Lokhoer

In Rotterdam spelen vrouwelijke politieagenten voor lokhoer, las ik in de Volkskrant.

Niks nieuws, volgens politie en Openbaar Ministerie, maar ik keek er toch even van op. De justitiële autoriteiten wijzen erop dat er allang lokfietsen bestonden. Een vrouw vergelijken met een fiets is ook niks nieuws, maar als een woordvoerder van het Openbaar Ministerie het doet, krijgt zo’n vergelijking toch een extra dimensie.

Ik moet bekennen dat mijn seksuele fantasie buitengewoon geprikkeld werd door dit bericht. Hoe zou het er in Rotterdam precies aan toegaan, vroeg ik me af. Opzettelijk uitlokken is immers bij de (straf)wet verboden, dus moest de Rotterdamse politie een nogal hypocriet uitziende mouw aan haar maatregel passen.

Het mag, vertelde een woordvoerder van de politie, „zolang je niet uitlokt. Dat doen onze agenten niet. Je kunt zien dat het vrouwen zijn, maar ze zijn niet gekleed als de eerste de beste hoer. Ze lopen heen en weer of staan wat te hangen. Die mannen rijden rond, komen terug en vragen dan of ze tijd hebben of wat het kosten moet. Nou, dat mag niet. Dus dan maken onze mensen zich bekend als politiemensen.”

Op deze manier zijn bij het Heemraadsplein in Rotterdam-West al negenentwintig mannen bekeurd. Negenentwintig! Dat verbaast me nog het meest. Wat is er met het libido van de Rotterdamse man aan de hand? Raken ze al opgewonden van een vrouwelijke politieagent die, de ogen zedig neergeslagen, in een mantelpakje ronddrentelt?

Persoonlijk heb ik nog nooit de verleiding gevoeld een Nederlandse politieagente op straat aan te spreken, ook niet als ik het uniform in gedachten verving door een gewaagdere uitrusting. Als ik even gruwelijk mag generaliseren: ik vind de motoriek van de Nederlandse agente zo log, vooral op de rug gezien en in combinatie met de gezapig voorstappende mannelijke collega naast haar. Altijd een geruststellend tafereeltje voor elke voortvluchtige boef.

Het is natuurlijk mogelijk dat die lokagenten toch iets meer doen dan „heen en weer lopen of wat staan te hangen”. Daarom zou ik graag weten hoe hun instructie precies luidt en welke dresscode er is voorgeschreven. Hoe ver mag de rok boven de knie? Kan een vossenbontje bij haar wél door de beugel? Mag zo’n agente om een vuurtje vragen? En is een wervend glimlachje toegestaan als de man zijn eerste, aarzelende vraag stelt?

Een andere kwestie: hoe worden de lokagenten geselecteerd? Is er op het politiebureau zoiets als een ‘lokhoertest’, waarbij de kandidaten langs de bureaus van hun mannelijke superieuren moeten paraderen? Of belast de korpsbeheerder, burgemeester Opstelten, zich daar persoonlijk mee? Als het maar geen achterkamertjeskwestie wordt. Ook kan hij er beter geen wethouders bijhalen.

Zou het helpen en de overlast door prostituanten doen verminderen?

Dat is nog maar zeer de vraag. De betrapte hoerenloper is voor de rechter beslist niet kansloos. Zo zou hij kunnen zeggen: „Ik ben geen hoerenloper, maar een lokhoerenloper. Ik wilde de buurt zuiveren van hoertjes, en daarom bood ik me als klant aan. We vinden toch in Nederland dat de burger zelf moet meewerken aan veilige buurten?”

Mijn idee is dat het oudste beroep in hoger beroep altijd zal winnen.