Europa dichtbij doelen ‘Lissabon’

De Europese Unie komt alsnog in de buurt van de economische doelstellingen die zij zichzelf zeven jaar geleden had opgelegd. Dit blijkt uit een studie die vandaag in Brussel is gepresenteerd. Vergeleken bij eind 2005 zijn de prestaties van de diverse EU-lidstaten aanzienlijk verbeterd. Toen zat de Europese Unie gemiddeld genomen nog maar voor 73 procent op schema, maar het afgelopen jaar is dit opgelopen tot 90 procent.

In 2000 spraken de regeringsleiders van de toen nog uit 15 landen bestaande Europese Unie in de Portugese hoofdstad Lissabon met elkaar af dat de EU in 2010 de meest concurrerende economie ter wereld moest worden.

Kort daarop keerde het economisch tij en raakte de Europese Unie alleen maar verder achterop vergeleken bij de grootste concurrenten: de Verenigde Staten en de snel groeiende economieën in Azië. Twee jaar geleden besloten de regeringsleiders van de Europese Unie dan ook hun ambities enigszins te matigen.

Maar het rapport dat de Lisbon Council, een in Brussel gevestigde denktank, vandaag heeft uitgebracht laat zien dat de EU ook weer niet al te somber hoeft te zijn. Voor wat betreft de doelstellingen ten aanzien van economische groei en het creëren van nieuwe arbeidsplaatsen komen de lidstaten in de buurt van hun eigen voornemens.

Zweden, België en Nederland hebben hun doelstellingen volledig gerealiseerd, terwijl Groot-Brittannië, Spanje en Duitsland hard op weg zijn die te halen. Frankrijk en Italië zijn hekkensluiters. De twaalf landen die sinds 2004 tot de Europese Unie toetraden zijn in het onderzoek buiten beschouwing gebleven.

In alle landen van de EU was de afgelopen jaren sprake van economische hervormingsprogramma’s. Die kwamen allemaal neer op het terugdringen van het overheidstekort, het flexibeler maken van de arbeidsmarkt en meer investeringen in onderzoek. Op dit laatste punt zitten de meeste landen nog wel flink verwijderd van de doelstellingen van de Lissabon-agenda.

De afspraak was dat in 2010 de lidstaten 3 procent van het bruto binnenlands product zouden besteden aan onderzoek. Maar de Europese Unie zit nu nog onder de 2 procent en zit zelfs iets onder het niveau van 2000. Dit geldt ook voor Nederland.