De vossenbontjes van de Nederlandse politiek

Het intellectuele debat in Nederland spitste zich eind februari 2007 dus toe op twee topics : het vossenbontje, en de vraag of Turken en Marokkanen van louter vreugd victorie roepen als ze aan vreemde kust de Nederlandse vlag zien.

Het vossenbontje werd vorige week op het bordes van Huis ten Bosch opzichtig gedragen door mevrouw Maria van der Hoeven, die zojuist was beëdigd als minister van Economische Zaken.

Provocatie? Dat vermoedde de Partij voor de Dieren, die onder het opruiende motto ‘een dode vos bij Huis ten Bosch!’ onmiddellijk de noodklok luidde. Het antwoord liet geen nacht op zich wachten. Vijfduizend mails. Dat is het mooie van intellectueel Nederland. Het hoeft maar even wakker gemaakt te worden, of het springt z’n bed uit, opent de laptop, en begint nog in pyjama als een bezetene te bloggen. En liefst allemaal samen.

Een woordvoerder van mevrouw Van der Hoeven hoopte de zaak te sussen door eraan te herinneren dat de minister in haar vorige functie (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) had bevorderd dat chimpansees, die een verblijf in een laboratorium voor proefdieren hadden overleefd, op hun oude dag eerste klas werden verzorgd.

Maar je maakt wangedrag tegenover een vos natuurlijk niet goed met een goedkoop gebaar tegenover een ouwe aap. Mede namens haar intellectuele lijstduwers eist Marianne Thieme dus een brief, en als daar geen berouw in doorklinkt kan er een motie van treurnis komen.

Het andere debat is zoals bekend ontketend door Geert Wilders die de staatssecretarissen Aboutaleb (Sociale Zaken) en Albayrak (Justitie) wil wraken omdat ze waarschijnlijk ook victorie roepen als ze een Marokkaanse of Turkse vlag aan vreemde kust zien. Dat is om zo te zeggen Wilders’ z’n vossenbontje. Ook hij hees dus een stormbal. Ook hij werd overladen met emails. Bij 5000 raakte hij de tel kwijt. Maar zijn box bleef intussen als een tsunami volstromen, onder andere dankzij de aanblazingen van de staatsrechtsgeleerde Twan Tak („Geert wordt gedemoniseerd”) die, zoals je aan zijn naam kunt horen, net als Wilders een kind is van het voormalige generaliteitsland Limburg, waar ze uit inburgeringseerzucht hun namen zoveel mogelijk proberen te vernederlandsen. Dus Antoine, onze Anton, wordt daar Twan. En Jean, die eigenlijk Jan zou moeten worden, heet in dat gewest Sjeng.

Waarom overigens laat het Turken en Marokkanen die in Nederland wonen tamelijk koud of Aboutaleb en Albayrak morgen misschien op hangende pootjes terug moeten naar de koningin om hun ontslag aan te bieden? Dat blijkt uit onderzoek.

Je zou eruit kunnen afleiden dat de meeste allochtonen nog altijd niet toe zijn aan het niveau van ons intellectuele debat. Dat ze het temperament missen van kamervoorzitter Gerdi Verbeet. Of de discipline waarmee Thom de Graaf (inmiddels gekozen burgemeester van Nijmegen) toentertijd eerst de hele Anne Frank las alvorens gemotiveerd de aanval op Pim Fortuyn te kunnen openen. Of de eensgezinde verontwaardiging die de verzamelde Haagse fractievoorzitters in november 2004 aan de dag legden toen ze de zwaarst denkbare straf eisten tegen een suffe roomse, maar per ongeluk tot Allah bekeerde Brabantse sukkel, die de avond te voren had herhaald wat Andries Knevel hem had voorgezegd, namelijk dat Geert Wilders de kanker kon krijgen.

Nieuwsgierig kijken we uit naar de wijze waarop de Kamer zou discussiëren over de regeringsverklaring. Hoe komt Mark Rutte klaar met het homohuwelijk als André Rouvoet daar een palliatief alternatief voor wil bedenken? Wat vraagt Marianne Thieme aan het kabinet inzak de vos? En hoe vol wordt het achter de interruptiemicrofoon als iedereen op eigen wijze met zijn intellectuele afschuw van Wilders wil pronken?

Onze Turken en Marokkanen kunnen er veel van op steken.

Lees alle eerdere columns van Jan Blokker terug op nrc.nl/blokker