De Negende aan het Binnenhof?

‘Sociale samenhang komt niet tot stand zonder een goed functionerend publiek domein en een gedeeld waardenbesef. Daar draagt iedereen verantwoordelijkheid voor. In de eerste plaats ouders en opvoeders. Maar ook talloze anderen, van politieagent tot ambulancechauffeur, van leraar tot burgemeester, van voetbalclubvrijwilliger tot mantelzorger, van journalist tot geestelijk leider. Van hen mag daarom een hoge mate van integriteit gevraagd worden. Op hun beurt mogen zij ook in moeilijke omstandigheden de overheid aan hun zijde weten.”

Dit stukje tekst is te lezen op pagina 9 van het coalitieakkoord dat de Tweede Kamerfracties van CDA, PvdA en ChristenUnie op 7 februari aanvaardden. Het is een tekst om hardop te lezen, een tekst die goed is voor brokken in de keel. De Negende van Beethoven klinkt, als het ware. En het is niet de enige tekst van dit type. Er volgt er aansluitend nog zo een, die gaat over het project ‘Van probleemwijk naar prachtwijk’: „Er komt een offensief om probleemwijken te ontwikkelen naar prachtwijken. Onderdeel daarvan zijn aanvalsplannen met gemeenten, woningcorporaties, bedrijfsleven, politie, welzijnswerk en scholen, waarbij zij het eens worden over doelen, geld en middelen. De rijksoverheid is medefinancier, inspirator en verbinder.” Schitterend, veel bewoners van probleemwijken zouden vast al blij zijn als hun wijk een redelijk stuk opgekrikt zou worden. Maar zij mogen méér verwachten, hun wijk wordt een prachtwijk. Kortom: die Negende kan opnieuw op de draaitafel en mag er blijven liggen want het coalitieakkoord staat vol met zulk geprogrammeerd geluk.

Men hoeft geen cynicus te zijn om zich te ergeren aan dergelijke blije compromisteksten van partijen en personen die elkaar een half jaar geleden nog behoorlijk heftig bestreden. Wat mag er in Beetsterzwaag en elders toch onder leiding van informateur Wijffels gebeurd zijn met de heren onderhandelaars op hun o zo gelukkige weg naar een programmatische hemelvaart? En kan zoiets überhaupt standhouden in de dagelijkse politieke en bestuurlijke praktijk die nu is begonnen? En die vier jaar moet duren. Meer nog: is zoiets eigenlijk wenselijk, 48 maanden lang, deze toon en taal van de jongelingenvereniging? Een kabinet als vriendenclubje binnen de driehoek Balkenende-Bos-Rouvoet? Een kabinet dat „voor het verwerven van een breed draagvlak voor het te voeren beleid het gesprek zal aangaan met burgers, maatschappelijke organisaties en medeoverheden”. Zeker, „de overheid heeft een eigen verantwoordelijkheid”, heet het nog wel. Maar toch: „dit doet niets af aan het feit dat beleid dat in dialoog tot stand komt, tot grotere betrokkenheid leidt. Dat bevordert de uitvoerbaarheid en leidt tot betere resultaten.”

Dat is een mooi devies van het kabinet-Balkenende IV. Kennelijk heeft het voorheen, ten tijde van Balkenende II en III bijvoorbeeld, af en toe enigszins ontbroken aan vorming van beleid in dialoog. Wellicht was dat mede een gevolg van het feit dat de gesprekspartners voor zo’n dialoog weinig zin hadden, net als de partij van Bos, om zich medeverantwoordelijk te (laten) maken voor het gevoerde saneringsbeleid? Opmerkelijk is in ieder geval dat Bos, en de tot een hernomen dialoog opgeroepen organisaties, nu niet of nauwelijks om herziening vragen van de saneringsmaatregelen van de afgelopen jaren. Wie lacht daar in het struikgewas?

Over honderd dagen en na veel dialogen, waarbij ministers op uiteenlopende terreinen de rol van verantwoordelijke projectministers hebben, wil het kabinet het coalitieakkoord uitgewerkt hebben in een beleidsprogramma. Dat wordt nader ‘ingevuld’ in de begroting voor 2008, die op Prinsjesdag wordt gepresenteerd – de mooie ambities krijgen dan de vorm van kille cijfers. En zullen die cijfers steeds in dialoog zijn ontstaan? Dat is zeer de vraag. Een voorbeeld. De ambtenarenbonden willen een fikse loonsverbetering. Het kabinet wil 15.000 ambtenaren kwijt en wil bovendien (met minder mensen) een beter overheidsproduct. Onder meer door meer efficiency, waarvan de opbrengst al van een bestemming op de Investeringsagenda is voorzien. Nu, dat kan nog een aardige dialoog worden met de ambtenarenbonden. Dan komt in zicht wat ook voor de kabinetten-Balkenende II en III gold: de overheid heeft een eigen verantwoordelijkheid. Anders gezegd: dan komen achter de licht corporatieve fanfares van het coalitieakkoord de zaken weer zo te liggen als het hoort. Namelijk: het kabinet maakt de uiteindelijke afweging, het wikt en weegt, al dan niet na een uitvoerige dialoog met deze en gene, en beslist in eigen verantwoordelijkheid, en dat dan naar genoegen van een parlementaire meerderheid. Kan het zijn met de Negende van Beethoven op de draaitafel. Als het meezit, maar dat doet het lang niet altijd.

J.M. Bik is medewerker van NRCHandelsblad.