Drie man zijn monopolist tegen wil en dank

De software van de Nederlandse stemcomputers is deels in handen van een bedrijfje waar drie mensen werken. De Kiesraad noemt de risico’s hiervoor bij verkiezingen „aanzienlijk”.

Een stemcomputer van Nedap, met software van Groenendaal. De afhankelijkheid van dit bedrijf is „groter dan wenselijk”, zegt de Kiesraad. Foto Peter Hilz Nederland, Rotterdam, 7 maart 2006 gemeenteraadsverkiezingen stemmachine opkomst (11:00) stembureau in wijk Bospolder Tussendijk, Deelgeente Delfshaven / achterstandswijk autochtone kiezers politieke partijen Rotterdam verkiezingsstrijd Verkiezingen gemeenteraad en deelraden Dinsdag 7 Maart 2006 / stembureau 096 stemburo gemeenteraadsverkiezingen gemeenschap ideologie verkiezings campagne in de Rotterdam, / kiezers, gemeenteraadsverkiezingen stem verkiezingsprogramma verkiezingen gemeenteraad deelgemeenten, peilingen beleid bestuur verkiezingen stemmen stembus Local Elections The Netherlands gemeenten politieke partijen Politiek kandidaat standpunten programma gemeenteraad collegevorming / kiezen / stemmen / Voorbereidingen / lokale politiek / strijd / gemeenteraad Opkomst / Bestuur / besturen / grote steden verkiezingsstrijd / inspraak burgers, stemmen kiezen opkomst democratie links foto: Peter Hilz Peter Hilz;Hollandse Hoogte

„Bizar is de positie die Binnenlandse Zaken nu inneemt; Decennialang schitteren langs de zijlijn met graverende blunders. [...] En nu plotseling het veld betreden om een partij paniekvoetbal te gaan spelen die zijn weerga niet kent (welke idioot bestelt er van mijn belastingcenten 100.000 potloden ??).”

Dat schrijft Jan Groenendaal op 11 november 2006 – ruim een week voor de Tweede Kamerverkiezingen – in een e-mail aan Harke Heida. Groenendaal is directeur van het bedrijf dat software levert voor alle stemcomputers in Nederland. Zijn driemansbedrijf is onmisbaar voor een goed verloop van verkiezingen in Nederland. Heida is als ambtenaar op het ministerie van Binnenlandse Zaken verantwoordelijk voor de goedkeuring van stemmachines.

Groenendaal is boos dat het ministerie zich na jaren afzijdigheid met de organisatie van de verkiezingen is gaan bemoeien. Dat gebeurde omdat vlak voor de verkiezingen vorig jaar de stemmachines van het bedrijf Nedap in opspraak kwamen. De actiegroep Wijvertrouwenstemcomputersniet.nl toonde aan dat de computers makkelijk te kraken zijn. Bijna 90 procent van de gemeenten gebruikt stemmachines van Nedap voor verkiezingen – de rest wilde machines van de Sdu gebruiken, maar die werden ook afgekeurd. Het bedrijf van Jan Groenendaal (Groenendaal Bureau voor Verkiezingsuitslagen) maakt de software waarmee kandidatenlijsten in de stemmachines worden ingevoerd. Gemeenten en de Kiesraad zijn van de software van Groenendaal afhankelijk om de uitslagen te berekenen. De Kiesraad stelt de einduitslag vast.

Jan Groenendaal wil van de bemoeienis van het ministerie af. In dezelfde e-mail aan Heida schrijft Groenendaal dat hij alleen bereid is zijn medewerking aan de komende Provinciale Statenverkiezingen te verlenen, als het ministerie zijn bedrijf koopt. De Kiesraad heeft het ministerie al sinds 2003 geschreven dat de betrokkenheid van Groenendaal „essentieel” is voor het goede verloop van verkiezingen.

Bron van de interne correspondentie tussen de Kiesraad, Groenendaal en het ministerie is de actiegroep Wijvertrouwenstemcomputersniet, die daarvoor een beroep deed op de Wet openbaarheid van bestuur.

Zonder ondersteuning van Groenendaals bedrijf zijn er „aanzienlijke risico’s” bij verkiezingen, schrijft de Kiesraad, die ook de regering adviseert over het verkiezingsproces. In een brief van 22 december 2006 aan de toenmalige minister Nicolaï (VVD) schrijft de Raad: „De Kiesraad is zich ervan bewust dat de afhankelijkheid van instanties die met verkiezingen zijn belast van een enkele marktpartij, in casu Groenendaal, groter is dan wenselijk is.”

De zorgen over het monopolie van Groenendaal en Nedap zijn niet nieuw. In 2003 adviseert de Kiesraad al aan Johan Remkes (op dat moment minister van Binnenlandse Zaken, VVD) „op korte termijn in overleg te treden met Nedap-Groenendaal om tot een bevredigende oplossing te komen”. Maar dat overleg heeft blijkbaar nooit plaatsgevonden, schrijft de Kiesraad op 15 april 2005 aan minister Alexander Pechtold (op dat moment de verantwoordelijke minister, D66).

Dus krijgt Pechtold dezelfde boodschap: „Geconstateerd kan worden dat de markt voor stemmachines, voor uitslagberekeningen en voor het onderhoud hiervan in Nederland zeer kwetsbaar is.” Eigenlijk, schrijft de Kiesraad, heeft Groenendaal een monopoliepositie. „Daarom adviseert de Kiesraad u vanuit uw algemene verantwoordelijkheid voor een goed verloop van de verkiezingen [...] op korte termijn in overleg te treden met vertegenwoordigers van Nedap-Groenendaal. Het is immers voor een goed verloop van de verkiezingen essentieel dat de op de markt zijnde stemmachines en de software voor de berekening van de uitslag ook in de toekomst ondersteund wordt.”

Als dat overleg al plaatsvindt, leidt dat niet tot een oplossing, zo blijkt uit de correspondentie. Op 22 november, de dag van de verkiezingen, stuurt Groenendaal een brief aan Nicolaï. Hij legt nog eens uit hoe belangrijk zijn bureau is voor een goede voortgang van verkiezingen, en herhaalt zijn voorstel om „uiteraard tegen een passende vergoeding” zijn bureau aan het ministerie te verkopen.

„Ik moet aandringen op een zeer snelle reactie”, schrijft Groenendaal. Ook op die brief krijgt hij geen antwoord. Hij schrijft daarover aan Hanneke Schipper, secretaris-directeur van de Kiesraad: „We stevenen af op een uiterst gevaarlijke situatie! De minister heeft nog niet gereageerd op mijn brief. Volgens mij wordt hij niet adequaat gecoacht. Ik heb mijn medewerkers opgedragen geen enkele activiteit te ontplooien, alvorens we een antwoord hebben waarmee we kunnen leven.”

Ondertussen zijn de verhoudingen tussen Groenendaal enerzijds en de Kiesraad en het ministerie anderzijds niet verbeterd. Voor de Kamerverkiezingen stuurt Groenendaal een verklaring naar gemeenten die met zijn software werken. Omdat het ministerie zich na jarenlange afzijdigheid opeens bemoeit met de organisatie van de verkiezingen, wil hij geen verantwoordelijkheid meer dragen voor een goede afloop. Nu reageert het ministerie direct. Dezelfde dag al gaat er een briefje naar gemeenten: „Er is geen enkele reden om te twijfelen aan het feit dat de organisatie van de komende verkiezing [...] ordentelijk en goed verloopt. [...] De minister betreurt het dan ook zeer dat de firma Groenendaal deze verklaring naar buiten heeft gebracht. Gelet hierop is de firma Groenendaal met spoed uitgenodigd voor een gesprek met het ministerie.”

Als Groenendaal in een tijdschrift schrijft hoe hij na de verkiezingen arriveert „bij de Kiesraad om de officiële uitslag te gaan berekenen”, is ook de raad kwaad. Schipper schrijft hem: „De Kiesraad is zeer ongelukkig met jouw uitlatingen, omdat zij de indruk wekken dat jij de uitslag van de verkiezingen vaststelt. De voorzitter van de Kiesraad vindt het noodzakelijk hier nader met je over te spreken.”

De correspondentie, in bezit van de krant, loopt tot eind december 2006. Wat is er in de tussentijd gebeurd? Groenendaal vertelt dat hij niets meer van het ministerie heeft gehoord. „Dat is raar ja, maar er gebeuren veel rare dingen.” Hij heeft besloten toch maar mee te werken aan de provinciale verkiezingen. Op zijn relatie met Binnenlandse Zaken wil hij „liever niet ingaan”. Hij zegt alleen: „Mijn jarenlange ervaringen zijn zeker niet op alle fronten positief.” De zorgen van de Kiesraad over zijn monopoliepositie noemt hij volkomen terecht. „Ik ben monopolist tegen wil en dank.”

Een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken zegt dat de correspondentie van Groenendaal „bij ons nooit is opgevat als dreigement.” Het ministerie werkt al bijna twintig jaar „naar volle tevredenheid” met Groenendaal samen. Volgens de woordvoerder heeft de kwetsbaarheid waarvoor de Kiesraad waarschuwde, „nooit acuut gevaar” opgeleverd. Ook Schipper van de Kiesraad heeft nooit getwijfeld aan de medewerking van Groenendaal. De Kiesraad heeft vaker gewaarschuwd voor de kwetsbare positie van het driemansbedrijf, beaamt ze. „Maar we begrijpen ook dat je niet van de ene op de andere dag maatregelen kan nemen. Een simpele oplossing is er niet.”

Lees de correspondentie tussen Kiesraad, Binnenlandse Zaken en Groenendaal op nrc.nl.