De chaperonne van een bank in crisistijd

Bankpresident Nout Wellink noemt de brief van hedgefonds TCI aan ABN Amro een brug te ver.

Maar hoe ver reikt de macht van De Nederlandsche Bank?

Het geld is grenzeloos geworden, maar achter de dijken waakt nog altijd De Nederlandsche Bank (DNB). De hedgefondsen die met duizenden miljarden over de wereld zwerven op zoek naar het hoogste rendement kunnen ongestoord hun gang gaan, maar wie een bank op de korrel neemt, krijgt te maken met één of meer toezichthouders.

Wie serieus voorstelt dat een grote bank als ABN Amro zich moet opbreken of verkocht moet worden aan de hoogste bieder, kan erop rekenen dat De Nederlandsche Bank prompt overgaat op verhoogde dijkbewaking.

Geld is te belangrijk om aan het vrije spel der maatschappelijke krachten over te laten, is de gedachte achter het formele toezicht op banken. Zij moeten solide zijn en solide geleid worden, anders kan het publiek zijn vertrouwen verliezen. In het somberste scenario leidt vertrouwensverlies tot een run op de bank. Wanneer spaarders en andere banken massaal hun geld opeisen, moet de bank razendsnel de verstrekte kredieten aan bedrijven en huizenkopers opzeggen, het geld innen en betalen aan spaarders. Dat lukt niet.

Zo ontwricht vertrouwensverlies het financiële verkeer en de hele economie. Daarin verschillen banken van ‘gewone’ ondernemingen. Daardoor verschilt de reactie van DNB-president Nout Wellink op de brief van hedgefonds TCI aan ABN Amro van zijn eerdere positief getoonzette opmerkingen. Wellink zei deze zaterdag in NRC Handelsbladdat de brief van TCI aan ABN „een brug te ver” was. Eerder loofde Wellink de welvaart verhogende invloed van private-equityfinanciers (die hele bedrijven opkopen) en hedgefondsen (die met geleend geld aandelenpakketten kopen om koerswinst te pakken).

De waarschuwing van Wellink aan het adres van TCI is een herinnering aan de formele regels in Nederland. Zijn waarschuwing geldt ook voor de andere hedgefondsen die volgens ABN Amro-bestuursvoorzitter Rijkman Groenink de laatste maanden elk 1 procent van de aandelen hebben gekocht – het percentage dat nodig is om punten op de agenda te zetten voor de aandeelhoudersvergadering.

Als blijkt dat zij samenwerken, en willen stemmen op meer dan 10 procent van het aandelenkapitaal van ABN Amro, moeten zij fiat vragen aan De Nederlandsche Bank. Het is overigens de vraag of de centrale bank toestemming kan weigeren. Goede kans dat Brussel dan terugslaat met een onderzoek naar vrij kapitaalverkeer.

De praktijk in Nederland is tot nu toe heel liberaal. Twee jaar geleden kreeg de Amerikaanse opkoper J.C. Flowers bijvoorbeeld alle vrijheid om de bank NIB Capital (nu NIBC) over te nemen. Flowers is een private-equityfinancier, maar zijn aanpak verschilt op twee cruciale punten van die van TCI. Flowers heeft zijn plannen vóór de overname toegelicht bij De Nederlandsche Bank. Bovendien is Flowers zelf een ervaren bankier, werkt hij met de directie van NIBC en zijn onder de financiers gerenommeerde banken als ABN Amro.

En, NIBC is een aansprekende zakenbank, maar een dreumes ten opzichte van ABN Amro. Alle banken zijn gelijk, maar grote banken zijn gelijker dan andere.

Hoe dichter een bank bij het hart van het financiële bestel zit, hoe meer de centrale bank chaperonne in crisistijd wordt. Vandaar dat Wellink zich zorgen maakt. Zorgen als: wanneer ABN Amro geforceerd uitverkoop houdt, kan zij winstgevende activiteiten gemakkelijk verkopen, maar dan resteren de minder renderende zaken. Dan is De Nederlandsche Bank opeens een toezichthouder op een minder gezonde bank, want alle opbrengsten zijn overgemaakt naar de aandeelhouders. Hoe zouden spaarders reageren? En in het verlengde van zo’n somber scenario: wordt de gekrompen ABN Amro een direct overnamedoelwit? Van een buitenlandse bank? Of mogen binnenlandse concurrenten ook bieden?

In dit proces staat ook het internationale gezag van Wellink op het spel. Nederland heeft in de financiële wereld de primeur van een ‘aanval’ van hedgefondsen op een grote nationale bank. Wellink en DNB schrijven nu hun hoofdstuk in de saga Hedgefondsen: zegen of zorgenkind?