Meervoudige loyaliteiten

Ik weet niet waar ik sterven zal.

(Multatuli: het lied van Saïdjah in Max Havelaar)

Staatssecretaris Ahmed Aboutaleb heeft op de provocatie van de Wilderspartij, die zijn loyaliteit en die van zijn collega Nebahat Albayrak aan Nederland in twijfel trekt, verklaard dat hij na zijn dood „aan de Nederlandse bodem wil worden toevertrouwd”.

Ik denk dat het verstandiger was geweest als hij zich niet had laten provoceren. Nu wekt hij onbedoeld de indruk dat de bewijslast van hun loyaliteit bij de verdacht gemaakte staatssecretarissen zelf is komen te liggen. Het beste is meestal een provocateur in zijn sop te laten gaar koken. Maar dat lokt dan weer het verwijt uit dat iemand de discussie ontloopt.

Maakt het iets uit waar een mens na zijn dood begraven of gecremeerd wil worden? Nee, dat is een privézaak. Gelukkig groeit in Nederland inmiddels de mogelijkheid te voldoen aan de vereisten van het islamitische begrafenisritueel (zoals hier al eeuwen joodse begraafplaatsen bestaan), dus Aboutaleb kan in Nederland als moslim ter aarde worden besteld: hoofd naar Mekka, niet te ruimen graf, dat soort dingen. Als hij zou kiezen voor een crematie om vervolgens zijn as per raket naar de maan te laten schieten, dan was hij mij even lief als wanneer hij naast zijn oma in Marokko wil liggen.

De emotioneel begrijpelijke reactie van Aboutaleb laat zien hoe grievend het is iemand aan te spreken als behorend tot een groep waarin hij is geboren, en een loyaliteitsvraag te koppelen aan omstandigheden waar je niet voor hebt gekozen, zoals etniciteit.

Hoe kan een mens zich daartegen verdedigen? De reactie van Aboutaleb duidt erop dat hij zich gedwongen voelde een extra bewijs van loyaliteit te leveren door zijn verknochtheid te betuigen aan de Nederlandse bodem. Dat is nog nooit van een politicus gevraagd. Hier is het spreekwoord ‘roomser dan de paus’ van toepassing.

Wat mij brengt op de eeuwenlang gehoorde beschuldiging dat rooms-katholieken er een ‘dubbele loyaliteit’ op na houden. Zij zijn tot diep in de negentiende eeuw beschouwd als tweederangs staatsburgers die uiteindelijk alleen aan de paus gehoorzamen. Hun deelname aan het landsbestuur werd dan ook na de reformatie beschouwd als een bedreiging van het calvinistische karakter van de natie. Zelfs toen de wettelijke emancipatie van de katholieken een feit was, zijn zij nog decennia geweerd uit openbare functies met het argument dat de paus aan wie zij gehoorzaam moesten zijn, tevens buitenlands staatshoofd is.

De calvinisten beschouwden zich als de exclusieve dragers van het Nederlanderschap. In 1853 viel het liberale kabinet-Thorbecke over de protestantse bezwaren tegen het herstel van de roomse kerkorde (de Aprilbeweging van 1853). Voor de katholieke Amsterdamse patriciër Alberdinck Thijm, de vader van schrijver Lodewijk van Deyssel, leek Nederland op een „krankzinnigenhuis”. Hij werd uitgemaakt voor een Balthasar Gerards – de moordenaar van Willem van Oranje – en zag zich gedwongen zijn gezin in veiligheid te brengen.

O ja, de afgetreden koning Willem I kreeg het etiket „landverrader” toen hij in 1841 hertrouwde met een katholieke hofdame. Waar, vroeg calvinistisch Nederland in heilige vaderlandse verontwaardiging, ligt de eerste loyaliteit van de katholieken: bij ‘ons land’ of bij het Vaticaan?

De verdachtmakingen van Wilders tegen Aboutaleb en Albayrak doen sterk aan die anti-paapse episode denken. Het heeft allemaal niets uitstaande met het nationaliteitsrecht, want de Rijkswet op het Nederlanderschap levert geen beletsel op voor hun deelname aan het kabinet. Op zichzelf zou dat meer dan voldoende moeten zijn om de discussie overbodig te verklaren. Maar er is meer aan de hand: giftige en gevaarlijke propaganda.

Het vergif zit in het woord ‘loyaliteit’. Ieder mens kent vele loyaliteiten, die ook wel eens tegenstrijdig kunnen zijn. Zo krijgen joden altijd nog de vraag of hun loyaliteit in de eerste plaats bij, bijvoorbeeld, Nederland ligt dan wel bij Israël, dat in de Arabische wereld „de zionistische entiteit” wordt genoemd. Het antisemitisme heeft zich altijd, ook voordat de staat Israël bestond, gepresenteerd als een loyaliteitsvraag: de jood was de eeuwige vreemdeling, eeuwige kosmopoliet, eeuwige bedreiging van „dominante waarden”, de Leitkultur, de nationale trots.

Wie een loyaliteitsverklaring eist, een praktijk die in Nederland is toegepast door de Duitse bezetter, eist onderwerping. Het is om van te gruwen dat in het nu nog bij de Tweede Kamer aanhangige voorstel tot wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap naturalisatie tot Nederlander wordt gekoppeld aan een „loyaliteitseed”. De gedachte daarachter is dat van de talrijke loyaliteiten er één enkele in alle omstandigheden de hoogste is, waarvoor alle andere moeten wijken. Onvoorwaardelijk.

Unsere Ehre heisst Treue.

De verwerping van elke gedachte aan een meervoudige of ‘dubbele loyaliteit’ voert terug op Plato en diens mythe van bloed en bodem. Deze in de Republiek door Plato zelf als nuttige propagandaleugen bestempelde mythe luidt dat mensen zijn gemaakt van de aarde van hun geboorteland en daarom bereid zijn hun land, hun moeder, te verdedigen.

De filosoof Karl Popper wijst deze mythe aan als de belangrijkste grondslag van het raciale denken. Als het niet zo hartverscheurend was, zou het ironisch genoemd kunnen worden dat Aboutaleb zijn loyaliteit aan Nederland demonstreert met zijn wens in Nederlandse bodem te worden begraven, terwijl zijn aanklagers het oog hebben op de geboortegrond van het verre voorgeslacht.

In dit verband is het bijzonder ernstig dat Wilders zijn afkeer van moslims wenst te vertalen in een demografische politiek, zoals hij zaterdag in een interview met deze krant te kennen gaf: „De demografische ontwikkeling moet zo worden, dat de kans klein is dat er weer twee (moslims) in het kabinet komen.”

De omarming van de mythologie van bloed en bodem, gekoppeld aan demografisch beleid, is een vast bestanddeel van een mensen verachtende ideologie. Daarentegen vertegenwoordigen Ahmed Aboutaleb en Nebayat Albayrak, waar zij ook maar willen worden begraven, onze beschaving.

Multatuli, Nederlands grootste schrijver, heeft zich overigens laten cremeren in Duitsland, hetgeen niets zei over zijn loyaliteit aan dat land.