Het pianistisch plagiaat van Joyce Hatto

Het leven van de begenadigd pianiste Joyce Hatto bevatte, naar nu blijkt, een groot geheim. Haar cd-opnames waren niet van haar. Over het grootste bedrog uit de cd-geschiedenis.

Kasper Jansen

Wie de cd’s hoorde van de onbekende Engelse pianiste Joyce Hatto, was verbluft. Zó’n breed repertoire, van Scarlatti tot Messiaen. Alles uitzonderlijk briljant gespeeld, zoals alleen de allerberoemdste pianisten dat kunnen. En dat bovendien in een onwaarschijnlijke waaier van speelstijlen. In de luttele jaren voor haar dood in 2006 werd Hatto opeens wereldberoemd, zij het in zeer kleine kring. Want de 119 cd’s die ze in het verborgene had gemaakt, waren slechts mondjesmaat verkrijgbaar. En concerten gaf Hatto al decennia niet meer, sinds ze in de jaren ’70 kanker had gekregen.

„Een verborgen juweel komt aan het licht”, schreef The Boston Globe in 2005. „Joyce Hatto moet de grootste levende pianist zijn, van wie niemand ooit heeft gehoord.” Het gezaghebbende Britse blad The Gramophone citeerde vorig jaar die kwalificaties in een necrologie. Zelf kwam het blad tot de voorspelling: „Joyce Hatto’s rijke erfenis zal zeker worden beluisterd en bediscussieerd door alle serieuze musici, lang na haar recente overlijden.”

De rest van de wereld, muziekliefhebber of niet, sluit zich daar nu bij aan. Maar van luisteren zal weinig sprake zijn, van vrolijke en schampere discussie des te meer. Want de cd’s van Joyce Hatto blijken pianistisch plagiaat. Het zijn heruitgaven van opnamen van andere pianisten. Hatto is nu ontmaskerd, postuum zorgt ze voor het opmerkelijkste bedrog aller tijden in de cd-industrie.

„Meesterwerken of bedrog? Het Joyce Hatto-schandaal”, luiden de koppen in het nieuwe nummer van The Gramophone, waarin het blad beschrijft hoe het zelf een jaar lang slachtoffer is geweest van het bedrog. De eigen critici hadden de cd’s van Hatto, door haar echtgenoot uitgebracht op het kleine en obscure label Concert Artists, geloofd en geprezen. Toen ze in juni 2006 overleed, was Hatto niet alleen een plotseling succes, maar ook een cause célèbre.

„Houden van Hatto betekende dat men een ware pianoliefhebber was, die het stellen kon zonder het ge-hype en de marketing van de grote labels om een opname te herkennen als goed en groots.”

Tegelijkertijd deden op internet stellige geruchten de ronde over de oorsprong van de cd-opnamen. Hoe kon het, zeiden de twijfelaars, dat een vrouw, die jarenlang tegen kanker had gestreden, zich zo’n breed repertoire had eigen gemaakt. En dat ze dat speelde op een manier die haar opmerkelijker maakte dan zelfs de grootste beroemdheden, de Svjatoslav Richters en de Vladimir Ahkenazy’s? The Gramophone vroeg in het blad bewijzen voor bedrog. Maar niemand reageerde.

Tot een lezer op zijn computer een cd speelde van Hatto met de 12 Etudes d’execution transcendante van Liszt en de computer aangaf dat het een cd was van het label Bis, gespeeld door Lászlo Simon. Nader luisteren en technische analyses bevestigden dat het dezelfde opname was. Hetzelfde gold voor Hatto’s opnamen van pianoconcerten van Rachmaninov, begeleid door het ‘National Philharmonic-Symphony Orchestra en dirigent René Kohler’. Ze bleken gespeeld door Yefim Bronfman en het Philharmonia Orchestra, gedirigeerd door Esa Pekka Salonen, een Sony-opname.

Zo ging het door, zij het dat niet alle opnamen exact waren gekopieerd. Muziek van Godowsky klonk 15.112 procent trager dan de originele opname van Carlo Grante op het label Altarus. „Het zal vele weken kosten om alle opnamen van Hatto te vergelijken met andere opnamen. Maar het lijkt duidelijk dat tenminste een aantal van deze grootse uitvoeringen identiek is aan opnamen van andere platenlabels”, zegt The Gramophone op Brits-onderkoelde toon.

Hatto’s echtgenoot, William Barrington-Coupe, heeft inmiddels, na aanvankelijke pertinente ontkenningen, het bedrog bekend. Hij geeft toe dat hij dom, oneerlijk en illegaal heeft gehandeld, zegt The Gramophone nu. De weduwnaar wilde zijn vrouw alsnog de erkenning schenken die haar door haar ziekte was onthouden.

De cd-vooraad is inmiddels vernietigd, maar de website www.concertartists.org biedt nog steeds Hatto-cd’s aan.

The Gramophone kondigde eerder aan door te gaan met het onderzoek en beloofde het vervolg daarop in het aprilnummer.