buurland uit, waar zij gemakkelijk bereikbaar zijn voor de onderzoekers van het ICC. Ook wil Ocampo onderzoek doen naar de uitbreiding van het conflict vanuit West-Darfur naar Tsjaad en de Centraal Afrikaanse Republiek.

In Khartoum is woedend gereageerd. „Al het bewijs waar de aanklager over sprak is aan hem gegeven door mensen die tegen de staat vechten, tegen burgers vechten en die onschuldige burgers doden in Darfur”, zei minister Mardi van Justitie.

Lees het document van de aanklager op: www.icc-cpi.int/library/cases/ICC-02-05-56_English.pdf