‘Integreren we, is het weer niet goed’

Nederlandse Turken en Marokkanen zijn allesbehalve woedend over uitspraken van Wilders.

„Het is natuurlijk weer een roep om aandacht.”

Ahmed Aboutaleb toont na een gesprek met de formateur zijn Nederlandse paspoort Foto Roel Rozenburg Den Haag:15.2.7 Beoogd staatssecretaris Aboutaleb laat zijn Nederlands paspoort zien na zijn gesprek met de formateur. © foto Roel Rozenburg formatie kabinetsformatie Rozenburg, Roel

Wat moeten we met de uitspraken van Tweede Kamerlid Geert Wilders? Dat is de vraag die Turkse en Marokkaanse organisaties in Nederland zichzelf stellen, nadat de fractievoorzitter van de Partij voor de Vrijheid de discussie over een dubbele nationaliteit van bewindslieden dit weekeinde opnieuw op scherp heeft gezet. De organisaties negeren de uitspraken niet, maar zijn allesbehalve woedend.

Eigenlijk gaat het helemaal niet om de dubbele nationaliteit van bewindslieden, zeggen zij. Sommige Nederlandse Turken en Marokkanen zijn wel ontstemd over uitspraken van Wilders, maar eerder omdat het de zoveelste keer is. Directeur Yusuf Altuntas van Milli Görüs Noord Nederland: „Eerst was er de ‘tsunami van islamisering’, toen de opmerking dat moslims de helft uit de Koran moeten scheuren. Het gaat maar door.”

Geert Wilders veroorzaakte afgelopen week politieke ophef door aan te kondigen dat hij een motie van wantrouwen gaat indienen tegen de staatssecretarissen Aboutaleb (Sociale Zaken) en Albayrak (Justitie). Het Marokkaanse paspoort van Aboutaleb en het Turkse van Albayrak zouden volgens Wilders een dubbele loyaliteit tot gevolg hebben. Andere politici reageren overwegend negatief, maar bij Turkse en Marokkaanse organisaties blijft de woede uit.

Wilders verdient eigenlijk geen aandacht, reageert voorzitter Ugur Pekdemir van het Turks Academisch Netwerk (Tannet). „Het is stemmingmakerij, platte politieke propaganda. De discussie gaat nergens over.” Je moet je niets van Wilders’ uitspraken aantrekken, zegt ook voorzitter Kasim Akdemir van de Turks Islamitische Culturele Federatie. „Al vind ik het wel kwalijk wat hij zegt.”

Pekdemir vermoedt dat het Wilders zelf ook niet om de dubbele nationaliteit van bewindslieden te doen is, zegt hij. „Volgens Wilders deugt het nooit. Eerst moeten allochtonen integreren, vervolgens doen ze dat door de politiek in te gaan en dan is het weer niet goed.” Om die reden maakt Pekdemir zich niet zo druk om de discussie over de paspoorten van Aboutaleb en Albayrak. „Wilders zoekt de confrontatie op en daarbij kiest hij een makkelijke prooi. Dat zijn nu de moslims, die na 11 september blijkbaar een succesfactor zijn om de aandacht te trekken.”

De meeste Turkse en Marokkaanse jongeren reageren laconiek op de commotie rond Geert Wilders. „Het is natuurlijk weer een roep om aandacht”, zegt Yassmine Elksaihi, voorzitter van de Amsterdamse studentenvereniging Khmisa, die gericht is op de Marokkaanse cultuur. „Wilders is in ieder geval heel creatief.”

Studentenvoorzitter Elksaihi: „Ik heb er eigenlijk wel respect voor dat Wilders toch elke keer weer in het nieuws weet te komen.”

Volgens Ali Susan, voorzitter van de Haagse Turkse studentenvereniging Eurasia, is Wilders vooral uit op „sensatie”. „Er wordt van een mug een olifant gemaakt. Als je weet uit welke hoek het komt, dan moet je het allemaal niet zo serieus nemen”

Toch leeft de kwestie wel, merkt Elksaihi. „Onze achterban heeft er mee te maken. Bij onze studentenvereniging heeft zeker negentig procent ook een Marokkaans paspoort.” En al zou het mogelijk zijn – de Marokkaanse nationaliteit opgeven is verboden –, dan nog zouden de meesten geen afstand doen van hun Marokkaanse paspoort, denkt Elksaihi. „Marokko is toch hun vaderland, maar dat heeft zeker niets te maken met hun loyaliteit ten opzichte van Nederland.”

Iemand die zeker zijn loyaliteit aan Nederland heeft getoond, is Ahmed Aboutaleb. Dat zegt Mohamed Azahaf, woordvoerder van het Amsterdamse jongerencentrum Argan. „Na de moord op Theo van Gogh heeft Aboutaleb alles gedaan om de boel bij elkaar te houden. Hij heeft meer voor de samenleving gevochten dan Geert Wilders”, zegt Azahaf. Zijn jongerencentrum keert zich fel tegen de „stomme uitspraken” van Wilders. Er werd onder meer een open brief aan het nieuwe kabinet op de website www.maroc.nl geplaatst, waarin wordt opgeroepen „op te treden tegen vandalen als de heer Wilders”.

Volgens Arzahaf werken de uitspraken van de PVV-voorman „belemmerend” voor Nederlands-Marokkaanse jongeren. „Ik ken een hoop jongeren die hierdoor wordt belet om iets in de politiek te gaan doen.”

Het heeft geen zin om boos te worden, zegt Kasim Akdemir van de Turks Islamitische Culturele Federatie. „Wilders is maar één van de honderdvijftig Kamerleden. Je mag afstand nemen van zijn uitspraken, maar het is belangrijk om je te beheersen.” Ugur Pekdemir van Tannet signaleert „woede” bij sommige hoogopgeleide Turkse Nederlanders. „Dat praat ik niet goed, maar ik snap dat sommige mensen zich in een hoek gedrukt voelen. Het is nooit goed genoeg.”

Diverse organisaties zien wel de gevaren van de strategie van Wilders. Volgens Pekdemir drijft Wilders „een wig in de samenleving” en gaan mensen door uitspraken van het Kamerlid „meer in wij-zij-termen denken”. Akdemir maakt zich vooral zorgen over de „verharding in de samenleving” die Wilders teweeg zou brengen. Maar, zegt Akdemir, zijn missie zal niet slagen. „Ik heb er alle vertrouwen in dat Nederlanders dit naast zich neer kunnen leggen.”

Yusuf Altuntas van Milli Görüs wil „het hoofd koel houden”. Wilders, zegt hij, doet zijn uitspraken om zijn electoraat te bedienen. Het gaat Altuntas om de inhoudelijke discussie, „maar die wil hij niet voeren”. „We moeten ons niet laten provoceren, maar erboven staan. Wilders probeert zijn gal te spuien op een bekrompen manier, maar zijn opmerkingen zijn geen discussie waard. We negeren hem volledig.”