Een kantoorguerrilla

Tot voor kort kende ik de architectendwang alleen van horen zeggen. Zo had ik wel eens vernomen dat de ambtenaren van het Haagse stadhuis geen planten op hun kamer mochten hebben, omdat de architect van het gebouw, Richard Meier, vond dat dit afbreuk deed aan de witte smetteloosheid. En natuurlijk wist ik van de langdurige strijd die de medewerkers van VPRO met de architecten van MVRDV hadden moeten voeren om hun nieuwe kantoorgebouw op het Mediapark in Hilversum werkbaar te maken.

Maar na de verhuizing van de Amsterdamse redactie van NRC Handelsblad van een pand aan de Herengracht naar het INIT-gebouw heb ik nu zelf ook ervaringen met de sterke arm van architecten. Sinds een paar weken woedt er in het nieuwe kantoor een guerrilla tegen het ontwerp van de architect. Het eerste conflict ging over een kast die volgens de ontwerper iets te ver naar voren stond en een of andere zichtlijn bedierf. Later ging het om affiches die redactieleden op glazen wanden hingen om minder zichtbaar te zijn voor vreemde ogen. Een paar keer werden ze weggehaald door de nachtelijke eskaders van de architectuurpolitie die het gebouw doorzoeken op ongewenste blokkades van de transparantie. Nu hangen ze er toch, al helpen ze niet veel. Maar een groot kunstwerk, een schrijvende piloot van hardboard die op een kast was geplaatst om de scheiding met het aangrenzende kantoor van dagblad Trouw beter te markeren, is gestolen. Eerst hadden de eskaders het nog in een archiefruimte gezet, maar nadat de redactie de piloot had teruggezet op een kast, is hij verdwenen in de nacht.

Probleem van het nieuwe gebouw is de transparantie. Zoals zoveel moderne architecten is ook de ontwerper van het INIT-gebouw, een verbouwde fabriekshal, verzot op glas en doorzichtigheid. Niet alleen is de buitengevel helemaal van glas, maar ook de wanden langs een brede binnenstraat. De scheidingen tussen de verschillende kantoren zijn voor de helft van glas, evenals het vergaderzaaltje. Dit glazen kantoortje was voor een collega aanleiding om te vertellen dat zijn geliefde eens dwars door een glazen wand heen liep, zich sneed aan het gebroken glas en doodbloedde.

Al bijna een eeuw lang, sinds het glazen Bauhausgebouw in Dessau uit 1927, is transparantie het cliché van de moderne architectuur. Vraag een architect om een stadhuis of een parlementsgebouw te ontwerpen, en hij komt met een glazen doos „om het bestuur zichtbaar te maken voor de kiezers”. Ook voor woningen is glas een geliefd materiaal. Bij mij aan de overkant in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt zijn bijvoorbeeld drie ‘optoppingen’ van glas gebouwd, extra etages bovenop degelijke bakstenen gebouwen. Bij mooi weer, ook in de winter, zijn we altijd weer getuige van het gevecht van de bewoners met de zon. Ze verliezen altijd.

Een overvloed aan glas maakt niet alleen koeling van een gebouw moeilijk, maar leidt ook tot een psychische belasting van de gebruikers. In het nieuwe kantoor lijden veel NRC-redacteuren zozeer onder de blikken van de voorbijgangers in de binnenstraat , dat ze er exhibitionistische neigingen van krijgen: als ze dan toch voortdurend worden bekeken, willen ze de gluurders ook iets laten zien. Tot nu toe hebben de meesten zich in weten te houden. Slechts één redacteur heeft een half uur lang met ontbloot bovenlijf achter zijn bureau gezeten.

Bernard Hulsman

Dit is de laatste column op woensdag.