Servië reageert opgelucht op vonnis

In Servië en in de Servische Republiek in Bosnië is met opluchting gereageerd op het vonnis van het Internationaal Gerechtshof, gisteren, waarin werd vastgesteld dat Servië niet schuldig is aan genocide tijdens de oorlog in Bosnië. In Bosnië reageerden leiders van de moslims en Kroaten teleurgesteld.

In Belgrado legden de diverse leiders in hun reactie verschillende accenten. De nationalistische premier Vojišlav Kostunica vond het belangrijkste dat Servië „is bevrijd van de ernstige beschuldiging dat het genocide heeft gepleegd”. Vervolgens bepleitte hij bestraffing van al diegenen die oorlogsmisdaden hebben gepleegd, omdat zonder die bestraffing geen verzoening mogelijk is.

President Boris Tadic legde in zijn reactie het accent vooral bij wat hij noemde „het harde onderdeel” van het vonnis van het Internationaal Gerechtshof: Servië had de genocide van Srebrenica in juli 1995 moeten voorkomen. Tadic riep het parlement op in een gemeenschappelijke verklaring het bloedbad van Srebrenica te veroordelen. Het parlement heeft dat in 2005 al eens willen doen, maar er werd toen geen overeenstemming bereikt over de tekst. Tadic zei gisteren ook dat Servië de samenwerking met het Joegoslavië-tribunaal moet „voltooien”, wil het „dramatische politieke en economische consequenties” vermijden.

In Bosnië gaven gisteren alle drie de leden van het Bosnische staatspresidium een reactie op de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof. Haris Silajdzic, die in het staatspresidium de moslims vertegenwoordigt, zag in het oordeel van het Internationaal Gerechtshof een bevestiging van zijn oordeel dat de Servische Republiek moet worden opgeheven. Hij zei dat Bosnië „de resultaten van de genocide” moet elimineren, door „de resoluties uit de grondwet te schrappen die het resultaat waren van genocide”. Het Servische lid van het staatspresidium, Nebojša Radmanovic, zei te vrezen dat het vonnis de etnische spanning in Bosnië zal vergroten. „Het vertrouwen moet niet met klachten en vonnissen worden vergroot, maar op andere wijze”, zo zei hij.

Het Kroatische lid van het staatspresidium, Zeljko Komsic, was „teleurgesteld” door het vonnis in Den Haag. Hij zei niet te weten of het feit dat Servië niet wegens genocide is veroordeeld te wijten was aan gebrek aan bewijs of „een verkeerde inschatting” van het Internationaal Gerechtshof. Komsic zei het vonnis te respecteren, maar, zo voegde hij daaraan toe, „ik weet wat ik mijn kind zal leren” over de oorlog in Bosnië.

De premier van de Servische Republiek, Milorad Dodik, zei dat – anders dan het Hof gisteren oordeelde – in Srebrenica geen genocide heeft plaatsgevonden, alleen „een vreselijke misdaad” waarvan de daders moeten worden gestraft. Volgens hem heeft het Hof de beoordeling van ‘Srebrenica’ als genocide gewoon overgenomen van het Joegoslavië-tribunaal, dat al eerder vaststelde dat in Srebrenica genocide is gepleegd.

(VIP)