Oliegeld Irak naar alle regio’s

Na vele maanden onderhandelen en onder zware druk van de Verenigde Staten heeft het Iraakse kabinet gisteren overeenstemming bereikt over een wet die de olie-industrie regelt en de olie-inkomsten verdeelt over de verschillende gemeenschappen. De Amerikaanse regering ziet de wet, die nog door het parlement moet worden aangenomen, als een belangrijk middel om de shi’ieten, sunnieten en Koerden met elkaar te verzoenen. Irak is een van de grootste olielanden ter wereld. De regering van premier Nouri al-Maliki had bij haar aantreden beloofd de wet voor eind vorig jaar door te voeren. Maliki zelf begroette het akkoord over het wetsvoorstel gisteren als „nieuw fundament” van een nieuw Irak.

Volgens vicepremier Barham Salih heeft het Iraakse politieke leiderschap zich verplicht om het wetsvoorstel tegen eind mei in te voeren. Hij zei dat dit nog een heel karwei zal worden, maar dat de politieke en economische belangen van het land dit vereisen.

Volgens het wetsvoorstel zullen de olie-inkomsten over alle 18 Iraakse provincies worden verdeeld in overeenstemming met de omvang van de bevolking. Dit is een concessie aan de sunnitische minderheid, die in haar woongebieden in het westen en midden van het land over relatief weinig bewezen oliereserves beschikt. De meeste Iraakse oliegebieden liggen in het Koerdische noorden en het shi’itische zuiden.

De Koerden hebben bereikt dat regionale besturen de macht krijgen met de internationale oliemaatschappijen te onderhandelen over contracten om olie in hun gebieden te winnen. De contracten worden vervolgens door een commissie van de centrale regering onder leiding van de premier bestudeerd. Een vroegere Iraakse oliefunctionaris, Tariq Shafiq, zei eerder deze maand op een conferentie in Amman dat de macht over de Iraakse olie- en gasbronnen „alarmerend” van het centrum naar de regio’s verschuift. Shafiq was betrokken bij het opstellen van een vroege versie van de oliewet.

Volgens Iraakse zegslieden omvat de oliewet diverse aanmoedigingen aan internationale oliemaatschappijen om in de zwaar verouderde industrie te investeren, met name een substantieel aandeel in de olie-inkomsten ter compensatie van die investeringen, en aanzienlijke belastingenvoordelen. Veel Irakezen zijn bang dat deze bepalingen erop neerkomen dat de olie de facto aan de buitenlandse oliemaatschappijen wordt overgedragen.

De voorstanders betogen dat alleen de grote maatschappijen de miljarden dollars hebben die nodig zijn om de olie-industrie te moderniseren. Irak exporteert nu nog geen twee miljoen vaten per dag tegen 2,5 miljoen vóór de Amerikaans-Britse invasie van 2003. (AP, Reuters)