Fiscaal slim goeddoen

Het is dringen op de markt met goede doelen. Doneren kan fiscaal aantrekkelijk zijn. Hoe zijn goede doelen te herkennen die aan de belastingeisen voldoen?

Bedelbrieven, collectanten, telefoontjes; van alle kanten worden we bestookt met verzoeken van goede doelen. Wij Nederlanders geven dan ook veel. Uit een jaarlijks verslag van het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) blijkt dat er in 2005 een recordbedrag van bijna 2,5 miljard euro is gedoneerd aan charitatieve, culturele, wetenschappelijke of andere het algemeen nut beogende instellingen.

Ondanks die vrijgevigheid is het dringen op de goededoelenmarkt. Volgens gegevens van de VFI, de brancheorganisatie voor goede doelen, zijn er naar schatting alleen al 500 tot 600 fondsen die op landelijke schaal werven. Hoeveel instellingen daarnaast nog lokaal actief zijn, is niet bekend.

Dat maakt het lastig kiezen. „Het is in ieder geval belangrijk om een goed doel te selecteren dat veel informatie verschaft”, zegt Gosse Bosma, directeur van de VFI. „Een instelling moet duidelijk en helder kunnen uitleggen wat zij met de donaties heeft gedaan en wat daar de effecten van zijn.” Het CBF-keurmerk geeft daarbij houvast. „Instellingen met dat keurmerk moeten uitgebreid verantwoording afleggen over hun bestedingen.” Bovendien mogen ze niet meer dan 25 procent van de inkomsten besteden aan het werven van nieuwe donateurs.

Volgens Bosma zijn er in Nederland zo’n 280 keurmerkhouders, waarvan er 103 zijn aangesloten bij de VFI. „Dat lijkt weinig, maar onze leden zijn goed voor zo’n driekwart van de omzet op de goededoelenmarkt.” Op www.goededoelen.nl is van alle VFI-leden informatie op te vragen, inclusief financiële gegevens.

Naast de bekende ‘kolossen’ zijn er nog tal van kleine organisaties, die vaak lokaal actief zijn. „Ik merk in de praktijk dat steeds meer mensen liever aan een kleine organisatie doneren, uit onvrede met de grote instellingen”, verklaart Mariëtte Frie, zelfstandig belastingadviseur in Amstelveen. „Het is dan wel belangrijk te controleren of de organisatie bij de Belastingdienst is geregistreerd als algemeen nut beogende instelling. Is dat het geval, dan zijn de donaties, onder bepaalde voorwaarden, aftrekbaar voor de inkomstenbelasting.”

Het totaal aan donaties moet dan wel boven de drempel van 1 procent van het gezamenlijk inkomen van het huishouden uitkomen, met een maximum van 10 procent van dit inkomen.

Dit betekent dus dat elke schenking nauwgezet moet worden bijgehouden. Die rompslomp kan voor een groot deel worden voorkomen door te kiezen voor één of enkele goede doelen en door in de vorm van lijfrentes te schenken. „Op die manier is de volledige gift aftrekbaar, zonder drempel. Voorwaarde is wel dat de schenking wordt vastgelegd in een notariële akte en minstens vijf jaar lang een vast bedrag per jaar wordt gedoneerd.”

De instellingen zelf zijn over de donaties geen schenkings- en successierechten verschuldigd. Die vrijstelling werd begin vorig jaar ingevoerd, nadat Johan Cruijff zich er boos over had gemaakt in de media. De Stichting Cruyff Foundation had een voetbalveldje geschonken aan de Amsterdamse jeugd. Cruijff kon niet verkroppen dat daar schenkingsrechten over moesten worden betaald.

Door de vrijstelling van het schenkingsrecht verloor de fiscus wel zijn grip op de charitatieve instellingen. Daarom wil die voor het eind van het jaar alle algemeen nut beogende instellingen in kaart brengen. „Deze instellingen moeten een beschikking aanvragen en daarbij aan vastgestelde criteria voldoen. Heeft een instelling geen beschikking, dan moet deze gewoon schenkings- en successierechten betalen en zijn donaties voor de donateur niet meer aftrekbaar.”

Zelf een goed doel kiezen? Kijk voor meer informatie op: www.cbf.nl of www.goededoelen.nl