Accountants van Venus

Vrouwen in de accountancy stromen maar moeilijk door naar hogere functies.

Dus bedenken de grote kantoren oplossingen. „Onze cultuur is te masculien.”

„Als mannen in een selectiecommissie een man tegenover zich hebben, zien ze zichzelf toen ze jong waren”, zegt Marjet van Zuijlen. Van Zuijlen is partner bij accountantskantoor Deloitte. „Dan denken ze: een eager beaver, die kan dat wel. Maar in een vrouw zien ze hun dochter. Dan denken ze: rustig aan, nog even een jaartje wachten met die zware functie.”

In de accountancy is de instroom van vrouwen en mannen fiftyfifty, maar naarmate het functieniveau stijgt, blijft daar niet veel over. Bij alle grote accountantskantoren is van de partners slechts 4 procent vrouw.

„Onze cultuur is te masculien”, zegt Jos Nijhuis, bestuursvoorzitter van PricewaterhouseCoopers. „Daarom haken vrouwen af. Zij denken bewuster na over de manier waarop ze hun leven willen invullen. Dus vragen ze zich af of PWC wel de ideale werkgever is.”

Volgens Nijhuis is een van de redenen voor het afhaken van vrouwen, dat er onvoldoende aandacht is voor de menselijke maat in het bedrijf. „Het doel is dat de klant optimaal bediend wordt. Daaraan is alles ondergeschikt. Alleen maar werken, dat is de attitude.”

Het is niet dat de vrouwen die beginnen met een baan in de accountancy niet willen werken. Maar ze verdwijnen na een paar jaar. Volgens Fleur Engberink, manager bij KPMG, gebeurt dat op vaste momenten. Afgestudeerde heao’ers en economen komen in dienst van een kantoor en worden opgeleid tot registeraccountant. „Als ze bijna klaar zijn, vragen ze zich af of ze wel bij een accountantskantoor willen blijven. Dat is voor zowel mannen als vrouwen een uitstroommoment.” Vervolgens haken veel vrouwen af als ze begin dertig zijn. „Dan worstelen ze met de balans tussen werk en privé”, zegt Engberink. „Daar zijn individuele oplossingen voor. Je kunt in deeltijd werken. Of flexibel, bijvoorbeeld fulltime in drukke periodes en vrij in de zomervakantie. Maar vaak wordt dat niet eens besproken of weten mensen niet dat die mogelijkheden er zijn.”

Werken in de accountancy betekent doorstromen. Uiteindelijk wordt iemand manager, seniormanager en ten slotte partner. „Het partnertraject ingaan is ook een uitstroommoment voor vrouwen”, zegt Engberink. „Als je dat traject ingaat, committeer je je voor jaren aan het bedrijf. Dus als je weg wilt, is dit zo’n beetje de laatste kans.”

Accountantskantoor Jefferson Wells, dat in 2005 in Nederland een vestiging opende, hanteert bewust geen partnermodel, omdat dit belemmerend is voor vrouwen. „Bij ons sta je gewoon op de loonlijst en is er onderling geen concurrentie om door te groeien”, zegt directeur Huub Haverhals. „In een partnermodel word je geacht in een vast tijdpad door te stromen en dat is uitgerekend in de periode dat vrouwen kinderen krijgen.”

Toch zouden vrouwen ook mét kinderen het partnerschap in een accountantskantoor aan moeten kunnen. „En als je eenmaal partner bent, heb je de regie over je eigen tijd”, zegt Michele Hagers, hoofd van het Amsterdamse kantoor van Ernst & Young. „Dat houd ik vrouwen altijd voor.”

Jarenlang ging de accountancy ervan uit dat vrouwen zich moesten aanpassen. Formeel hebben ze immers dezelfde kansen als mannen. Als ze die niet grijpen, moeten ze het zelf maar weten. Tegenwoordig zegt niemand dat meer hardop. Integendeel. De accountancywereld trekt alles uit de kast om vrouwen binnen te houden en door te laten stromen. De vier grootste kantoren hebben hiervoor speciale programma’s ontwikkeld.

Maar het scheppen van voorwaarden om vrouwen voor de accountancy te behouden, zou volgens Marjet van Zuijlen van Deloitte al aan de start van hun carrière moeten beginnen. Zij stelt dat een van de problemen is dat mensen onbewust geneigd zijn klonen van zichzelf aan te nemen. Zij zou daarom graag zien dat alle selectiecommissies uit mannen én vrouwen bestonden. „Maar dat is lastig met zo weinig vrouwen aan de top.”

Daarom vindt Van Zuijlen het des te belangrijker dat iedereen zich bewust is van de verschillen tussen vrouwen en mannen. „Mannen denken: Als iemand partner wil worden, meldt hij dat wel. Maar vrouwen denken: Ze weten dat ik goed ben en hard werk. Waarom vragen ze dan niet of ik partner wil worden?”

Moeten vrouwen dat voortaan dan ook hardop zeggen? „Nee”, zegt Van Zuijlen. „Vrouwen moeten zich niet aanpassen aan mannen. De vrouwen die nu aan de top zitten, hebben zich wel aangepast. Als er geen kritische massa is, moet je one of the boys zijn. Maar ik zou het prettig vinden als de vrouwen die na mij komen minder haar op hun tanden hoeven hebben.”

Dat de loopbanen van vrouwen inmiddels hoog op de agenda van de accountantskantoren staan, heeft te maken met de krapte op de arbeidsmarkt. En met geld, want het is verspilling om mensen op te leiden en vervolgens afscheid te nemen. „Maar de belangrijkste reden is dat diversiteit tot een beter product leidt”, zegt Fleur Engberink. „Als een team een mix is van vrouwen en mannen met verschillende culturele achtergronden, wordt het perspectief breder. Dan wordt de klant beter bediend.” „Klanten vragen er ook om”, zegt Van Zuijlen.

„Bovendien is de tijd voorbij dat je als werknemer afhankelijk bent van je werkgever”, zegt Nijhuis van PricewaterhouseCoopers. „Het is omgedraaid. In onze netwerkeconomie komen getalenteerde mensen overal aan de bak. Dus werkgevers moeten hun best doen. Mannen in de accountancy moeten begrijpen wat de kracht is van diversiteit en organisaties moeten zich beter aanpassen aan vrouwen.”