Een magisch meubelstuk

Foto Bram Budel Professor Dokter Gerard Rooijakkers van het Meertens instituut aan de UvA is een van de nieuwe leden van de Raad voor Cultuur. FOTO: BRAM BUDEL Budel, Bram

De telefoon gaat. Aan de lijn is het Letterkundig Museum dat bij het toenmalige P.J. Meertens Instituut voor dialectologie, volkskunde en naamkunde in 1998 informeert naar ‘het bureau van Beerta’. Het Instituut is de verhuizing uit het oude gebouw aan de Amsterdamse Keizersgracht aan het voorbereiden en niet alle spullen kunnen mee. Ook het enorme bureau van de eerste directeur, P.J. Meertens, zal wor(den vervangen. Het is uit de tijd, er past geen computer op en er zitten beestjes in. Maar het verzoek van het museum om het bureau van ‘A.P. Beerta’, zoals Meertens in de romancyclus Het Bureau wordt genoemd, in de collectie op te nemen, doet alarmbellen rinkelen. Het verzoek wordt beleefd afgewezen en het bureau verhuist mee .

Als medewerker had ik het bewuste bureau als werkplek in gebruik. Toen ik na de verhuizing mijn spullen weer in alle laden en kastjes wilde zetten, werd mij vriendelijk doch dringend meegedeeld dat er op het Instituut niemand voorgetrokken kon worden. Aan het bureau werken werd nu beschouwd als een bijzonder voorrecht, of sterker nog: het was ongepast, zo niet taboe. Het meubelstuk siert nu als een soort identiteitstotem, voorzien van spotlights, de hal van het Meertens Instituut. De betekenis van het bureau is ingrijpend gewijzigd door de roman van oud-medewerker Voskuil. Het is onvervreemdbaar erfgoed geworden.

Met zijn roman over het dagelijks leven van de gebureaucratiseerde mens, gesitueerd in de context van een wetenschappelijk instituut, heeft J.J. Voskuil diezelfde wereld niet alleen in literaire maar in dit geval ook in praktische zin getransformeerd. De macht van het woord die dingen doet veranderen: ziehier de magie van een meesterwerk.